Marine bestrijdt zeemijnen in de Oostzee

De marine nam afgelopen 2 weken voor de Estse kust deel aan de jaarlijkse internationale mijnenbestrijdingsoperatie Open Spirit. Het doel daarvan is explosief materiaal uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog te ruimen en de internationale samenwerking te bevorderen. Er deden 21 schepen uit 11 landen mee. Ze vonden in totaal meer dan 120 mijnen en andere explosieven. Vandaag liep Open Spirit af.

Zr.Ms. Zierikzee.
Zr.Ms. Zierikzee.

De Koninklijke Marine leverde met het mijnenbestrijdingsvaartuig Zr.Ms. Zierikzee een bijdrage aan de operatie. Dit schip is uitgerust met Seafox en REMUS-100 NG (AUV). Daarmee is in korte tijd een groot gebied in kaart te brengen.

De Zierikzee bracht ook een gepland ankergebied voor de haven van het Estse Kunda in kaart om te bezien of deze in de toekomst is te gebruiken. Daarbij is een dieptebom gevonden. Duikers maakten die direct onschadelijk. Aan de hand van historische data spoorden de andere eenheden elders explosieven op, zowel in diep als ondiep water.

De Belgische en Nederlandse marine namen deel vanuit de Standing NATO Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG1). Deze taakgroep staat 1 keer in de 5 jaar onder Nederlandse leiding en bestaat uit het Belgische stafschip BNS Godetia en 4  mijnenbestrijdingsvaartuigen. Nu zijn dat naast de Zierikzee, de Belgische BNS Crocus, de Duitse FGS Sulzbach-Rosenberg en de uit Estland afkomstige EML Ugandi.

80.000 zeemijnen

Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn er in de Oostzee naar verluid 80.000 zeemijnen gelegd. In de Estse wateren zijn sinds 1995 zo’n 1.500 mijnen en andere explosieven geruimd.

“Dat we al zo lang bezig zijn met het opruimen van mijnen geeft aan dat deze internationale samenwerking noodzakelijk is. Zo helpen we de Baltische staten om hun wateren veiliger te maken voor scheepvaart en visserij. SNMCMG1 draagt hier graag aan bij.” zei commandant Standing NATO Countermeasures Group 1 kapitein-luitenant ter zee Jan Wijchers.

Naast mijnenbestrijding is Open Spirit bedoeld om de samenwerking van NAVO-bondgenoten op niveau te houden, te verbeteren en uit te breiden. Ook wordt de commandovoering op verschillende niveaus getest.