Natuurbranden

Een natuurbrand verspreidt zich vaak snel. Het bestrijden ervan moet daarom in korte tijd gebeuren. Dat is niet altijd eenvoudig. Dagelijks staan ruim 4.000 militairen met materieel en specifieke kennis en middelen op afroep klaar voor inzet in Nederland.

Natuurgebieden zijn meestal dicht bebost en moeilijk of niet begaanbaar voor brandweerwagens. Defensie zet dan op verzoek van een veiligheidsregio blushelikopters in. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is namens brandweer Nederland coördinator voor het helikopterblussen. Ook militairen op de grond spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van het vuur.

Blushelikopters

Bij het blussen van branden vanuit de lucht zet de luchtmacht Cougar- en Chinook-transporthelikopters in. Als de helikopter op de plek van de brand is, bevestigt het Mobile Air Operations Team van Defensie een bambi bucket onder de helikopter. Na het opstijgen klapt deze waterzak als een omgekeerde paraplu open. Om tijd te besparen gebeurt het vullen zo dicht mogelijk bij de brand. Dit kan overal (zelfs in een zwembad), zolang het water minimaal 2 meter diep is. Met een vernevelaar, een soort douchekop onder de bambi bucket, is het mogelijk een groter gebied in een keer te besproeien. De Cougar vervoert maximaal 2.500 liter, de Chinook 10.000 liter.

Vuurzwepen

Bij heide- en duinbranden zijn vuurzwepen zeer nuttig. Een vuurzweep is een soort bezem met aan het einde verende metaalstrippen. Bij een natuurbrand woelen landmachtmilitairen met vuurzwepen de grond om en voorkomen zo dat het vuur opnieuw oplaait. Dit doen zij door kleine op en neergaande of vegende bewegingen te maken.

Brandgangen en bereikbaarheid

De landmacht zet de Leopard genietank met bulldozerblad en kraan in voor het vlak maken van ruig terrein en het maken van brandgangen. De brede stroken die de tank graaft, voorkomen dat het vuur in korte tijd overslaat. De wiellaadschop (shovel) is bedoeld voor het afdekken van vuur met aarde en het uitrijden van smeulende resten. Het MLC-70-wegenmatsysteem wordt gebruikt om een natuurgebied goed bereikbaar te houden. Op de terreinvrachtauto zit een opgevouwen mat die tijdens het leggen automatisch uitvouwt.

Calamiteitenputten

Het waterboordetachement van 101 Geniebataljon helpt veiligheidsregio’s uit voorzorg met het slaan van calamiteitenputten. De putten voorzien de brandweer van bluswater op plekken in natuurgebieden waar dat onvoldoende beschikbaar is. Bijvoorbeeld als er geen meertje of waterleidingnet in de buurt is.

Defensie Natuurbrandbestrijding Ondersteuningsmodule (DNOM)

Naast blusmiddelen heeft Defensie ook specifieke bijstandsmogelijkheden. De DNOM is een samengestelde militaire eenheid die op verzoek van een veiligheidsregio te hulp schiet. Met goed toegerust personeel en materieel is de DNOM zeer geschikt om brandweer en hulpdiensten te assisteren bij brandbestrijding. Soms in aanvulling op de blushelikopters, maar ook zelfstandig.

Taakverdeling brandbestrijders

Tijdens een natuurbrand werken militaire en civiele eenheden in de lucht en op de grond intensief samen.

  • Loadmaster
    De loadmaster zit in de blushelikopter en houdt de controle over de bambi bucket. De loadmaster houdt ook de snelheid en hoogte van de helikopter in de gaten.
  • Vlieger
    De vlieger heeft de taak om met rustige bewegingen het toestel zo min mogelijk te laten slingeren.
  • Mobile Air Operations Team (MAOT)
    Het MAOT is de schakel tussen de grond en de lucht. Militairen van het MAOT haken de waterzak aan en houden toezicht op de landingszone.
  • Heli-team brandweer
    Het Heli-team van de brandweer stemt met brandweereenheden op de grond af waar en hoe de brand moet worden geblust.
Loadmaster houdt vanuit de helikopter de bambi bucket in de gaten.

Een loadmaster houdt de bambi bucket in de gaten.