2 nieuwe schietfaciliteiten voor Speciale Eenheden

De Speciale Eenheden van Defensie krijgen beschikking over 2 nieuwe schietfaciliteiten. Deze komen in Soesterberg en Ossendrecht. Dat meldde staatssecretaris Barbara Visser aan de Tweede Kamer.

2 militairen met wapen in schiethuis.
Archieffoto: oefening special operation forces.

De nieuwe faciliteiten zorgen ervoor dat de Speciale Eenheden hiermee oefenmogelijkheden krijgen die aan alle moderne eisen voldoen. Dat is voor de commando’s heel belangrijk, zegt Bart de Graaff van het Korps Commandotroepen. "In operaties wil je niet op situaties stuiten die je nog nooit hebt meegemaakt. Trainen zoals je in het echt ook zou vechten, helpt in missiegebieden om het aantal slachtoffers naar beneden te brengen.’’

De bedoeling is dat de faciliteit in Soesterberg op zijn laatst in 2023 klaar is, terwijl die in Ossendrecht op zijn vroegst 2024 in gebruik wordt genomen. Militairen trainen nu nog op een tijdelijke schietlocatie in Roosendaal.

De Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) en de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF) kunnen in de toekomst in Soesterberg terecht. Daar komt de faciliteit op een nieuw in te richten terreindeel op de Sergeant-majoor Scheickkazerne. In Ossendrecht wordt voor het Korps Commandotroepen plaats gemaakt om te trainen op de Koningin Wilhelmina Kazerne. Er is specifiek voor Soesterberg en Ossendrecht gekozen, omdat beide locaties goed bereikbaar zijn voor de Speciale Eenheden.

Schiethuis en snipertoren

De locaties worden met dezelfde faciliteiten ingericht. Zo komt er een close quarter battle live fire-schiethuis, waar zowel met scherp als oefenmunitie kan worden geschoten in een bebouwde omgeving. Ook komt er op de locaties een snipertoren en een 100 meter 270-graden-binnenschietbaan.

Met het oog op de veiligheid komen er mobiele kogelvangers en een videovolgsysteem met intercom, dat vanuit de regiekamer wordt bediend. Daarnaast worden beide banen voorzien van mechanische ventilatie om schietbaangassen af te kunnen voeren.

Met het project is € 25 tot € 100 miljoen gemoeid.