Koninklijke Luchtmacht

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Geschiedenis luchtmacht

De Nederlandse militaire luchtvaart bestaat vanaf 1913. Het luchtwapen onderging sinds die tijd grote veranderingen. Van een houten vliegtuig tot een organisatie met jachtvliegtuigen, transportvliegtuigen, helikopters en deskundig personeel.

De Luchtvaartafdeeling

De geschiedenis van de militaire luchtvaart in Nederland begon in 1913 met 1 toestel. De Luchtvaartafdeeling, zoals de voorloper van de Koninklijke Luchtmacht heette, groeide vanaf dat moment snel. In de jaren '20 en '30 bezuinigde Nederland op de militaire luchtvaart en reorganiseerde het. De Luchtvaartafdeeling van de landmacht werd in 1938 omgedoopt tot Wapen der Militaire Luchtvaart. In deze jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan materieel en personeel.

Tweede Wereldoorlog

De Duitse Luftwaffe schakelde in de meidagen van 1940 praktisch het gehele Nederlandse luchtwapen uit. Zelf leed de Luftwaffe echter ook zware verliezen. Vooral de luchtdoelartillerie en in mindere mate de Nederlandse jachtvliegtuigen waren verantwoordelijk voor het buiten gevecht stellen van meer dan 220 Junkers Ju-52-transporttoestellen. Daarnaast verloor de Luftwaffe nog enkele tientallen bommenwerpers en jachtvliegtuigen. Voor de grote moed en opoffering van zowel het vliegend als het ondersteunend personeel kreeg het Wapen der Militaire Luchtvaart kort na de Nederlandse capitulatie de hoogste dapperheidsonderscheiding uitgereikt: het Ordeteken van Ridder der 4e Klasse der Militaire Willems-Orde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden Nederlandse militaire vliegers vanuit Engeland. In Nederlands-Indië streed de Militaire Luchtvaart van het KNIL in die periode vanuit Australië tegen Japan.

Koninklijke Luchtmacht zelfstandig

Na de Tweede Wereldoorlog deed de straaljager zijn intrede. In 1953 werd de luchtmacht zelfstandig en kreeg het predicaat Koninklijk. Vooral de Tweede Wereldoorlog had overtuigend aangetoond dat een zelfstandig opererend luchtwapen bestaansrecht had. Als reactie op de communistische expansie in Oost-Europa, groeide de Koninklijke Luchtmacht in de volgende decennia met haar vliegtuigen en geleide wapens uit tot een gewaardeerde partner van het NAVO-bondgenootschap onder leiding van de Verenigde Staten.

Koude Oorlog

Tijdens de Koude Oorlog had de luchtmacht in NAVO-verband een belangrijk aandeel in de verdediging van West-Europa. Tijdens de Koude Oorlog stonden vooral de geleide wapens en de jachtvliegtuigen paraat.

In 1962 kwam een einde aan 45 jaar aanwezigheid van de Nederlandse luchtmacht in de Indonesische archipel Nieuw-Guinea.

De Berlijnse muur in 1970. Foto: NIMH

Foto: NIMH

Na de Berlijnse muur

Toen in 1989 de Berlijnse muur viel, verdween daarmee ook de dreiging uit het oosten. De aandacht verschoof naar vredesoperaties en humanitaire missies. Het uitvoeren van operaties in tot dan toe onbekende omgevingen werd onderdeel van de internationale politiek.

In deze periode kwam de technologische ontwikkeling in een stroomversnelling, mede door het gebruik van de computer.

Golfoorlog

Tijdens de Golfoorlog, die in 1991 volgde op de Irakese bezetting van Koeweit, kwam ook de Koninklijke Luchtmacht in actie. Nederland stuurde luchtverdediging naar Turkije om de vliegbasis Diyarbakir te beschermen tegen Irakese aanvallen met scudraketten. Om dezelfde reden beschermden militairen van de luchtmacht Jeruzalem.

F-16’s boven de Balkan

Midden jaren ‘90 maakten Nederlandse F-16's deel uit van een NAVO-luchtvloot boven Bosnië-Herzegovina. Ze moesten daar voor de Verenigde Naties het vliegverbod afdwingen. In 1995 namen F-16's deel aan een luchtcampagne. Dit bombardementsoffensief maakte de weg vrij voor het Dayton-vredesakkoord, eind december 1995.

De Koninklijke Luchtmacht droeg in 1999 ook bij aan Operatie Allied Force tijdens de Kosovo-oorlog. De operatie was nauwelijks een paar uur oud, toen een Nederlandse F-16 een Servische MiG-29 neerschoot. De Nederlandse F-16’s voerden bombardementen uit en luchtverkenningen. Na de Kosovo-oorlog bleven de F-16’s tot 2001 actief boven de Balkan.

Luchttransport en helikopters naar Afrika

Transportvliegtuigen vlogen in 1994 en 1995 met noodhulp naar de landen Rwanda, Zaïre (nu: Congo), Angola en Sierra Leone. Vanaf 2000 werden helikopters van de luchtmacht ingezet om een VN-vredesmissie in Ethiopië/Eritrea te beschermen. In Somalië hielpen helikopters later in de strijd tegen piraterij.

Na 11 september 2001

Na terroristische aanslagen op New York en het Pentagon in 2001 kwam Afghanistan in beeld. De Nederlandse luchtmacht deed vanaf het begin in 2002 mee. Eerst met F-16’s in de strijd tegen terrorisme. Later door de grondtroepen van de NAVO-missie ISAF te ondersteunen met helikopters, transportvliegtuigen en F-16’s. Sinds juli 2013 is de Afghaanse overheid zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in het land.

F-16’s boven Libië

In 2011 nam de luchtmacht met F-16’s en een KDC-10-tankervliegtuig deel aan Operatie Unified Protector. De NAVO-operatie duurde tot het einde van het bewind van Khadaffi. De missie richtte zich op het beschermen van de bevolking, het toezicht houden op de naleving van het wapenembargo en het handhaven van de no-fly zone boven het land.

Noodhulp

Tijdens en tussen de missies door bood de Koninklijke Luchtmacht wereldwijd hulp na orkanen, aardbevingen en overstromingen. In 1998 vloog de luchtmacht bijvoorbeeld hulpvluchten naar het door de orkaan Mitch getroffen Honduras. Voor vluchtelingenhulp van de Verenigde Naties transporteerde het onderdelen voor noodwoningen naar Kosovo (1999). Er werden zoekteams, hulpgoederen en medicijnen ingevlogen na aardbevingen in onder meer Iran (2003) en Haïti (2010). Tijdens de ISAF-missie wisten Cougar-transporthelikopters Afghaanse inwoners te redden uit overstroomde gebieden.

Defensie beschermt wat ons dierbaar is.