Vaandels en standaarden bij de Koninklijke Landmacht

Op deze overzichtspagina staat informatie over de vaandels en de standaarden van de regimenten, korpsen en onderwijsinstituten van de Koninklijke Landmacht. De gegevens staan in de volgorde die dit krijgsmachtdeel traditioneel hanteert.

De standaard van het Regiment Huzaren van Boreel

Het Regiment Huzaren van Boreel kreeg de standaard uitgereikt op 13 december 1961. In 2002 is het doek vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • Quatre-Bras en Waterloo 1815;
  • de Tiendaagse Veldtocht 1831;
  • Java en Sumatra 1946-1949.

Het regiment is genoemd naar de oud-dragonder jonkheer Willem François Boreel (1775-1851). Hij kreeg op 25 november 1813 de opdracht een regiment huzaren op te richten. Ondanks een gebrek aan uitrusting en wapens slaagde hij erin om in korte tijd met een kleine groep ervaren officieren een volwaardig regiment samen te stellen. Wegens de kleur van het uniform werden de militairen van deze eenheid ook wel de Blauwe Huzaren genoemd.

Dit onderdeel en zijn voorgangers behoorden tot de lichte cavalerie, die onder meer verkenningstaken uitvoerde. Het regiment ontving zijn huidige naam in 1947. Het is verbonden met 43 Brigade Verkenningseskadron.

In september 2012 kreeg het regiment de traditie in bewaring van de ontbonden regimenten Huzaren van Sytzama en Huzaren Prins van Oranje. Dit laatste bewaarde al vanaf 2007 de traditie van het ontbonden Regiment Huzaren Prins Alexander. Aan de standaard van Boreel zijn 3 cravates vastgemaakt. Hierop staan de namen van de ontbonden eenheden en de opschriften op hun standaarden.

Literatuur: Arie Rens, Huzaren van Boreel 1813-2003 en de voorgeschiedenis 1695-1813. (Amersfoort 2003).

Het vaandel van het Garderegiment Grenadiers en Jagers

Het Garderegiment Grenadiers en Jagers kreeg het vaandel op 11 april 1995.

De opschriften zijn:

  • Tiendaagse Veldtocht 1831;
  • Ypenburg en Ockenburg 1940;
  • Ockenburg 1940;
  • West-Java 1946 - 1949;
  • Oost-Java 1947-1949.

Aan het vaandel zit het Metalen Kruis bevestigd.

Het regiment komt voort uit 2 specifieke soorten infanterie, die beide onder het Staatse leger zijn ontstaan.

De grenadiers deden hun intrede in 1672. Ze hadden als taak om bij het begin van de veldslag hun granaten naar de vijand te gooien. Door hun grote voorkomen en goede lichamelijke conditie groeiden ze uit tot elitesoldaten.

De jagers, die in de jaren ‘80 van de 18e eeuw een vast korps werden, waren licht bewapende infanteristen. Tijdens de veldslag opereerden zij buiten de linies. Ze waren uitgerust met een jagersbuks en traden op als scherpschutters.

In 1829 richtte koning Willem I een afdeling grenadiers en 2 bataljons jagers op. Deze eenheden werden in 1843 samengevoegd tot 1 regiment. Sindsdien vormden de grenadiers en jagers nu eens een geheel, dan weer 2 zelfstandige onderdelen. In 1995 kwamen zij weer samen in het Garderegiment Grenadiers en Jagers. Deze traditie-eenheid is gekoppeld aan 11 Infanteriebataljon Garde Grenadiers en Jagers. Ook de stafcompagnie van 11 Luchtmobiele Brigade maakt administratief deel uit van het regiment.

Hoewel de grenadiers en de jagers 1 regiment vormen, hebben zij elk een apart embleem. Bij de grenadiers is dat de springende granaat en bij de jagers de jachthoorn. Deze zijn onder andere aangebracht op de kraagpatten, die rechthoekig van vorm zijn. Dat formaat is voorbehouden aan de garderegimenten. Net als de fuseliers ontvingen de grenadiers en jagers deze status op 1 juli 1948. Dit onderstreepte hun nauwe band met het Koninklijk Huis.

Literatuur: Paul Hartman en Arthur ten Cate, Garde zonder grenzen. 175 jaar Grenadiers en Jagers 1829-2004 (Den Haag 2004).

Het vaandel van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene kreeg het vaandel op 6 juli 1965 uitgereikt. Het doek is in 2004 vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • St. Come 1944;
  • Pont Audemer 1944;
  • Beeringen 1944;
  • Tilburg 1944;
  • Hedel 1945;
  • West-Java 1946-1949;
  • Oost-Java 1947-1949.

Aan het vaandel zijn de Militaire Willems-Orde en het Invasiekoord vastgemaakt.

Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene komt voort uit de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, die in 1941 in Engeland werd opgericht. Het leverde vanaf augustus 1944 in geallieerd verband een bijdrage aan de bevrijding van Noordwest-Frankrijk, België en Nederland. In december 1945 werd de Irenebrigade, zoals zij meestal werd aangeduid, opgeheven. De traditie ging over op het Infanterieregiment Prinses Irene, opgericht in april 1946.

Net zoals de grenadiers en jagers kreeg dit onderdeel 2 jaar later de gardestatus. Vanaf 12 maart 1952 heet de eenheid Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. 17 Pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene vormt het parate bataljon van het regiment.

Literatuur: Hans Sonnemans en Willem Verweij, Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (Oirschot 2001).

Het vaandel van het Regiment Van Heutsz

Het Regiment Van Heutsz kreeg het vaandel op 24 februari 1954. Het doek is in 1989 vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • Krijgsverrichtingen Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1832-1950;
  • Korea 1950-1954.

Aan het vaandel zijn de Militaire Willems-Orde en de Atjehmedaille bevestigd.

Het Regiment Van Heutsz is opgericht in 1950 en zet de traditie voort van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het is genoemd naar luitenant-generaal J.B. van Heutsz. Deze militair was onder andere gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hij vestigde het Nederlandse gezag tot in de uithoeken van de eilandengroep.

Het regiment is gekoppeld aan 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel. Dat geldt ook voor het Nederlands Detachement Verenigde Naties, dat van 1950 tot 1954 deelnam aan de oorlog in Korea. In 1955 werden de compagnieën die binnen de Koninklijke Landmacht waren belast met de bewaking van militaire objecten, ook onder `Van Heutsz’ gebracht. Van 1966 tot 1994 was 48 Pantserinfanteriebataljon vast met het regiment verbonden.

Literatuur: Willem Bevaart, Vijftig jaar Regiment Van Heutsz 1950-2000 (Den Haag 2000).

Het vaandel van het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

Het Regiment Stoottroepen Prins Bernard kreeg het vaandel uitgereikt op 29 april 1949. Het doek werd enkele malen vernieuwd. Het laatst gebeurde dat op 4 maart 2009. Op het vaandel kwam toen de nieuwe regimentsnaam, die in 2002 was toegekend.

De opschriften zijn:

  • Noord-Brabant en Limburg 1944-1945;
  • West- en Midden-Java 1946-1949;
  • Midden-Sumatra 1947-1949.

Aan het vaandel werd in 1982 het Verzetsherdenkingskruis vastgemaakt.

Het Regiment Stoottroepen kwam voort uit de gewapende verzetsgroepen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland ontstonden. Prins Bernard bepaalde op 21 september 1944 als bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten dat deze groepen zich moesten omvormen tot een reguliere eenheid. Daarom geldt die dag als de oprichtingsdatum van het regiment.

In 1957 werd deze traditie-eenheid gekoppeld aan 41 Infanteriebataljon, dat in de jaren ‘60 werd omgedoopt tot 41 Pantserinfanteriebataljon. Dit bleef voortbestaan tot 1994. Sindsdien is het regiment gekoppeld aan 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel. 11 Mortiercompagnie Luchtmobiel is eveneens met de Stoottroepen verbonden.

In 2002 besloot de Koninklijke Landmacht dat de traditie-eenheid voortaan Regiment Stoottroepen Prins Bernhard zou heten. Deze naam brengt de grote betrokkenheid van de prins bij het regiment tot uitdrukking.

Literatuur: J.N. Lodders, De wortels, het ontstaan en de geschiedenis van het Regiment Stoottroepen 1942-1982 (Harderwijk 1999) en: J.A.M.M. Janssen, P.M.H. Groen en C.M Schulten, Stoottroepen 1944-1984 (Utrecht 1984).

Het vaandel van het Regiment Infanterie Johan Willem Friso

Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso, kortweg aangeduid als JWF, kreeg het vaandel uitgereikt op 8 oktober 1951. Het doek is in 2008 vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • Tiendaagse Veldtocht 1831
  • Citadel van Antwerpen 1832
  • Java en Sumatra 1946-1949

De naamgever van het regiment, prins Johan Willem Friso (1687-1711), behoorde tot de Friese tak van het geslacht Nassau. Hij was stadhouder van Friesland en Groningen. In zijn korte leven speelde hij een opmerkelijke rol als troepencommandant. De naam van de prins werd in 1950 aan het regiment verbonden, omdat het de traditie ging voortzetten van 2 infanterie-eenheden die hun thuisbasis in de noordelijke provincies hadden.

Het regiment is gekoppeld aan 44 Pantserinfanteriebataljon (44 Painfbat). Dit maakte van 1979 tot 1983 deel uit van UNIFIL, de VN-vredesmacht in Zuid-Libanon. Een compagnie zette deze deelname daarna nog 2 jaar voort.

Een nieuwe organisatiestructuur van de krijgsmacht in 1992 leidde tot het mobilisabel stellen van het bataljon. De traditie van JWF ging over naar 43 Pantserinfanteriebataljon, dat 2 jaar later uit de organisatie verdween. Het regiment hield op te bestaan. Door de herschikking van de gevechtskracht werd 44 Painfbat in 1999 weer paraat gesteld en keerde JWF terug, net als het vaandel. Op dit moment zijn behalve 44 Painfbat ook de Staf- en stafcompagnie 43 Gemechaniseerde Brigade en de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso aan het regiment gekoppeld.

Het oudste stamonderdeel van JWF werd opgericht in 1577. Daardoor geldt het als het oudste infanterieregiment van het Nederlandse leger.

Literatuur: Thijs Brocades Zaalberg, Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso (Den Haag 2011).

Het vaandel van het Regiment Limburgse Jagers

Het Regiment Limburgse Jagers kreeg het vaandel uitgereikt op 8 oktober 1951. Het doek werd het laatst in 2002 vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • Quatre-Bras 1815;
  • Waterloo 1815;
  • Tiendaagse Veldtocht 1831;
  • Citadel van Antwerpen 1832;
  • West- en Midden-Java 1946-1949;
  • Noord-Sumatra 1947-1949.

Op de cravates staan: Roermond 1940, Venlo 1940, Zutphen 1940.

Limburg behoorde van 1842 tot 1867 tot de Duitse Bond. Dat was een politieke samenwerking van vorstendommen en stadsstaten binnen het voormalige Duitse Rijk. Op grond van dit lidmaatschap moest Limburg een troepencontingent leveren. Daartoe behoorde onder meer een eenheid Limburgse Jagers.

In de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog kwam er een landstormkorps met dezelfde benaming. Dit droeg een bronsgroen uniform en voerde de hoorn als onderscheidingsteken. Deze elementen kwamen in 1950 terug in het toen opgerichte naamregiment. Dit onderdeel zet sindsdien de traditie voort van het 2e en 11e Regiment Infanterie. Verder bewaart het de traditie van het 6e Regiment Infanterie. Daarom zijn aan het vaandel cravates gehecht met de naam en de krijgsverrichtingen van dat onderdeel.

Het Regiment Limburgse Jagers is verbonden met 42 Pantserinfanteriebataljon. Dit onderdeel was in de periode van de Koude Oorlog lange tijd in het Duitse Seedorf gelegerd. In 2006 keerde het terug naar Nederland.

Literatuur: N.C.S. Vroom en E.P.M. Ramakers, De Limburgse Jagers, 1813-1850-1995 (Maastricht 1995).

Het vaandel van het Regiment Infanterie Oranje Gelderland

Het Regiment Infanterie Oranje Gelderland ontving het vaandel op 8 oktober 1951.

De opschriften zijn:

  • Quatre-Bras en Waterloo 1815;
  • Citadel van Antwerpen 1832;
  • Grebbeberg 1940.

Op de cravates staan: Java 1946-1949, West-Java 1946-1949 en Nieuw-Guinea 1962. Aan het vaandel is het Zilveren Kruis bevestigd.

De naam Oranje Gelderland verwijst naar een regiment dat in 1722 in bezit kwam van prins Willem Carel Hendrik Friso, de latere stadhouder Willem IV.

In 1950 werd de aanduiding Oranje Gelderland gekoppeld aan het naamregiment. Dat nam de plaats in van het 5e Regiment Infanterie (5 RI) en bewaarde de traditie van het 8e Regiment Infanterie (8 RI). Deze onderdelen kwamen uit de provincies Utrecht en Gelderland. De naam en de krijgsverrichtingen van 8 RI staan vermeld op cravates, die aan het vaandel zijn vastgemaakt.

In de jaren ‘60 raakte het regiment nauw verbonden met 45 Pantserinfanteriebataljon (45 Painfbat). `Oranje Gelderland’ had toen ook twee bijzondere eenheden onder zich. Dat was allereerst de Troepenmacht in Suriname, die van 1957 tot 1975 in het toenmalige overzeese rijksdeel was gestationeerd. En verder 6 Infanterie Bataljon, dat van 1960 tot 1962 in Nederlands Nieuw-Guinea verbleef en acties uitvoerde tegen Indonesische infiltranten.

Door de inkrimping van de krijgsmacht verdween 45 Painfbat in 1994 uit de organisatie. Daarmee ging ook het regiment ter ziele. In verband met de herschikking van de gevechtskracht richtte de Koninklijke Landmacht het bataljon in 2006 weer op. Zo kwam ook het regiment opnieuw tot leven. Het vaandel, dat in 1995 was opgelegd, keerde eveneens terug.

Het regiment besteedt in de traditiehandhaving veel aandacht aan de strijd van 8 RI tegen de Duitsers op de Grebbeberg in mei 1940. Zo levert het daar de vaandelwacht bij de jaarlijkse herdenkingen.

Literatuur: Martin Elands e.a., Het Regiment Oranje Gelderland, (Amsterdam 2006).

Het vaandel van het Korps Commandotroepen

Het Korps Commandotroepen kreeg het vaandel op 22 december 1955 uitgereikt. In 2002 werd het doek vernieuwd.

De opschriften zijn:

  • Arakan 1944;
  • Arnhem 1944;
  • Nijmegen 1944;
  • Eindhoven 1944;
  • Westkapelle 1944;
  • Vlissingen 1944;
  • Djokjakarta 1948;
  • Midden-Sumatra 1948 – 1949.

Commando’s voeren in kleine eenheden speciale opdrachten uit bij verdedigings- en crisisbeheersingsoperaties. In 1942 volgden de eerste Nederlanders de Britse commando-opleiding in Schotland. Hieruit ontstond No 2 Dutch Troop, de eerste Nederlandse commando-eenheid. Bijna gelijktijdig ontstond in de Oost het Korps Insulinde. Dat voerde acties uit in de Indische eilandengroep, die toen bezet was door Japan. Deze eenheden zijn de voorlopers van het Korps Commandotroepen (KCT), dat in 1950 werd opgericht.

Literatuur: Alex Krijger en Martin Elands, Het Korps Commandotroepen 1942-1997 (Den Haag 1997).
Peter Blok, Korps Commandotroepen (Almere 2007).
Arthur ten Cate en Martijn van der Vorm, Callsign Nassau. Het moderne Korps Commandotroepen, 1989-2012 (Amsterdam 2012).

De standaard van het Korps Rijdende Artillerie

Het Korps Rijdende Artillerie kreeg de standaard uitgereikt op 24 september 2002.

De opschriften zijn:

  • Quatre-Bras 1815;
  • Waterloo 1815;
  • Hasselt 1831;
  • Kermpt 1831;
  • Leuven 1831.

De rijdende artillerie was van oorsprong een snel verplaatsbare eenheid, bewapend met licht geschut. Ze ondersteunde de cavalerie. Op 21 februari 1793 werden er bij het Staatse leger twee brigades rijdende artillerie opgericht. Hieruit kwam later het Korps Rijdende Artillerie (KRA) voort, dat kort na de Tweede Wereldoorlog ter ziele ging. In 1963 werd 11 Afdeling Rijdende Artillerie (eerder: 11 Afdeling Veldartillerie) aangewezen om de traditie van de KRA voort te zetten. In 1973 kwam ook het korps zelf weer tot leven.

De militairen van de KRA staan bekend als de Gele Rijders. Deze erenaam danken ze aan de tressen op het uniform dat koning Willem II in 1842 invoerde. De KRA draagt dit tegenwoordig nog als ceremonieel tenue.

Literatuur: B. Schoenmaker en J.P.C.M. van Hoof, 200 jaar Rijdende Artillerie, 1793-1993 (Den Haag 1993).

De standaard van het Korps Veldartillerie

Het Korps Veldartillerie kreeg op 24 september 2002 de standaard uitgereikt.

De opschriften zijn:

  • Citadel van Antwerpen 1832;
  • Mill 1940.

Met de oprichting in 1677 van 6 artilleriecompagnieën kreeg het wapen een vaste plaats in het Staatse leger. In dat jaar ligt ook de oorsprong van het huidige Korps Veldartillerie.

Het korps zet de traditie voort van alle eenheden die niet tot de rijdende, de luchtdoel- en de vestingartillerie behoorden. Het ontstond in 1974 uit de samenvoeging van de 3 naamregimenten van de veldartillerie. Die waren in 1950 in de plaats gekomen van de nummerregimenten.

Literatuur: Jan Hoffenaar, Joep van Hoof en Jaap de Moor, Vuur in beweging 325 jaar veldartillerie 1677-2002 (Amsterdam 2002).

Het vaandel van het Korps Luchtdoelartillerie

Het Korps Luchtdoelartillerie ontving het vaandel op 24 september 2002.

Dit heeft als opschrift:

  • Vesting Holland 1940.

De eerste luchtdoelbatterij ontstond in 1917. Dat was tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het leger was gemobiliseerd om de neutraliteit van Nederland te handhaven. De luchtafweerafdeling maakte eerst deel uit van de vestingartillerie, maar op 26 mei 1922 ontstond een zelfstandig Korps Luchtdoelartillerie. In de Meidagen van 1940 bracht het de Duitse luchtmacht aanzienlijke verliezen toe. Tegenwoordig maakt de luchtdoelartillerie deel uit van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.

Literatuur: W. Klinkert, R.U.M.M. Otten en J.F. Plasmans, 75 jaar luchtdoelartillerie 1917-1992 (Den Haag 1992).

Het vaandel van het Regiment Genietroepen

Het Regiment Genietroepen kreeg het vaandel uitgereikt op 30 april 1927. Dit werd in 1940 vernietigd. Het regiment kreeg in 1948 en 1973 een nieuw vaandel.

De opschriften zijn:

  • Veldtocht 1815;
  • Krijgsverrichtingen 1830 en 1831;
  • Citadel van Antwerpen 1832;
  • Rotterdam 1940;

Op de cravate staat: Java en Sumatra 1946-1949.

De genietroepen komen voort uit het Regiment Mineurs en Sappeurs, opgericht op 15 mei 1748. Dit onderdeel werd ingezet bij de aanval en de verdediging van vestingen.

Tegenwoordig ondersteunen de genietroepen de operaties met veel verschillende technische middelen, bestemd voor de inrichting van het terrein en de infrastructuur. Daarom houden de genietroepen zich in hoofdzaak bezig met de aanleg en het onderhoud van kampen, versterkingen, geschutsopstellingen en wegen en met de bouw van bruggen. Pioniers en pontonniers voeren deze taken uit. Vanaf 1950 hadden zij elk een eigen regiment. In 1972 werden deze twee traditie-eenheden samengevoegd.

Op 14 mei 1940 verbrandde de eenheid het vaandel. Ze wilde voorkomen dat het in handen van de Duitsers zou vallen. In 1948 reikte prins Bernhard een nieuw vaandel uit. Dat herhaalde zich in 1973 bij het 225-jarig bestaan van het regiment.

Literatuur: Martin Elands e.a., 250 jaar Genietroepen 1748-1998 (Den Haag 1998).

Het vaandel van het Regiment Verbindingstroepen

Het Regiment Verbindingstroepen ontving het vaandel op 1 mei 1974.

Het heeft als opschrift:

  • Rotterdam 1940.

Het regiment heeft zijn oorsprong in de Afdeling Veldtelegrafisten, die in 1874 werd opgericht. Deze eenheid viel onder het Bataljon Mineurs en Sappeurs, de latere Genietroepen. Na verschillende wijzigingen werd in 1922 een apart bataljon Verbindingstroepen opgericht. Bij de legeruitbreiding van 1938 ontstond daaruit het 2e Regiment Genietroepen. Het depotbataljon, dat met de opleiding was belast, onderscheidde zich in mei 1940 in Rotterdam in de strijd tegen de Duitse troepen. In 1949 werd de Verbindingsdienst een zelfstandig wapen.

Literatuur: Martin Elands e.a., Van telegraaf tot satelliet. 125 jaar telecommunicatie in de Koninklijke Landmacht (Den Haag 1999).

Het vaandel van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Het vaandel is op 7 maart 2001 uitgereikt.

Het heeft als opschrift:

  • Java en Sumatra 1945-1949.

Het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen zorgt voor levensmiddelen, kleding, brandstoffen en munitie. Daarnaast levert het onder meer mobiele wasinrichtingen en kantinebenodigdheden. Het ontstond in het jaar 2000 uit de samenvoeging van het Regiment Intendancetroepen en het Regiment Aan- en Afvoertroepen. In datzelfde jaar ging de nieuwe traditie-eenheid deel uitmaken van het Dienstvak van de Logistiek.

Literatuur: Herman Roozenbeek (red.), In dienst van de troep. Bevoorrading en transport bij de Koninklijke Landmacht (Amsterdam 2008).

Het vaandel van het Regiment Geneeskundige Troepen

Het Regiment Geneeskundige Troepen ontving zijn vaandel op 10 april 1979.

De eenheid zorgt voor de medische verzorging van de landmachtmilitairen in Nederland, op oefening en op uitzending. Daarnaast voorziet het alle eenheden van geneeskundig materieel.

In de jaren ‘60 van de 19e eeuw kwam de geneeskundige verzorging van militairen volop in de belangstelling te staan. De aanleiding was de oprichting in 1864 van het Internationale Rode Kruis. Deze belangrijke gebeurtenis leidde 5 jaar later tot het formeren van 2 compagnieën hospitaalsoldaten. Dit aantal breidde zich langzaamaan verder uit. Zo ontstond in 1938 het Bataljon Geneeskundige Troepen. Bij de heroprichting in 1946 werd dit een apart korps. Op 1 juli 1950 kreeg het de status van regiment en werd in 2001 onderdeel van het Dienstvak van de Logistiek.

Literatuur: H.J. van Geelen, Van hospitaalsoldaten tot geneeskundige troepen (z.p. 1969).

Het vaandel van het Regiment Technische Troepen

Het Regiment Technische Troepen ontving het vaandel op 27 september 1994.

Het regiment richt zich op het materieelonderhoud in de meest brede zin van het woord. Het hanteert 1 oktober 1944 als oprichtingsdatum. Op die dag ging namelijk in het vrije Eindhoven de eerste werkplaats van start.

Tijdens de bevrijding breidde het aantal herstel- en onderhoudsinstellingen zich in rap tempo uit. Deze werden in februari 1946 opgenomen in de RIMI, de Reparatie Inrichting en Materieel Inspectie. Hieruit kwam begin jaren '50 het Dienstvak van de Technische Dienst (TD) voort. Sinds 2001 valt de TD onder het Dienstvak van de Logistiek.

Literatuur: J.T.W.H. van Woensel, 50 Jaar Technische Dienst in beweging (Utrecht 1994).

Het vaandel van het Korps Militaire Administratie

Het Korps Militaire Administratie kreeg het vaandel uitgereikt op 6 december 2011.

De militaire administratie verzorgt alle administratieve en financiële zaken binnen de Koninklijke Landmacht. Na de Tweede Wereldoorlog werden de hiermee belaste militairen in 1 dienstvak verenigd. De opleiding zat in Kampen en Middelburg. Sinds 2001 is het korps onderdeel van het Dienstvak van de Logistiek.

Literatuur: H.L. Zwitzer, Comptabiliteit in uniform. 200 jaar Militaire Administratie 1795 - 1995 (Den Haag 1995).

Het vaandel van het Korps Nationale Reserve

Het Korps Nationale Reserve (Natres) ontving het vaandel op 3 november 1984.

De Natres bestaat geheel uit vrijwilligers. De eenheden zijn per regio ondergebracht bij de landmachtbrigades. De voornaamste taak is de beveiliging van strategisch belangrijke objecten in tijden van crisis.

Literatuur: J. Hoffenaar en J.P.M. Schoenmakers, November Romeo Treed nader! De Nationale Reserve 1948-1998 (Den Haag 1998)
J.P.M. Schoenmakers en N.H. van Batenburg, 40 jaar Korps Nationale Reserve. Beschermen wat je dierbaar is (Leeuwarden 1988).
Jan Hoffenaar en Michiel de Jong, Op herhaling. De Koninklijke Landmacht en haar reservisten 1945-2006 (Amsterdam 2006).

Het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie

De Koninklijke Militaire Academie (KMA) ontving het vaandel op 22 oktober 1903.

De burgerij van Breda bood het vaandel aan het cadettenkorps aan ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de KMA. Het vaandel is bij Koninklijk Besluit erkend. Op het doek is onder meer het stadswapen van Breda aangebracht.

De KMA verzorgt sinds 1828 de initiële officiersopleidingen van het Nederlandse leger. Sinds september 2005 is zij als onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) verantwoordelijk voor de opleiding en vorming van officieren voor de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee.

Literatuur: Petra Groen en Wim Klinkert (red.), Studeren in uniform. 175 jaar Koninklijke Militaire Academie, 1828-2003 (Den Haag 2003).

Het vaandel van de Koninklijke Militaire School

De Koninklijke Militaire School (KMS) ontving het vaandel op 5 september 1973.

De bevolking van Weert schonk het de KMS. Typerend is de afbeelding op het doek van het gemeentewapen van Weert. Het vaandel is bij Koninklijk Besluit erkend.

De KMS verzorgt de initiële en loopbaanopleidingen van de onderofficieren bij de landmacht.

Literatuur: Willem Bevaart, De onderofficier in het Nederlandse leger 1568-2001 (Den Haag 2001).