Muziek

Ook in de gelederen van het Korps Commandotroepen zijn muzikale mensen te vinden. Al is niet iedereen even goed bij stem: aan enthousiasme ontbreekt het niet. Elke ‘mutsdas’ of commando zingt mee als een commandolied wordt aangeheven. Het repertoire heeft weinig pretentie, maar daar gaat het niet om. Zingen smeedt een band en sterkt het moreel.

Muzikale commando’s

Bij de commandotroepen wordt veel belang gehecht aan muzikale traditie. De traditieraad van het korps heeft verschillende commandoliederen in het huishoudelijk reglement opgenomen. De officiële defileermars van het Korps Commandotroepen is The Green Beret (E. Magnoni). Deze mars wordt vaak tijdens ceremonies gespeeld.

Voor de gelukkigen die tot besluit van de Elementaire Commando Opleiding de ‘Tranenpoort’ op de Roosendaalse kazerne passeren, wordt The Ballad of the Green Beret (B. Sadler) gespeeld. Dit lied vindt zijn oorsprong in de Vietnamoorlog. De Nederlandse commando’s namen het van hun Amerikaanse collega’s over en pasten het hier en daar wat aan, zoals in het 2e couplet.

Silver wings upon their chests,
These are men, The Netherlands best,
One Hundred men we'll test today,
But only three win the Green Beret

Luister naar een geluidsfragment van The Green Beret.

Commandolied

Minstens zo bekend is Het Commandolied, waarvan het refrein luidt:

"Commando zijn, dat is je ware leven,
Commando zijn, de jongens van stavast,
Commando zijn, het doel waarnaar wij streven,
Wij hebben noch van cross of speedmars last."

Vergroot afbeelding Marcherende muzikanten.
Het tamboerkorps.

Tamboerkorps

De commandoliederen leven voort. Met het tamboerkorps van de commando’s liep het anders af. Dat is al jaren geleden van de sterkte afgevoerd. Het instrumentarium werd van de hand gedaan. Beiden waren nauwelijks 10 jaar oud.

Na de oprichting van het Korps Commandotroepen in 1950 werd direct een werkcomité in het leven geroepen om een tamboerkorps te formeren. Dat kwam niet gelijk van de grond, maar in 1953 beschikte het korps over een tamboer-instructeur, trommen en het overige instrumentarium. De bevolking en het Oranjecomité in de gemeente Roosendaal en Nispen schonken het ‘koper’. Na 2 jaar oefenen werd het tamboerkorps officieel erkend. In 1964 werd dit hoofdstuk weer afgesloten: bezuinigingen sneden dat jaar diep in de commandotroepen.