Voor de verdediging van het Nederlandse luchtruim staan altijd 2 bewapende gevechtsvliegtuigen paraat. België en Nederland wisselen deze taak af, en bewaken dan het luchtruim van België, Nederland en Luxemburg. De gevechtsvliegtuigen beschermen de Benelux-landen tegen civiele en militaire vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat.
Nederland zet voor deze taak F-35-gevechtsvliegtuigen in. Gevechtsleiders van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) bewaken permanent het Nederlandse luchtruim en sturen daar de gevechtsvliegtuigen aan. Zij controleren ook het door de NAVO aangewezen luchtruim boven de Noordzee.
Quick Reaction Alert
De Nederlandse gevechtsvliegtuigen vliegen vanaf Vliegbasis Leeuwarden of Vliegbasis Volkel. De Belgische F-16’s stijgen op vanaf de vliegbases Kleine-Brogel of Florennes. Dit heet de Quick Reaction Alert (QRA). De QRA komt in actie wanneer een vliegtuig het luchtruim van de Benelux binnenvliegt zonder van tevoren een vluchtplan ingediend te hebben en zonder zich te identificeren. Dit kan gaan om een gevechtsvliegtuig van een ander land, maar ook om een passagierstoestel.
Quick Reaction Alert in 5 stappen
De QRA wordt gedurende het jaar afwisselend uitgevoerd door Nederland en België. 24 uur per dag, 7 dagen per week staan er Nederlandse F-35’s of Belgische F-16’s klaar voor de bescherming en bewaking van het luchtruim van de Benelux.
- De luchtgevechtsleiding van het Air Combat Command in Nieuw Milligen en het Control and Reporting Centre in Bevekom, België (CRC) bewaken 24/7 het luchtruim van Nederland, België en Luxemburg. Wanneer zij opmerken dat er een onbekend vliegtuig het luchtruim binnenvliegt zonder zich te identificeren, wordt de QRA gealarmeerd.
- Na alarmering vliegt de QRA rechtstreeks naar het te onderscheppen vliegtuig. De Nederlandse F-35’s stijgen op vanaf de vliegbases Leeuwarden of Volkel, de Belgische F-16’s stijgen op vanaf vliegbases Kleine-Brogel of Florennes.
- De vliegers staan constant in contact met de luchtgevechtsleiding. Zodra het onbekende toestel in zicht komt, vertellen zij wat ze zien.
- De gevechtsvliegtuigen blijven dicht bij het toestel hangen om te zien welke intenties het heeft en geven dat door aan de luchtgevechtsleiding. Deze bepaalt wat de vervolgstappen zijn. De vliegers kunnen bijvoorbeeld met internationale handgebaren duidelijk maken aan de bemanning van het onbekende toestel wat ze moeten doen. Zodra het onbekende vliegtuig weer via de regels vliegt, keren de gevechtsvliegtuigen terug naar hun vliegbasis.
- Wanneer de gevechtsvliegtuigen zijn geland, worden ze gelijk weer gereed gemaakt voor de bewaking van het luchtruim van de Benelux.
Onbekend vliegtuig onderscheppen
De vliegers en technici van de gevechtsvliegtuigen zijn continu bij hun toestellen. Als het alarm gaat hoeven ze alleen hun vliegeruitrusting aan te trekken. Alle checks zijn gedaan en bepaalde systemen zijn ingeschakeld. Hierdoor is een versnelde opstart van de toestellen mogelijk.
De gevechtsleider stuurt de gevechtsvliegtuigen naar het vliegtuig om deze te onderscheppen. Dit heet een scramble. De vliegers proberen dan radiocontact te maken en het toestel op zicht te identificeren. Eventueel doen zij dit met behulp van internationaal afgesproken gebaren. Afhankelijk van de opdracht begeleiden ze een vliegtuig naar een nabijgelegen vliegbasis. In het uiterste geval kan overgegaan worden tot wapeninzet.
Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM).
Luchtgevechtsleiding
Het 710 Squadron van het Air Combat Command is verantwoordelijk voor de luchtgevechtsleiding. Vanaf het AOCS NM verzorgt het squadron 24 uur per dag, 7 dagen per week de bewaking van het luchtruim en de begeleiding van luchtverkeer daarin.
Voor deze Air Surveillance-taak maakt de luchtgevechtsleiding gebruik van moderne computer-, radar- en communicatiesystemen. 2 radars detecteren de vliegtuigen en maken ze zichtbaar op radarschermen. Het identificeren van elk afzonderlijk vliegtuig is erg belangrijk. Het gaat om het maken van onderscheid tussen vriendschappelijke vliegtuigen en vliegtuigen waar een mogelijke dreiging vanuit gaat. Wanneer een vliegtuig niet kan worden geïdentificeerd, kunnen F-35’s worden ingezet om poolshoogte te nemen. Met de permanente bewaking van het Nederlandse luchtruim verhoogt de luchtgevechtsleiding de veiligheid van de Nederlandse samenleving.
Verantwoordelijkheidsgebied
De gevechtsleiding is onderdeel van het geïntegreerde luchtverdedigingsstelsel van de NAVO. Zij sturen alle Nederlandse militaire vliegtuigen aan, maar ook delen van de burgerluchtvaart. Dan gaat het om vliegtuigen in het zogenoemde verantwoordelijkheidsgebied van Nederland. Dit zijn delen van het luchtruim boven de Noordzee.

In (licht)oranje het gebied waar Nederland verantwoordelijk voor is.
De aan Nederland toegewezen zone bestaat uit 2 gebieden (zie ook infographic hiernaast):
- Het Nederlandse luchtruim, afgebakend door de nationale grens.
- Een aangrenzend gebied boven de Noordzee, tot zo’n 200 kilometer ten noorden van Leeuwarden. Dit bevindt zich dus buiten de territoriale wateren.
Het Nederlandse deel van het NAVO-verantwoordelijkheidsgebied heet Amsterdam FIR (Flight Information Region).
