Garde

Op 1 juni 1948 kreeg het Regiment Prinses Irene de status van garderegiment. Deze eer viel tegelijkertijd ook te beurt aan de Regimenten Grenadiers en Jagers. Tot die tijd had Nederland nooit garderegimenten gekend.

Het Garderegiment Prinses Irene in ceremonieel tenue in 1948. Archieffoto: ministerie van Defensie.

Het Garderegiment Prinses Irene in ceremonieel tenue in 1948.

Keurkorps

In bijvoorbeeld Frankrijk, Engeland en Duitsland hadden koningen en andere staatshoofden vanouds een speciaal keurkorps. Die ‘garde’ verbleef altijd in hun nabijheid en trad op als hun lijfwacht. Deze garde-eenheden waren het neusje van de zalm van het leger. Met hun prachtige uniformen boden zij een kleurrijke aanblik.

De Grenadiers en Jagers vervulden al op informele wijze de rol van ‘garde’. Zij deden dat sinds hun oprichting in 1829 zonder dat zij daar voor waren aangewezen. Zij waren gelegerd in Den Haag. Daar dienden zij ‘onder het oog des konings’. Vanaf 1948 kwam daar verandering in en beschikt de Koninklijke Landmacht formeel over garderegimenten. De fuseliers kregen toen onmiddellijk een fraai ceremonieel tenue.

Fuseliers in ceremonieel tenue. Archieffoto: ministerie van Defensie.

Fuseliers in ceremonieel tenue.

Ceremoniële taken

Wat betekent het om een garderegiment te zijn? Het houdt vooral in dat de parate militairen geregeld ook ceremoniële diensten vervullen. Zij doen dat vaker dan hun collega’s die niet tot een garde-eenheid behoren. Het gaat daarbij zowel om incidentele als vaste plechtigheden. Bij dat laatste kunt u denken aan de officiële opening van de Staten-Generaal op Prinsjesdag. Hierbij geven de fuseliers ieder jaar op het Binnenhof acte de présence.

De incidentele diensten verrichten de eenheden bij toerbeurt. Denk hierbij aan een officieel bezoek door een buitenlands staatshoofd of regeringsleider aan Nederland. Dan is er steeds een erewacht aanwezig, net als militaire muziek.