Traditie en gebruiken

Elke groep mensen krijgt na een tijdje vanzelf zijn eigen gewoonten en gebruiken. Ook de genie houdt er een paar op na. Het zijn allemaal stukjes traditie, souvenirs uit het verleden. Tezamen vormen ze de identiteit van de genie.

Sodeju!

Genisten ondertekenen hun mails en andere schrijfsels vaak met sodeju! Ook klinkt het woord luid en duidelijk als er getoost wordt of op andere momenten. De echte betekenis laat zich raden, maar het is vooral een krachtterm om uiting te geven aan het ‘genie-gevoel’. Om te laten weten dat je erbij hoort.

Het woord komt rechtstreeks uit de huidige variant van de Kolonel Van Heemskerck van Beestmars, oftewel het Mineurslied. Dit groeide uit tot het ‘volkslied’ van de genie.

Het Mineurslied hoor je overal waar genisten zijn: tijdens korpsfeesten en partijen, tijdens bruiloften en uitvaarten, als er genisten op missie gaan of terugkeren en tijdens korpsdiners. Als er stoelen voorhanden zijn wordt ‘staande gezeten’ gezongen (anders gewoon staand). Dat betekent: je zit op de rugleuning van je stoel, met een been op de zitting en een been op de grond. Zo rust je even, maar ben je toch paraat om direct aan de slag te gaan.

Brandewijnvat met het embleem van het Regiment Genietroepen.
Brandewijnvat met het regimentsembleem. (Foto: Anneke Janissen)

Brandewijn

In het eikenhoutje vaatje op de heup van de marketenster zit brandewijn. Dat is een sterk alcoholische drank (35 tot 40%) die in Nederland oorspronkelijk van moutwijn werd gestookt. Moutwijn was niet lang houdbaar dus distilleerden stokers de wijn tot sterke drank. Het idee was om dat later weer te verdunnen tot wijn maar daar kwam het zelden van: de pure brandewijn vond gretig aftrek.

Genisten dronken vroeger brandewijn om het bloed te laten stromen en om zichzelf wat moed in te drinken! Het is een traditie geworden: de marketenster die rondgaat met haar vaatje en de brandewijn tapt in voetloze glaasjes.

Marketenster houdt een peddel vast met daarop 6 met drank gevulde kleine glaasjes.
Marketenster met de natte peddel in de aanslag. (Foto: Anneke Janissen)

Glaasje zonder voet

Die voetloze glaasjes, of liever de ‘glaasjes zonder voet’, zijn van groot tactisch belang. Genisten staan nogal eens in de modder, aan de waterkant of op een zompige bouwplaats. Toen je nog moest betalen voor de brandewijn mocht er geen druppel van verloren gaan. Vandaar de steeltjes zonder voetje: je steekt het glaasje gewoon in de grond.

Tegenwoordig staat het glaasje ook symbool voor het werk van de genist in onontgonnen gebied. Als een pionier het missiegebied in: een kamp bouwen, wegen maken en bruggen slaan. En als laatste, als de missie ten einde is, opruimen en terug naar huis.

De kop van de bataljonsstok met het genieembleem gegraveerd.
De bijzondere kop van de bataljonsstok. (Foto: Anneke Janissen)

De stok van de regimentsadjudant

De functiestok was van oorsprong een rangonderscheiding van de hoogste onderofficier binnen een eenheid. Eigenlijk was het vooral een stok om mee te slaan ter stimulering van goed gedrag of als disciplinaire straf. Nog steeds hoort de functiestok tot de vaste uitrusting van de compagnies-sergeant-majoor, bataljonsadjudant of batterij-wachtmeester. Geslagen wordt er niet meer mee.

De regimentsadjudant van de genie heeft wel een heel speciaal exemplaar. In de knop van de stok zit namelijk het borrelglaasje van de regimentscommandant veilig opgeborgen. En in een verborgen holle ruimte past een beschaafde hoeveelheid brandewijn. De regimentsadjudant drinkt zijn deel direct uit de stok.

Uienrats

De uienrats was en is, zo blijkt ook uit de tekst van het Mineurslied, de ‘machtige’ brandstof voor het zware werk dat door genisten werd uitgevoerd. Het gerecht is de genie op het lijf geschreven. De ingrediënten liegen er niet om:

  • aardappelen;
  • uien;
  • reuzel of boter;
  • snufje zout, snufje peper;
  • in brandewijn gewelde rozijnen (boerenjongens).

Ooit een armeluisdiner maar bij de Genie staat deze voedzame en redelijk gezonde stamppot nog steeds op het menu bij beëdigingen.

Het regimentsboeket

1 rode roos. Die maakt het regimentsboeket. De oorsprong van dit ruikertje ligt in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Naar verluidt was het een idee van de eerste regimentsadjudant. De man zat verlegen om een geschenk voor de partner van een jubilaris of een ander die in het zonnetje werd gezet. Veel geld was er niet dus riep de adjudant het regimentsboeket in het leven: 1 rode roos vergezeld van de waardering van het hele regiment.

Het boeket is voor iedereen gelijk en wordt ‘geniewaardig’ (met respect) overhandigd. Meestal reikt de regimentsadjudant het boeket eerst aan de jubilaris uit, die het vervolgens namens het regiment aan degene geeft die hem of haar lief is. Meestal krijgt bij zo’n gelegenheid de marketenster ook een regimentsboeket.

Een kistje met daarin een kleine peddel met gaten voor de shotglaasjes.
De natte peddel in de bijbehorende kist. (Foto: Anneke Janissen)

De natte peddel

De traditie wil dat een jubilaris of vertrekkend genist een eigen ‘eregalerij’ mag samenstellen. Tijdens de receptie wordt de eregalerij opgesteld. Na de nodige plichtplegingen gaat de marketenster vervolgens rond met de ‘natte peddel’.

Deze peddel is een afgezaagd exemplaar met in het blad 6 gaten voor borrelglaasjes. De marketenster zorgt voor de vulling en deelt de glaasjes middels de peddel uit aan de eregalerij en de jubilaris. Een proost, een teug, het Mineurslied, sodeju! en applaus.

In de tijd dat er een borrel in het missiegebied nog mocht, kreeg de hoogste onderofficier van de uitgezonden genie-eenheid een handgemaakte kist mee met daarin een vervangende natte peddel. Tegenwoordig is dit militair erfgoed. Zo’n kist is zelfs overgedragen aan het Nationaal Militair Museum.

De eregalerij

De eregalerij bestaat uit de regimentscommandant (of bij diens afwezigheid de hoogste genist in rang en anciënniteit), de regimentsadjudant, de marketentster, de jubilaris en 6 eregasten. De eregasten zijn er op speciale uitnodiging van de jubilaris. Zij hebben iets bijzonders betekend tijdens het (werkzame) leven van de genist die in het zonnetje wordt gezet.

Korpsdiners

Samen eten is olie voor de vriendschap. Het Regiment Genietroepen hanteert deze wijsheid ook. 1 x per jaar worden daarom korpsdiners voor de officieren, voor de onderofficieren en voor de manschappen gehouden. Bij de korpsdiners van de genie zijn ook militairen van andere wapens en dienstvakken en burgers welkom, mits ze (tijdelijk) bij de genie werken.

De korpsdiners verlopen allemaal ongeveer volgens hetzelfde stramien en staan bol van tradities. Zo is er een tafel-voor-één gedekt als symbool voor degenen die het regiment zijn ontvallen. Voor hen houdt het regiment een minuut stilte. Het Mineurslied komt op zo’n avond zeker voorbij en tot besluit wordt samen gefeest.