Militaire Willems-Orde

De Militaire Willems-Orde is een beloning voor daden van moed, beleid en trouw. Het is de oudste en hoogste onderscheiding van het Koninkrijk der Nederlanden. Deze kent de koning toe aan individuele militairen of eenheden voor buitengewone inzet.

Moed, beleid en trouw

In bijzondere gevallen worden ook niet-militaire Nederlandse onderdanen en vreemdelingen in de Orde opgenomen. Zij moeten zich voor dezelfde daden hebben onderscheiden.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

Het zogenoemde Kapittel der Militaire Willems-Orde onderzoekt alle daden uitvoerig. Vervolgens adviseert het kapittel de minister van Defensie om de persoon, onderdeel of eenheid wel of niet voor te dragen bij de koning, Grootmeester van de Militaire Willems-Orde.

Er zijn 4 klassen

De Militaire Willems-Orde bestaat uit 4 klassen:

  • Ridders der eerste klasse of Grootkruisen;
  • Ridders der tweede klasse of Commandeurs;
  • Ridders der derde klasse;
  • Ridders der vierde klasse.                   

Een Ridder der Orde, die opnieuw in de strijd een uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht, kan voor bevordering in de Orde in aanmerking komen.

Waterloo

Prins van Oranje, de latere koning Willem II, was de eerste die in de Orde is benoemd. In 1815 voerde hij bij Quatre Bras en Waterloo de Nederlandse troepen aan.

Slag bij Waterloo.

Slag bij Waterloo uitgebeeld op een oude prent.

Belgische Opstand

In totaal vonden er naar aanleiding van deze 2 veldslagen ongeveer 1.000 benoemingen plaats. In het vervolg van de 19e eeuw zouden nog talrijke benoemingen volgen. Zo leverde de Belgische Opstand in 1830 en de Tiendaagse Veldtocht, een jaar later, een groot aantal nieuwe Ridders op. 

Atjeh

Nederlands-Indië was bij uitstek het gebied waar het Ridderkruis der Militaire Willems-Orde werd verdiend. De provincie Atjeh spande in dit opzicht de kroon. Daar vonden ruim 1.000 benoemingen plaats. In de periode tot 1940 werden 5.866 personen met de Militaire Willems-Orde gedecoreerd.

Afghanistan

De Korea-oorlog leidde tot 3 benoemingen in de Orde. Pas ruim een halve eeuw later ontving een volgend individu de ridderslag. Dat was kapitein Marco Kroon van het Korps Commandotroepen voor zijn optreden in Afghanistan. Op 29 mei 2009 sloeg koningin Beatrix hem tot Ridder in de Militaire Willems-Orde der vierde klasse.

Op 4 december 2014 werd een volgende commando onderscheiden voor zijn optreden in Afghanistan, majoor Gijs Tuinman. Tuinman ontving de Militaire Willems-Orde voor zijn daden in 2009 als commandant Meervoudig Ploegoptreden van Task Force 55 in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Onderscheiden eenheden

De wet biedt de mogelijkheid het Ridderkruis vierde klasse toe te kennen aan onderdelen van de krijgsmacht die zich in de strijd hebben onderscheiden. Op grond hiervan zijn 6 onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht onderscheiden met de Militaire Willems-Orde voor acties in de Tweede Wereldoorlog:

Levende Ridders

Er zijn nu nog 4 Ridders Militaire Willems-Orde in leven. De Engelsman Ken Mayhew (1917) en de Amerikaan Edward Fulmer (1919). Verder zijn het de actief dienende Nederlandse militairen majoor Marco Kroon (1970) en majoor Gijs Tuinman (1979).

  • de Marine Luchtvaartdienst van de Koninklijke Marine (1942);
  • het Korps Mariniers van de Koninklijke Marine (1946);
  • de Onderzeedienst van de Koninklijke Marine (1947);
  • de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’ (1945), waarvan de traditie door 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene wordt voortgezet;
  • het wapen der Militaire Luchtvaart in Nederland (1940), waarvan de traditie door de Koninklijke Luchtmacht wordt voortgezet;
  • het wapen der Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (1942), waarvan de traditie door de Koninklijke Luchtmacht wordt voortgezet.

Aan het vaandel van 12 Infanteriebataljon (Air Assault) Regiment Van Heutsz van de Koninklijke Landmacht is sinds 1972 de Militaire Willems-Orde gehecht. Dit regiment zet de traditie voort van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). 3 eenheden van het KNIL kregen de Militaire Willemsorde voor hun optreden in Nederlands-Indië:

  • het 7e Veldbataljon (1849);
  • het 3e Veldbataljon (1877);
  • het Korps Marechaussee van Atjeh en Onderhorigheden (1930).

Buitenlandse eenheden

2 buitenlandse eenheden zijn onderscheiden met de Militaire Willems-Orde voor hun rol in Operatie Market Garden / de Slag om Arnhem in september 1944:

  • 82nd (US) Airborne Division;
  • 1st Polish Independent Parachute Brigade (1 Samodzielna Brygada Spadochronowa) (31 mei 2006), waarvan de 6th (Polish) Air Assault Brigade (6 Brygada Desantowo-Szturmowa) de tradities voortzet.
Koning Willem-Alexander hecht het onderscheidingsteken van de Militaire Willems-Orde aan het vaandel van het KCT.

Koning Willem-Alexander hecht het onderscheidingsteken van de Militaire Willems-Orde aan het vaandel van het KCT.

Korps Commandotroepen

Het Korps Commandotroepen kreeg op 15 maart 2016 de Militaire Willems-Orde. Koning Willem-Alexander reikte de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding uit op het Binnenhof in Den Haag.

De commando’s kregen de onderscheiding voor hun inzet in Afghanistan van maart 2005 tot en met september 2010. Met kleine en zelfstandige eenheden zorgden zij voor grote veranderingen, vaak diep in vijandelijk gebied. Zij onderscheidden zich hierbij door buitengewone daden van moed, beleid en trouw.

Instelling Militaire Willems-Orde

De Militaire Willems-Orde werd bij wet ingesteld op 30 april 1815. Deze wet bestond uit 12 artikelen en was van kracht tot 30 april 1940. Op die datum werd zij met ‘handhaving van haar beginselen’ herzien.