Nederlandse bijdrage in Mali

De Nederlandse militairen voeren in Mali vooral verkenningen uit en verzamelen inlichtingen. Die informatie gebruikt de commandant van de VN-missie om operaties voor te bereiden.

De Nederlanders vormen daarmee de ‘oren en ogen’ binnen de VN-missie. Daarnaast helpen civiele deskundigen de Malinese politie en rechtsstaat te verbeteren.

Bijdragen aan Minusma

De VN-operatie in Mali moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgers beschermen. De Nederlandse bijdrage aan Minusma bestaat vooral uit:

  • langeafstandsverkenners;
  • inlichtingenpersoneel;
  • politietrainers.

De eenheden werken vanuit het sectorhoofdkwartier in Gao. Enkele stafofficieren werken op het Minusma-hoofdkwartier in de hoofdstad Bamako.

Langeafstandsverkenners verzamelen inlichtingen

Militairen van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers vormden 2,5 jaar de operationele kern op de grond. In december 2016 namen militairen van met name 11 Luchtmobiele Brigade de verkenningstaak over. Zij vormen de Long-Range Reconnaissanse Patrol Task Group Desert Falcon.

In het oostelijk gelegen Gao voert deze Task Group Desert Falcon lange-afstandsverkenningen uit. De militairen zijn dan een aantal dagen op pad om informatie te verzamelen in veraf gelegen gebieden. Ze hebben een stevig mandaat. Dit betekent dat ze geweld mogen gebruiken wanneer ze terechtkomen in een gevechtssituatie.

Daarnaast krijgen ze andere opdrachten. Zoals het ontmantelen van verborgen wapenopslagplaatsen en het oppakken van strijders die geïmproviseerde explosieven fabriceren.

De commandant van Minusma stuurt de Nederlandse militairen aan vanuit het hoofdkwartier in Bamako. Om dat soepel te laten verlopen, zijn er stafmilitairen mee voor de planning. Verder heeft Defensie militaire specialisten in Mali. Onder meer voor elektronische oorlogsvoering, ruimen van explosieven, logistiek, verbindingen en medische taken.

Coördinatie en analyse inlichtingen

Alle inlichtingenstromen van Minusma komen samen op het hoofdkwartier in Bamako. Bij de All Sources Information Fusion Unit (Asifu). Asifu analyseert de informatie samen met de informatie van de Nederlandse verkenners en stuurt deze door.

Minusma is sterk afhankelijk van de informatiestromen. Ze dienen als basis om besluiten te nemen over militaire operaties. Nederland heeft een aantal functionarissen op het hoofdkwartier om deze processen te begeleiden.

Apaches en Chinooks tot 2017

4 Nederlandse Apache-gevechtshelikopters en 3 Chinook-transporthelikopters vervulden tot 2017 een belangrijke rol in de missie. De Apaches verzamelden inlichtingen en ondersteunden Nederlandse eenheden op de grond. De Chinooks zorgden onder meer voor troepen- goederen en gewondentransport.

Begin 2017 keerden de laatste helikopters terug naar Nederland. Dat was nodig om de geoefendheid van de vliegers weer op peil te brengen. Ook was het ondersteunende personeel te lang uitgezonden. Andere landen namen deze taken in het missiegebied over.

Nederlanders trainen Malinese politie

Naast de militairen zijn er ongeveer 25 politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen in Mali. Zij trainen onder meer de Malinese politie, ontwikkelen de rechtsstaat en hervormen de veiligheidssector.

Overdragen taken

De afgelopen jaren heeft Nederland zich actief ingezet voor de overdracht van taken. Daarmee daalde de Nederlandse bijdrage aan Minusma. In 2014 bestond de Nederlandse bijdrage aan Minusma uit ongeveer 450 militairen, in 2016 uit ongeveer 375 militairen, in 2017 uit ongeveer 290 militairen en in 2018 uit maximaal 250 militairen. De afname in 2018 wordt vooral mogelijk gemaakt door de overdracht van het beheer van Kamp Castor aan Duitsland.