Regimentsemblemen

Bij de meeste wapens en dienstvakken van de Koninklijke Landmacht is het baretembleem gelijk aan het regimentsembleem. Bij de genie ligt dat iets ingewikkelder. Er zijn verschillende baretemblemen. Alle elementen daarvan komen terug in het regimentsembleem.

De baretemblemen

In 1947 werden op basis van oudere emblemen vier nieuwe Genie-emblemen vastgesteld. Deze zijn goudkleurig en geplaatst op een bruine achtergrond. Centraal op elk embleem staat de sappeurshelm.

De emblemen komen terug op de kraagspiegels van het DT (dagelijks tenue). Als baretembleem worden ze geplaatst op een gestileerde ‘W’, die verwijst naar koningin Wilhelmina. Er zijn emblemen voor:

  • de genie-algemeen;
  • de pioniers;
  • de pontonniers;
  • de officier-opzichter van fortificatiën.

Door de samenvoeging van het 1e Regiment Genietroepen (pioniers) en het 2e Regiment Genietroepen (pontonniers) in 1972, verdwenen de pioniers- en pontonniers-emblemen uit het tenuevoorschrift.

Herstel

Met uitzondering van de fortificateurs droeg elke genist van het Regiment Genietroepen na 1972 het embleem van de genie-algemeen. De genie kreeg echter spijt van het verlies van de pioniers- en de pontonniers-emblemen. In 1993 werd het eerdere besluit weer teruggedraaid: de 2 afgeschafte emblemen keerden terug op het uniform en de baret.

Regimentsembleem

Het regimentsembleem is een samenvoeging van de 4 genie-emblemen. Het bestaat uit een sappeurshelm, een gekruiste schop en houweel, en een anker. Daaronder zijn de contouren van een vestingwerk met bastions afgebeeld.