Koninklijke Landmacht

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Geschiedenis landmacht

De Koninklijke Landmacht bestaat ruim 200 jaar: 2 bewogen eeuwen. Wat er ook gebeurde, Nederland kon rekenen op de militairen van de landmacht.

Scheveningse strand

Op 30 november 1813 landde de prins van Oranje op het Scheveningse strand. In Den Haag wachtte een handjevol gewapende burgers zijn komst af. Deze militie schaarde zich achter hun vorst om te doen wat nodig was: vechten voor vrede en vrijheid.

Het waren jonge mannen en ervaren officieren. 50 veteranen van het Staatse leger sloten zich bij hen aan. Zij sloegen een brug naar het oude leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dat was het roemrijke leger waarvoor Willem van Oranje met eigen geld de kiem legde: het leger van prins Maurits, van ‘stedendwinger’ prins Frederik Hendrik en van stadhouder Willem III.

Het Staatse leger was een lichtend voorbeeld voor vriend en vijand. Het introduceerde het onderofficierskorps en innoveerde het optreden in formatie. Maurits drilde zijn soldaten om in formatie te blijven tijdens het gevecht. Ook liet hij ze oefenen met schieten en het uitvoeren van manoeuvres. Zaken die nu vanzelfsprekend zijn, maar toen revolutionair waren. Professionaliteit, discipline en innovatie stonden hoog in het vaandel en de Republiek kon bouwen op de erfenis van dit leger.

Het nieuwe leger

Op 9 januari 1814 stelde de prins, de latere koning Willem I, de organisatie van de zogenoemde Staande Armee, bestaande uit vrijwilligers. Deze datum is de verjaardag van de Koninklijke Landmacht.

Enkele dagen later deed hij hetzelfde voor de Nationale Militie. Deze bestond uit dienstplichtigen. Dienstplichtigen zouden nog tot in 1996 het gezicht van de landmacht bepalen. Niet alleen waren er te weinig vrijwilligers, ook was een groot beroepsleger te duur. Daarmee kreeg het koninkrijk een eigen leger.

Waterloo

Het nieuwe leger moest zich onmiddellijk bewijzen. Het verdreef eerst de laatste Fransen uit het land. In het jaar daarna, 1815, stond de Armee opnieuw tegenover Napoleon. Met Britten en Duitsers dwong het Nederlandse leger de Franse keizer bij Waterloo voorgoed op de knieën.

Belgische opstand

In 1830 kwamen de Belgen in opstand. Ze wilden onafhankelijkheid. De koning stuurde het leger naar de zuidelijke Nederlanden. Er volgden verschillende (bloedige) gevechten en de Nederlanders trokken zich terug. De Tiendaagse Veldtocht moest de Belgische opstand in 1831 alsnog onderdrukken en aanvankelijk lukte dit ook. Toen Frankrijk het jonge Belgische koninkrijk te hulp dreigde te schieten, trokken de Nederlanders zich terug op Antwerpen. Na het 24-daagse Beleg van Antwerpen (1832) viel ook deze citadel. Pas in 1839 erkende Nederland de Belgische onafhankelijkheid.

Een eeuw vrede

Na de Belgische afscheiding koos Nederland voor neutraliteit. Als het moest, zou de landmacht dat gewapenderhand duidelijk maken. Toch beknibbelde het land op die garantie: er werd bezuinigd op het leger.

De landmacht hoefde een eeuw niet te vechten. Wel leverden militairen steeds vaker bijstand aan de samenleving. Dat lag ook voor de hand: militairen zijn overal op voorbereid. De landmacht bezit de mankracht en het materieel. Militairen zijn mentaal en fysiek fit en loyaal. Het begon met ‘kermiswacht’, maar de inzet werd steeds grootschaliger en specialistischer. Nu is de Koninklijke Landmacht niet weg te denken als het om openbare veiligheid gaat.

Oorlogen

De landmacht mobiliseerde in 1870 en in 1914. De eerste keer kort, vanwege de Frans-Duitse oorlog. Wel werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor het eerst getest en gebieden onder water gezet. De tweede keer voor 4 jaar. Toen bleef het oorlogsgeweld buiten de grenzen. In 1940 liep het anders. Het Duitse leger overrompelde Nederland. Ondanks de heldenmoed van sommigen, liep het zelfvertrouwen een grote deuk op. Maar de landmacht hervond zich: op weg van Normandië naar het vaderland, in Nederlands-Indië en in Korea.

Talloze monumenten herinneren aan de offers die de landmacht bracht. Van de mannen en vrouwen die voor het Koninkrijk der Nederlanden op de bres stonden, kwamen er duizenden in vijandelijk vuur om het leven.

Bondgenoot

Tegenwoordig opereert de landmacht vrijwel altijd samen met anderen. Met de andere krijgsmachtdelen, met krijgsmachten van andere landen, maar ook met civiele partijen. Die ontwikkeling begon in de Koude Oorlog, toen een bondgenootschap hard nodig was als antwoord op het communistische Oostblok. De parate sterkte van de landmacht bedroeg toen 65.000 militairen, wat met mobilisatie tot 210.000 kon worden uitgebreid.

De Koninklijke Landmacht is een gewilde bondgenoot. De Nederlandse militair is goed opgeleid, gemotiveerd, zelfstandig en vindingrijk. Ze dienden in Libanon, voormalig Joegoslavië, Cambodja, Irak, Afghanistan en Turkije en ondersteunen dagelijks in Nederland zelf.

In 200 jaar is veel veranderd, maar niet alles. De militair van de landmacht vecht voor vrede en vrijheid. Altijd en overal, als het moet. Als praten niet meer helpt, dan beschermen militairen de belangen van Nederland. Dat was de overtuiging van een handjevol mannen, ruim 200 jaar geleden. Dat was het ook van duizenden Nederlanders die sindsdien vrijwillig of dienstplichtig militair waren. Dat is het nog steeds van de ongeveer 17.500 militairen in dienst van onze Koninklijke Landmacht.

Defensie beschermt wat ons dierbaar is.