Tijdperk Afghanistan stopt na 20 jaar

Na bijna 20 jaar stopt de missie in Afghanistan. Daarmee eindigt ook voor de Nederlandse krijgsmacht een belangrijke periode uit de geschiedenis. De inzet voor een veiliger Afghanistan tekende het werk van vele militairen, en hun thuisfront. Ruim 30.000 militairen vertrokken op uitzending, samen met burgermedewerkers, politieagenten, diplomaten en ontwikkelingswerkers. Duizenden Defensiemedewerkers ondersteunden vanuit Nederland.

In het kort

Op 11 september 2001 voert Al Qa’ida een terroristische aanval uit op de Verenigde Staten. Er vallen duizenden slachtoffers. De organisatie opereerde onder leiding van Osama bin Laden vanuit Afghanistan. De Taliban heeft er de macht in handen en weigert Osama bin Laden uit te leveren. De Verenigde Staten en haar bondgenoten besluiten daarom terrorisme in dat land tegen te gaan.

De Verenigde Staten beginnen op 7 oktober 2001 samen met Groot-Brittannië operatie Enduring Freedom. Dit was een internationale operatie tegen militaire installaties van de Taliban en trainingskampen van Al Qa’ida. In december 2001 geeft de VN-Veiligheidsraad toestemming voor de internationale vredesmacht ISAF. De NAVO voert vanaf 2003 het commando over deze vredesmissie, die eindigt in december 2014.  Vanaf 2015 volgt een nieuwe NAVO-missie om de Afghaanse politie en het leger verder op te bouwen, Resolute Support. Deze missie eindigt 11 september 2021.

Als bondgenoot is Nederland vanaf het begin betrokken bij verschillende missies om Afghanistan een veiliger land te maken. Ruim 30.000 Nederlandse militairen zetten de afgelopen 20 jaar voet op Afghaanse bodem. Ze wisten veel te bereiken en deden een schat aan militaire ervaring op.

Tegelijk werden hoge offers gebracht. Er is hard gewerkt, en hard gevochten. Veel van hen dragen de littekens van de strijd met zich mee; zij raakten fysiek of mentaal gewond. 25 Nederlandse militairen kwamen om het leven.

In herinnering

9/11. Het begon met de aanval op de Verenigde Staten

Op 11 september 2001 voert Al Qa’ida een terroristische aanval uit op de Verenigde Staten. Bij de aanval vallen duizenden slachtoffers.

Een dag later activeren de landen van de NAVO unaniem artikel 5 van het NAVO-handvest. Daarin staat dat een aanval op 1 land wordt beschouwd als een aanval op alle NAVO-landen. Ook Nederland laat daarmee weten dat het de V.S. niet alleen politiek steunt, maar ook militair.

Een aanval op 1, is een aanval op allen

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat Al Qa’ida achter de aanslagen van 9/11 zit. De organisatie van Osama Bin Laden opereert vanuit Afghanistan waar de Taliban de macht hebben. De Verenigde Staten stellen in september 2001 een ultimatum aan de leiders van Afghanistan. Ze voldoen hier niet aan, maar proberen te voorkomen dat de internationale gemeenschap ingrijpt.

Vanaf 2001: Operatie Enduring Freedom

Op 7 oktober 2001 beginnen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië onder de naam Operatie Enduring Freedom een militaire operatie, gericht tegen Al Qa’ida en de Taliban. Ook steunt het westen de Afghaanse oppositie bij hun strijd tegen de Taliban.

Strijd tegen Al Qa'ida en de Taliban

Nederlandse eenheden en militairen ondersteunen in het begin vooral de zogeheten backfill-operatie. Ze nemen taken over van Amerikaanse eenheden die wel bij de aanval betrokken zijn. Naast bemanningen voor NAVO-radarvliegtuigen stuurt Nederland vanaf eind 2001 een fregat, een onderzeeboot en 2 P-3C Orion-patrouillevliegtuigen voor Enduring Freedom.

Tekst gaat verder onder de foto.

Nederlands KDC-10-transportvliegtuig op Manas in Kirgizië (2002).
©Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Nederlands KDC-10-transportvliegtuig op Manas in Kirgizië. Foto is na afloop van de 1e vlucht die het toestel maakte namens de European Participating Air Force (EPAF) in 2002.

Later volgen onder meer nog een fregat, een KDC-10-tankvliegtuig, een C-130 Hercules-transportvliegtuig en F-16-gevechtsvliegtuigen. De vliegtuigen opereren vanaf bases in Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Kirgizië. Ook wordt een medisch team gestuurd naar Oman om Britse strijdkrachten te ondersteunen.

In 2005 stuurt Nederland special forces met 4 Chinook-transporthelikopters naar de Afghaanse provincie Kandahar. Het gaat bij de special forces om commando's en mariniers die verkenningen uitvoeren, inlichtingen verzamelen en wanneer nodig gevechtsacties uitvoeren.

Vanaf 2001: Nederland doet mee aan ISAF

Op 20 december 2001 besluiten de Verenigde Naties om de International Security Assistance Force (ISAF) op te richten. Deze militaire missie in Afghanistan wordt vanaf november 2013 geleid door de NAVO. De belangrijkste opdracht voor ISAF is de Afghaanse regering te helpen om een goed werkend openbaar bestuur op te bouwen. Met daarin een eigen, goed getraind en betrouwbaar veiligheidsapparaat (leger en politie). Daarnaast heeft ISAF een rol bij het zorgen voor veiligheid in het land.

ISAF: Afghaanse regering helpen het land te besturen. En zorgen voor veiligheid

Vanaf begin 2002 wordt een Nederlands infanteriecompagnie ingezet in Kabul, de hoofdstad van Afghanistan. In 2002 worden Nederlandse F-16's gestationeerd in Kirgizië voor luchtsteun aan Amerikaanse eenheden die op dat moment nog strijd leveren met de Taliban en Al Queda. In de jaren die volgen worden vaker vliegtuigen en schepen ingezet voor operaties die te maken hebben met Afghanistan. Zo wordt de P-3C Orion ingezet voor patrouilles boven zee, maar later ook boven Afghanistan omdat het toestel beschikt over een goed infrarood detectiesysteem.

Vanaf februari 2003 nemen Nederland en Duitsland 6 maanden de leiding van ISAF III op zich. Vanaf november 2003 heeft de NAVO de leiding over de ISAF-missie. Er blijven wel Nederlandse militairen werken op het hoofdkwartier.

Nederlandse Apache-gevechtshelikopters vliegen vanaf april 2004 vanaf Kabul. Zij treden op als snelle-reactie-eenheid van ISAF.

In 2004 richten Nederlandse militairen een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) op in Pol-e-Khomri in de provincie Baghlan in Noord-Afghanistan. Het was pionieren voor de luchtmachtmilitairen van de Groep Geleide Wapens die de kern van het PRT vormden. Zo’n PRT probeert bij de lokale bevolking een veilige omgeving te creëren en het gezag van de centrale regering te versterken. Daardoor hebben wederopbouwactiviteiten een kans van slagen. Als Nederland 2 jaar later naar Uruzgan gaat wordt dit PRT overgedragen aan het Hongaarse leger.

Tekst gaat verder onder de foto.

Patrouille met MB door Kabul door detachement Korps Commandotroepen (2002).
Beeld: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Patrouille in Kabul door detachement Korps Commandotroepen (2002).

Voor de presidentsverkiezingen op 9 oktober 2004 levert Nederland extra militairen. Het gaat om een beveiligingsdetachement voor het Duitse PRT in Kunduz. En om 6 F-16’s en een KDC-10-tankervliegtuig om konvooien te begeleiden die stembussen naar de hoofdstad Kabul brengen.

ISAF laat weten dat het voor lange tijd gevechtsvliegtuigen nodig heeft om PRT’s en andere ISAF-eenheden te beschermen. Daarnaast heeft ISAF tijdelijk behoefte aan vliegtuigen om de parlements- en lokale verkiezingen te ondersteunen in september 2005. De Nederlandse regering stelt 4 gevechtsvliegtuigen beschikbaar. Ze worden gestationeerd in Kabul en werken daar samen met 4 Belgische toestellen.

Nederland versterkt ISAF in die periode ook met een mariniersbataljon van 750 militairen en specialistische eenheden, zoals een veldhospitaal en een Chinook-transporthelikopter voor medische afvoer. Het bataljon ziet erop toe dat het rond de verkiezingen rustig verloopt. Het veldhospitaal wordt na de verkiezingen verplaatst naar Pakistan waar een zware aardbeving plaatsvond.

Uruzgan 2006-2010: Nederland leidt de missie

De volgende fase in Afghanistan begint: de ontwikkeling van de zuidelijke provincies Kandahar, Helmand en Uruzgan.

Nederland heeft vanaf 1 augustus 2006 de leiding over de ISAF-missie in de provincie Uruzgan. De militairen werken nauw samen met collega's uit Australië. De kwartiermakers bouwen bij de provinciehoofdstad Tarin Kowt het hoofdkwartier van de op te richten Task Force Uruzgan. ‘Kamp Holland' wordt een begrip, zowel in Nederland als bij de NAVO-partners.

De luchtmacht brengt op dat moment al haar eenheden in Afghanistan onder in de Air Task Force. Het gaat om de staf en de detachementen met F-16’s, Cougars en Chinooks op Kandahar Air Field. En de Apache-gevechtshelikopters die later naar Tarin Kowt verhuizen.

Veiligheid, diplomatie en ontwikkeling

Bij de inzet in Uruzgan past Nederland het zogenoemde 3D-concept toe (defence, diplomacy, development). Hierbij gaan veiligheid, diplomatie en ontwikkeling hand in hand. De Task Force Uruzgan bestaat daarom onder meer uit een Battle Group om voor de veiligheid te zorgen, en een Provinciaal Reconstructie Team dat de ontwikkeling coördineert en begeleidt in samenwerking met de Australiërs. Het militaire personeel van het PRT werkt bij zijn werk nauw samen met diplomaten van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Reservisten brengen hun specialistische kennis mee.

Operational Mentoring and Liaison Teams (OMLT’s) gaan met Afghaanse eenheden te velde en coachen en adviseren hen. Samen met Franse en Australische teams brengen ze het aantal Afghaanse militairen in 4 jaar tijd van 160 naar 3.200. In diezelfde periode stijgt het aantal politieagenten naar 1.600.

Tekst gaat verder onder de foto.

Overzichtsfoto van Kamp Hadrian in Afghanistan.
Beeld: NIMH
Kamp Hadrian in Deh Rahwod, 2006.

Als de Task Force Uruzgan van start gaat bestaat het uit 1.200 personen, later 1.350. Naast Kamp Holland bij Tarin Kowt is het kamp in Deh Rawod ook een belangrijke vaste post. Ook op andere plaatsen in de provincie worden patrouillebases gebouwd, zoals bij Chora. Daarmee richt Nederland zich op de 3 meest bevolkte districten.

Vooral in de periode 2007-2008 was sprake van een groot aantal gewapende confrontaties tussen de TFU en de opstandelingen. De opstandelingen accepteerden de Nederlandse aanwezigheid niet zonder slag of stoot. Deze confrontaties vonden vooral plaats rond Deh Rawod, in de Balluchivallei tussen Tarin Kowt en Chora en in Darafshan. In de jaren daarna kon het Afghaanse leger zelf steeds mee bases bemannen.

In het voorjaar van 2007 weet de TFU een grootschalige aanval bij Chora af te slaan. De opstandelingen richten zich vervolgens meer op het leggen van geïmproviseerde explosieven (IED’s), het afvuren van ongeleide raketten en zelfmoordaanslagen.

Tekst gaat verder onder de foto's.

De Battle Group bestaat vooral uit infanteristen en wordt ondersteund door 2 pantserhouwitsers. In geval van nood kunnen ze luchtsteun aanvragen. Het ligt aan de situatie welke steun dat wordt: een 'show of force' door zichtbaar en hoorbaar over te vliegen; of een 'show of presence' door lichtfakkels af te werpen; of het daadwerkelijk aanvallen van doelen van de Taliban met bommen, raketten of kanonvuur door straaljagers of gevechtshelikopters.

De F-16's worden niet alleen ingezet voor het geven van luchtsteun aan de grondtroepen maar kunnen met hun verkenningsapparatuur ook helpen bij het vinden van bermbommen. Op de vliegbasis in Kandahar worden ook Nederlandse helikopters gestationeerd. Het gaat om Apache-gevechtshelikopters die later naar Tarin Kowt verhuizen om sneller te kunnen optreden, en afwisselend om Chinook- en Cougar-transporthelikopters.

In Kandahar is ook het regionale hoofdkwartier van ISAF gevestigd. Vanuit dit hoofdkwartier Regional Command South worden alle ISAF-troepen in Zuid-Afghanistan aangestuurd. Het gaat om zo'n 20.000 tot 30.000 militairen, al varieert dit aantal in de loop der jaren. 2 keer staan alle militairen in de 3 zuidelijke provincies onder Nederlandse leiding.

Aanvullend levert Nederland een contingentscommando, personeel voor diverse ISAF-hoofdkwartieren, medische specialisten en faciliteiten voor het veldhospitaal op Kandahar Airfield, logistieke ondersteuning vanuit Kandahar Airfield, een passagiers- en vrachtoverslagfaciliteit in de Verenigde Arabische Emiraten en een adaptatie-element op Kreta om de overgang vanuit het uitzendgebied naar huis te begeleiden.

Vanaf 2009 viel de inzet van het Nederlandse personeel van de Koninklijke Marechaussee in de European Gendarmerie Force (EGF) in Afghanistan ook onder het commando van ISAF.

Het mandaat voor de Nederlandse inzet in Uruzgan heeft een looptijd van 2 jaar. In 2008 wordt deze periode nog eens verlengd met 2 jaar. Het aantal militairen neemt toe, tot 2.000. Maar wanneer in 2010 wordt gesproken over nóg een verlenging, ontstaan er in politiek Den Haag problemen. Begin 2010 lopen de gesprekken spaak. Uiteindelijk struikelt het kabinet Balkenende IV over de verlengingsdiscussie.

Tekst gaat verder onder de foto's.

2011-2014: Kunduz en Mazar-e-Sharif

Nog voor de laatste Nederlandse militair uit Uruzgan is vertrokken, wordt in Nederland al gewerkt aan een nieuwe missie in Afghanistan. In april 2010 vragen verschillende politieke partijen in de Tweede Kamer aan de regering om te onderzoeken of ons land kan meedoen aan een politietrainingsmissie.

Nederland traint politieagenten, maar ook aanklagers, rechters en advocaten

Omdat het kabinet demissionair is, wordt nog geen besluit genomen. Dat is aan het volgende kabinet. In 2011 wordt besloten mee te doen aan de politietrainingsmissie in de provincie Kunduz in Noord-Afghanistan. Doel van de missie is de rechtsstaat te verbeteren en daardoor de bevolking meer vertrouwen te geven in justitie en politie. Nederland traint politieagenten, maar ook aanklagers, rechters en advocaten.

De Nederlandse bijdrage bestaat onder meer uit 225 civiele en militaire opleiders en trainers. 125 militairen leveren medische, logistieke en stafondersteuning vanaf ‘kamp Marmal’. De missie eindigt in juli 2013, eerder dan gedacht maar dat komt omdat de Duitse eenheden waar Nederland mee samenwerkt, worden teruggetrokken. De inmiddels naar Mazar-e-Sharif overgeplaatste F-16's blijven nog een tijdje in Afghanistan en keren 2014 terug naar Nederland. Ze hebben dan in totaal meer dan 10.000 missies gevlogen boven het land.

2015-2021: Resolute Support

Na het beëindigen van de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz doet ons land vanaf 1 januari 2015 mee aan NAVO-missie Resolute Support. De missie lijkt een beetje op de missie in Kunduz omdat ook Resolute Support tot doel heeft de politie en het leger verder op te bouwen. Een goed werkend veiligheidsapparaat is een voorwaarde voor het herstel van een rechtsstaat in Afghanistan. Resolute Support volgde de ISAF-missie op en eindigt met de terugtrekking van de Nederlandse militairen in 2021.

Verder opbouwen politie en leger

Een bijzondere missie is die van Nederlandse special forces. Deze speelt zich deels in de hoofdstad Kabul af en deels in Mazar-e-Sharif. Van 2018 tot eind april 2021 adviseren, trainen en begeleiden Nederlandse special forces 3 jaar lang een speciale Afghaanse eenheid in Mazar-e-Sharif. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Duitsland in het DEU/NL Special Operations Advisory Team (SOAT). In eerste instantie gaat het hierbij om het begeleiden van de Afghan Territorial Force 888. Nadat deze eenheid in 2021 volledig operationeel is geworden, adviseert en traint SOAT de staf van de Afghaanse eenheid.

2021: Einde missie

In februari 2020 tekenen de Verenigde Staten en de Taliban een overeenkomst die de weg moet vrij maken naar een vreedzame toekomst voor Afghanistan. En de terugtrekking van de Amerikaanse en andere NAVO-troepen uit het land in mei 2021. Er lijkt echter vertraging te ontstaan wanneer de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden bekend laat maken dat de laatste Amerikaanse militair niet in mei maar in september 2021 uit Afghanistan vertrekt. De Taliban maakt duidelijk dit te zien als een schending van de overeenkomst en dreigt met 'tegenmaatregelen'.

Om die reden stuurt Nederland in april 2021 nog eens 80 militairen naar Afghanistan voor beveiligingstaken.

Laatste Nederlander terug

Voor de Nederlandse terugkeer zijn 9 extra militaire specialisten naar Afghanistan vertrokken. Samen met het logistieke personeel zorgen zij voor de zogeheten redeployment van de Nederlandse militairen en het materieel.

Uiteindelijk gaat de terugkeer voorspoediger dan verwacht. De laatste Nederlandse militairen zijn eind juni 2021 terug.

Daarmee komt een einde aan 20 jaar aanwezigheid in Afghanistan. In het land zijn belangrijke resultaten geboekt. Het huidige leger en de politie zijn bijna van de grond af aan opgebouwd, de toegang tot het onderwijs is verbeterd en de Afghaanse levensverwachting is toegenomen. In Afghanistan zetelt inmiddels een democratisch verkozen regering, er is sprake van mediavrijheid en er bestaat een actief maatschappelijk middenveld.

Vanaf 2021: Blijvende steun

Toch is de situatie erg onvoorspelbaar en ontwikkelt deze zich niet positief. Zeker niet met de oprukkende Taliban. De vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban blijven de beste kans bieden op een stabiel, veilig en vreedzaam Afghanistan. Nederland ziet een grote rol weggelegd voor landen in de regio. Denk aan Pakistan en Turkije, maar ook partijen als de EU en VN.

Nederland blijft betrokken bij Afghanistan

Nederland blijft de Afghaanse strijdkrachten en politie financieel steunen. En het blijft helpen met de ontwikkeling van de Afghaanse stabiliteit, veiligheid en rechtsorde. Het einde van de militaire missies betekent niet het einde van de Nederlandse betrokkenheid bij Afghanistan.