Commandeur Pedro Stunnenberg (54) vertelt

‘Gevaarlijke’ schroefjes

“De zucht naar avontuur. Reizen. De wereld zien. Dat is waarom ik al van jongs af aan bij de marine wilde. In eerste instantie werd ik echter niet aangenomen op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM). Na een sportongeluk waren mijn kruisbanden gescheurd. ‘Vreemd materiaal’, de schroefjes in mijn knie leverden te veel infectiegevaar op.

Economie studeren in Rotterdam was mijn alternatief. Ik had het enorm naar mijn zin als student. Toch liet ik de schroefjes uit mijn knie verwijderen. Ik dacht: als ik me nu niet inschrijf bij het KIM krijg ik daar spijt van. Deze keer kwam ik door de keuring. In 1985 startte ik aan mijn opleiding in Den Helder. Ik verruilde mijn leven in een studentenhuis voor het internaatsleven op het KIM waar je echt onderdeel bent van een gemeenschap en vriendschappen sluit voor het leven.”

Alles, behalve Antarctica

“Blijkbaar is het een goede keuze geweest. Want nu 35 jaar later heb ik het nog steeds gigantisch naar mijn zin. Mijn eerste echte reis was in ’88: de Fairwind-reis naar Australië en Nieuw-Zeeland. Een prachtig begin. Het varen vond ik meteen fantastisch. Samen laat je het schip functioneren. Je bent volledig van elkaar afhankelijk. En tegelijkertijd reis je overal naartoe. Ik kan zeggen dat ik alle werelddelen met de marine heb gezien, op Antarctica na.”

"Terug in Nederland dacht ik regelmatig: wat hebben we het hier goed."

Marineman in Afghanistan

“Aan boord en op de wal heb ik verschillende functies gehad, vooral in het financiële domein. Dat je een marineman bent wil niet zeggen dat je altijd op een schip zit. In 2009 werd ik uitgezonden naar Afghanistan. Op het internationale hoofdkwartier in Kabul werkten we internationaal aan de vorming van het Afghaanse leger en het politieapparaat. Enorm indrukwekkend, maar ook relativerend. Terug in Nederland dacht ik regelmatig: wat hebben we het hier goed. De wereld ziet er een paar uur vliegen verderop heel anders uit.”

“Ik stond 2 keer op het punt de dienst te verlaten. Het gras lijkt altijd groener aan de overkant..”

Toch ontslag nemen?

“Ik heb me in al die jaren nooit verveeld. Toch stond ik 2 keer op het punt de dienst te verlaten. 1 keer zat ik zelfs bij de laatste 2 kandidaten. Mijn interesse heeft altijd gelegen in de economie en de bedrijfskunde. Ik wilde kijken hoe ik het er af zou brengen in het bedrijfsleven. Hoe zou het daar werken? Hoe zou ik het doen? Maar toch. Die behoefte vervloog, want ik had nog steeds plezier bij de marine. En ik wist ook: het gras lijkt altijd groener aan de overkant. 

Werken voor Defensie is je inzetten voor de maatschappij. Samen met bondgenoten spannen wij ons in voor de vrijheid van heel Nederland en iedere Nederlander. Geen vanzelfsprekend iets. Overal ter wereld spelen conflicten. De marine speelt een belangrijke rol bij het waarborgen van deze vrijheid: we zorgen voor een vrije doorgang op zee. Maar de werkzaamheden stoppen daar niet. Ook strijdt de marine tegen drugshandel of tegen piraterij overal ter wereld.  

Wij staan gereed voor gebeurtenissen waarvan je hoopt dat ze nooit gebeuren. Dat zie je ook nu, in de coronacrisis. Logistieke puzzels oplossen, apparatuur leveren, de zorg ondersteunen…. Militairen leveren steun wanneer het nodig is.”

Uniek

“Je moet in je leven werk zoeken dat je uitdaagt, waar je mogelijkheden krijgt jezelf te ontwikkelen en je moet doen wat je leuk vindt. Ik heb het geluk gehad dat ik in een organisatie werk waar ik dit allemaal heb mogen ervaren. Klinkt misschien saai, 3 decennia bij dezelfde werkgever. Maar elke 3 jaar wissel je van functie. Daardoor kan je jezelf blijven ontwikkelen. Dat is het unieke dat Defensie heeft te bieden.

Ik ben inmiddels commandeur en werk bij de staf van de Commandant der Strijdkrachten als directeur Financiën en Control. Onze militairen oefenen veel, we willen gereed zijn voor als het nodig is. Maar kan dit ook met het budget dat we hebben? Dat zijn de vragen waar ik me over buig. Ook hier leer ik weer veel.

Wat de volgende stap gaat worden? Ik heb nog geen idee. 1 ding is wel zeker. Het avontuur houdt niet op.”