Geschiedenis AOCS NM

De luchtverkeers- en gevechtsleiding van de Nederlandse krijgsmacht begon in de Tweede Wereldoorlog. Toen nog met alleen de verkeersleiding. Dit groeide uit tot het huidige Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM).

Een werkstation in de bunker van het AOCS Nieuw Milligen in 1969. Foto: NIMH

Een werkstation in de bunker van het AOCS Nieuw Milligen in 1969. Foto: NIMH

Nationale luchtverdediging

Eind jaren '40 werd in Nederland een nationale luchtverdedigingsorganisatie opgezet. Op aandringen van Engeland, zodat Nederland als buffer kon fungeren tegen de communistische Sovjet-Unie.

Radarstations moesten garanderen dat geen vijandelijk vliegtuig ongezien Nederlands luchtruim binnen kon vliegen. De radarstations, ook wel navigatiestations genoemd, kregen Engelse radarapparatuur. Vanwege het beperkte bereik van deze apparatuur werden er 5 radarstations opgericht. Elk station bestreek een deel van het luchtruim. Op 1 november 1949 werd in Nieuw Milligen het vierde radarstation opgericht. Dit Navigatiestation Veluwe bewaakte vanaf februari 1950 het centrale gedeelte van het Nederlandse luchtruim.

Ontstaan gevechtsleiding

De gevechtsleiding voor militaire vliegtuigen ontstond tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Engelse luchtverdediging gebruikte voor het eerst in de geschiedenis radarsystemen om binnendringende vliegtuigen op te sporen en te onderscheppen. Steeds meer luchtmachten volgden dit voorbeeld. Na de oorlog maakte ook de Nederlandse luchtmacht zich de techniek snel eigen.

Rond 1950 betrok de luchtmacht Kamp Nieuw Milligen met radarapparatuur van Britse makelij. Deze in vrachtwagens geïnstalleerde apparatuur was overgebleven uit de oorlog. Daaraan ontleent het gevechtsleidingsdeel van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) nog steeds haar huidige naam "Convooi". De locatie zou uiteindelijk uitgroeien tot het huidige AOCS Nieuw Milligen.

In 1972 nam de gevechtsleiding een nieuwe, driedimensionale langeafstandsradar in gebruik, de Medium Power Radar (MPR). In 1976 kwam daar nog een tweede MPR bij in Friesland, Radar Post Noord. Deze radars zijn inmiddels gemoderniseerd en nog steeds in gebruik.

De gevechtsleiding maakt al vele jaren gebruik van het MASE-gevechtsleidingssysteem. Dit systeem is voor de tactische commandovoering van luchtoperaties, denk aan air surveillance, fighter- & Service to Air Missile (SAM)-control en battle management.

Ontstaan verkeersleiding

De Nederlandse verkeersleiding voor militaire vliegtuigen ontstond ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er waren toen grote aantallen vliegtuigen tegelijkertijd in de lucht. Het begon met een overzicht van vertrektijden en vliegroutes. Met de groei van het luchtverkeer en nieuwe technische mogelijkheden werd verkeersleiding steeds belangrijker.

Personeel achter de beeldschermen in de Pharos II operation room in april 1994. Foto: NIMH

Personeel achter de beeldschermen in de Pharos II operation room in 1994. Foto: NIMH

In 1964 verhuisde het Flight Information Centre (FIC), de voorloper van het Military Air Traffic Control Centre (MilATCC), van Hilversum naar Nieuw Milligen. Met de oude rondzoekradar van de gevechtsleiding ging het FIC voor het eerst vliegtuigen dirigeren met een radar. In 1972 kreeg de verkeersleiding een nieuw geautomatiseerd luchtverkeersleidingssysteem, het Plane Handling And Radar Operating System (PHAROS I). In 1994 nam het MilATCC zijn intrek in een nieuwe bunker met het nieuwe verkeersleidingssysteem, PHAROS II