Mijnenjagers

De hoofdtaak van de mijnenjagers is het mijnenvrij houden van de zee, de kustwateren en de havenmondingen. Daarnaast beschermen ze marine-eenheden in mijngevaarlijke gebieden op de wereld.

De eenheden worden wereldwijd ingezet ter ondersteuning van landoperaties vanuit zee. Denk aan het mijnenvrij maken van een kuststrookdeel voor een amfibische landing. Maar ook dichter bij huis voor het opsporen en ruimen van zeemijnen en explosieven op zee in het Nederlandse deel van het continentaal plat.

Daarnaast maken Nederlandse mijnenjagers permanent deel uit van de NAVO-mijnenbestrijdingsflottielje SNMCMG 1 (Standing NATO Mine Counter Measures Group 1). En de schepen kunnen worden ingezet om scheepswrakken en vermiste containers die een gevaar vormen op te sporen.

Specificaties

  • aantal: 6 (oorspronkelijk 15)
  • bemanningsleden: 28 tot 38
  • waterverplaatsing: 543 ton
  • lengte: 51,5 meter
  • breedte: 8,9 meter
  • diepgang: 3,8 meter
  • Voortstuwing:
    • mijnenjagen: 2 ADEC actieve roeren, totaal 240 pk
    • vrije vaart: Stork Werkspoor 1.860 pk
    • snelheid: 13 knopen (vrije vaart)  
  • systemen:
    • Op de romp geplaatste sonar (hull mounted sonar, HMS): de 2022 Mk III van Thales Underwater Systems (TUS);
    • Zelf aangedreven variabele diepte-sonar (self propelled variable depth sonar, SPVDS): Saab Bofors Double Eagle MkIII-mini onderzeeboot met een TUS Mk 2022-sonar;
    • Commando- en communicatiesysteem: integrated mine counter measures system van Atlas Elektronik.
  • bewapening:
    • 3 x M2-zwaar machinegeweer
    • mijnenidentificatie- en vernietigingssysteem SeaFox (Atlas Elektronik)
    • mine clearance duikers

Mijnenjagen

De mijnenjagers van de Koninklijke Marine hebben altijd een Hull Mounted Sonar (HMS) en afhankelijk van de missie een Self Propelled Variable Depth Sonar (SPVDS). Hiermee zoekt een mijnenjager de zeebodem af. Met deze sonarapparatuur kunnen niet alleen mijnen, maar bijvoorbeeld ook scheepswrakken en vermiste containers worden opgespoord.

Met de HMS kunnen nagenoeg alle objecten onder water worden opgespoord. Maar mochten temperatuurverschillen en zoutgehalte de detectie onmogelijk maken, dan wordt de mobiele SVPDS ingezet. Dit is een mini-onderzeeboot met een eigen sonar. Deze komt het beste tot zijn recht in operatiegebieden met grotere waterdiepten en verschillende waterlagen. De SVPDS wordt bestuurd vanuit de mijnenjachtcentrale en kan tot een kilometer van het schip explosieven opsporen.

SeaFox

Als een explosief is ontdekt, gaat de SeaFox het water in. Met het Acoustic Positioning System, vaart het 1,31 meter lange unmanned under water vehicle (UUV) naar het contact toe. De laatste 20, 30 meter wordt het UUV vanuit de mijnenjachtcentrale bestuurd.  

De marine heeft 3 soorten SeaFoxen, die op een kleine punten verschillen en voor verschillende doelen worden gebruikt:

  • Sea Fox T (Training), is voor leerdoeleinden van het dekpersoneel en het personeel in de mijnenjachtcentrale.
  • De oranje Sea Fox I (Investigate) heeft een sonar en een camera om het doelwit te vinden en te onderzoeken.
  • De zwarte Sea Fox C (Combat) heeft een sonar, een camera en kan van een explosief worden voorzien om het doelwit op te ruimen. Deze UUV wordt dus samen met het explosief opgeblazen.

Behalve de SeaFoxen kunnen ook duikers een contact verkennen en er een explosief aan vast maken.

Modernisering

De mijnenjagers zijn gemoderniseerd in het Project Adjusting Mine-counter-measures Capability (PAM). Met het PAM zijn de nieuwe sensoren en communicatiemiddelen verbeterd, de schepen kregen een nieuwe kombuis, nieuwe brandmeldinstallatie, een nieuwe brandbestrijdingsinstallatie, drinkwaternabehandelingsinstallatie en een onbemande Technische Centrale (TC). De techneut zit niet langer in de TC, maar krijgt storingsmeldingen op zijn telefoon. Ook de mijnenjachtcentrale is voorzien van de nieuwste apparatuur.

Bemanning

De omvang van de bemanning is afhankelijk van de uit te voeren taken. Het totaal varieert tussen 28 en 38 bemanningsleden. Iedereen aan boord heeft zijn eigen taken en specialiteit. Daarnaast heeft ieder bemanningslid een specifieke rol bij bijzondere situaties, zoals calamiteiten als brand en averij.

Bijzondere constructie

Het opvallendste aan een mijnenjager is de volledige afwezigheid van staal: de romp is van polyester en de opbouw van aluminium. Dit is gedaan omdat veel zeemijnen reageren op verstoringen van het magnetische veld. Hiervoor werden mijnenbestrijders van hout gebouwd, wat veel onderhoud vraagt.  

Niet alleen de polyesterromp was tijdens het onderwerpen in de jaren ’70 van de vorige eeuw een geavanceerde noviteit, dat gold ook voor de besturings- en andere systemen. Een mijnenjager moet binnen zeer kleine marges kunnen opereren. De ontwerpers bouwden een systeem met precisie-navigatiemiddelen, automatische piloot, actieve roeren en boegbesturing, waarmee het schip via een computer automatisch nauwkeurig is te manoeuvreren.

Goede leefomgeving

Ook is op de schepen aandacht besteed aan een goede leefomgeving. De schepen hebben actieve stabilisatie, permanente NBC-bescherming over het hele schip, airco, vrieskamer en een wasserij. Ze zijn voorzien van duikinstallaties, waaronder een eenpersoons-decompressietank, die door een helikopter van boord kan worden gehaald. Zo kan een slachtoffer veilig naar een ziekenhuis worden gebracht.

Controle overgenomen

De operationele ruimtes bestaan uit een brug, commandocentrale/ mijnenjachtcentrale en radiohut. De brug is in gemeenschappelijk overleg ontworpen bij het Instituut voor Zintuig Fysiologie, waardoor met een minimum bezetting alle installaties vanaf een paneel kunnen worden bediend. De commandocentrale en radiohut bevinden zich vlakbij de brug. Tijdens de mijnenjacht neemt de commandocentrale de controle over het schip volledig over. De brug heeft dan een veiligheidsfunctie voor de navigatie. In de commandocentrale bevinden zich naast de beeldkasten van sonar, radar en datahandling-apparatuur ook de bediening voor de hulpvoortstuwing.

Gezamenlijk ontwerp

De 6 mijnenjagers van de Alkmaar-klasse zijn gezamenlijk ontworpen door Nederland, België en Frankrijk. Zo heeft Frankrijk de apparatuur geleverd, België het elektronische systeem en de voortstuwing is Nederlands. Vanwege deze samenwerking tussen 3 landen is de internationale naam van deze scheepsklasse de Tripartite-klasse. Toen de laatste mijnenjager in 1989 in dienst werd gesteld, had de marine 15 exemplaren. In 2011 zijn als bezuinigingsmaatregel 4 mijnenjagers uit dienst gesteld van de 10 die toen nog voeren: Hr. Ms. Haarlem, Hr. Ms. Maassluis, Zr. Ms. Hellevoetsluis en Hr. Ms. Middelburg. In dienst zijn nu nog: