Betekenis van vaandels en standaarden

De vaandels en de standaarden binnen de krijgsmacht staan voor trouw, eenheid en eergevoel. Ze vormen het symbool van de onderlinge verbondenheid tussen de militairen van een onderdeel. Of zij nu actief dienend of gepensioneerd zijn. Vaandels en standaarden zijn ook het uiterlijke teken van de band tussen een eenheid en het Koninklijk Huis.

De vaandelwacht marcheert het Binnenhof op.

Vaandelwacht arriveert op Binnenhof.

Alleen de koning kan namelijk een vaandel of een standaard toekennen. Deze eretekens worden altijd door of namens de vorst uitgereikt. Bij ceremonies nemen zij een belangrijke plaats in. Militairen leggen bij hun installatie hierop de eed of de belofte af.

Vaandel of standaard: wat is het verschil?

Een standaard is kleiner dan een vaandel. Verder heeft een standaard een kortere stok. Dat verschil heeft een historische achtergrond. Eenheden te paard konden moeilijk met de lange stok van een vaandel overweg. Daarom zijn bij de zogeheten bereden eenheden van de Koninklijke Landmacht standaarden in gebruik. Het gaat dan om de cavalerie, rijdende artillerie en veldartillerie. Ook de Koninklijke Marechaussee, oorspronkelijk een bereden eenheid, heeft een standaard.

Veldtekens

De krijgsmacht gebruikt vaandels en standaarden tegenwoordig bij ceremoniële gebeurtenissen, maar van oorsprong zijn het tekens in het veld. De troepen namen ze mee. Tijdens de strijd dienden ze als oriëntatiepunt, waardoor de eenheid het verband kon bewaren. Door deze functie waren ze ook een bron van bezieling en trots.

Oud gebruik

Het vroegste bewijs voor het gebruik van vaandels is gevonden in het oude Egypte. Als de troepen rond 3100 voor Christus ten strijde trokken, hadden ze lange stokken met dierenafbeeldingen bij zich. Bekender zijn de standaarden van de Romeinse legioenen. Ook voor deze eenheden waren dierensymbolen een bron van bezieling. In de Romeinse tijd nam het gebruik van veldtekens een hoge vlucht, want ze waren een prima middel om de eenheid tijdens het gevecht bij elkaar te houden.

Ook in de tijd van het Staatse leger (1576-1795), de strijdmacht van de Republiek der Verenigde Nederlanden, dienden vaandels en standaarden als oriëntatiepunt in het strijdgewoel. Elke compagnie voetvolk en ruiterij had toen een eigen vaandel of ruitervaan (standaard). De vaandrig of de kornet moest deze vast in handen houden en tot het uiterste toe verdedigen.

Tijdelijk verdwenen

In de jaren daarna verminderde het aantal vaandels en standaarden sterk. In de eerste jaren van het Koninkrijk der Nederlanden (ontstaan in 1815) ontbraken ze zelfs helemaal. In plaats daarvan hadden de eenheden richtvlaggen. Ze gebruikten die alleen op het slagveld.

Wapenfeiten vermeld in opschriften

Vanaf 1820 kende koning Willem I weer vaandels en standaarden toe. Het model uit die tijd is tot op de dag van vandaag in gebruik. Om de eenheid te inspireren, staan hierop de krijgsverrichtingen vermeld van (de voorgangers van) de eenheid. Bij het Korps Mariniers en het Eskader van de Koninklijke Marine gaan die opschriften terug tot in de Staatse tijd, anders gezegd: de 16e tot en met 18e eeuw.

Aan verschillende vaandels zijn dapperheidsonderscheidingen bevestigd. Deze decoraties geven de daaraan gekoppelde krijgsverrichtingen een extra accent.

Cravates

De opschriften kunnen op het doek zelf staan of op een cravate. Dat is een lint dat als een strik boven aan de stok is vastgemaakt. Wordt het doek vernieuwd, dan komen de opschriften die op de cravates stonden, op het doek te staan. Op sommige van deze linten staan de naam en de krijgsverrichtingen van een opgeheven of ontbonden onderdeel. Zo’n cravate geeft dan aan dat de eenheid die het vaandel of de standaard voert, ook de traditie van dat voormalige onderdeel bewaart.

Van tactische naar symbolische waarde

Naarmate de manier van oorlog voeren zich verder ontwikkelde, verloren vaandels en standaarden hun tactische waarde. Nu zijn ze vooral het symbool van trouw, eenheid en eergevoel en vervullen ze een belangrijke ceremoniële functie.