Oefenen

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Luchtmachtoefeningen

Vliegers van de luchtmacht oefenen dagelijks om hun vaardigheden op peil te houden. Bijvoorbeeld in laagvliegen en vliegen bij duisternis. In het oefenprogramma staat omschreven hoeveel vlieguren de vliegers jaarlijks moet maken.

De vaardigheden die een vlieger van de luchtmacht moet oefenen zijn onder andere navigatie en avondvliegen. Daarnaast oefenen F-16-vliegers ook in een flight simulator met vliegtuigstoringen en noodprocedures en in onderscheppingen.

Oefeningen F-16-vliegers

F-16-vliegers oefenen in onderscheppingen en luchtgevechten op middelbare en grote hoogte. Hiervoor zijn militaire oefengebieden boven de Noordzee beschikbaar. De zogenoemde Temporary Reserved Airspaces (TRA's). Deze liggen ongeveer 7 kilometer ten noorden van de Waddeneilanden. Daarnaast maken F-16-vliegers samen met vliegers van andere NAVO-landen gebruik van de Air Combat Manoeuvering Installation-range (ACMI). Deze ligt in de Noordzee tussen Nederland en Engeland.

Het grootste gedeelte van de oefeningen vindt dus boven zee plaats. Soms oefenen F-16-vliegers ook boven land. Een van de gebieden bevindt zich boven het noorden van Friesland. Daar leren ze zich te oriënteren op bijvoorbeeld rivieren en kerktorens. Voor de vliegers zijn deze trainingen, op een hoogte van minimaal 2.500 meter, van groot belang. Ze moeten namelijk weten hoe ze in oorlogstijd aan een vijandelijk vliegtuig kunnen ontsnappen. En hoe ze hun boordwapens moeten gebruiken.

Video: avondvliegen boven Nederland

Oefeningen helikoptervliegers

De Helicopter Weapons Instructor Course (HWIC) is een opleiding tot helikopterwapeninstructeur. Helikoptervliegers en -loadmasters specialiseren zich met de cursus onder meer in tactisch optreden. Maar ook in samenwerken met eenheden van andere krijgsmachtdelen. Tijdens de oefeningen ligt de nadruk op bijvoorbeeld op uitvoering, instructie en standaardisatie van verschillende missies.

Avondvliegen F-16's en helikopters

Jachtvliegers en helikoptervliegers oefenen ook in het vliegen bij duister. Om een missie in het donker goed uit te voeren, moet een vlieger dat hebben geoefend, zeker als er meer toestellen aan een missie meedoen en er dreiging is vanaf de grond en/of in de lucht. De inzet in missiegebieden vindt vaak ’s avonds of ’s nachts plaats. Het luchtmachtpersoneel gebruikt dan nachtzichtapparatuur. Zij zien door deze helderheidsversterkers alles in groentinten. Het zicht van een vlieger is beperkt, alsof hij door 2 kokers kijkt. Het trainen met de nachtzichtapparatuur is pas zinvol als het volledig donker is.

Het avondvliegseizoen van de F-16’s en helikopers boven Nederland loopt van oktober tot april. Dit gebeurt vanaf de F-16-bases Leeuwarden en Volkel en vanaf de helikopterbases Gilze-Rijen, Deelen en De Kooy in Den Helder. De tijden waarop wordt gevlogen staan tijdens het avondvliegseizoen op de pagina militaire vluchten.

Laag en snel landen C-130

Met C-130 Hercules-transportvliegtuigen oefent de luchtmacht in het laag en snel landen. Deze tactische naderingen gebeuren op verschillende vliegbases in Nederland. De vliegtuigen naderen de vliegbasis dan op ongeveer 175 meter hoogte en uit verschillende richtingen.

De bemanning oefent dit om personeel en materieel in gebieden met vijandelijke dreiging te krijgen. Om dreiging vanaf de grond te vermijden kan de gezagvoerder vanaf grote hoogte snel dalen en landen. Om buiten het radarbeeld van de vijand te blijven kan het nodig zijn op lage hoogte de landingsbaan te naderen.

Laagvliegen vraagt specifieke training

Laagvliegen vraagt, zeker bij duisternis, om specifieke training en ervaring. Obstakels zijn bij laagvliegen pas laat zichtbaar. Daarom moeten vliegers zich eerst kwalificeren voor laagvliegen. Daarna mogen zij pas operationele taken uitvoeren. Ook moeten vliegers hun vaardigheden daarna op peil houden.

Oefenen in het buitenland

Veel oefeningen zijn in het buitenland. Nederlandse gevechtsvliegtuigen nemen jaarlijks deel aan grootschalige oefeningen in Europa, Canada en de Verenigde Staten. Tijdens de oefeningen in Canada en de Verenigde Staten hebben de vliegers vaak de mogelijkheid om te vliegen met minder beperkingen dan in West-Europa.

Maar het is niet mogelijk om alle trainingen in het buitenland te doen. Bijvoorbeeld omdat vliegers samen moeten oefenen met grondeenheden, zoals 11 Luchtmobiele Brigade. Bovendien moeten de vliegers vertrouwd zijn met het vliegen boven het nationale grondgebied. Dit voor het geval dat inzet binnen de Nederlandse grenzen nodig is.

Defensie beschermt wat ons dierbaar is.