Sla over en ga naar de inhoud
Een sniperteam in actie op de schietbaan.

Snipers en marksmen trainen in Wildflecken 

Andre Twigt

SM Cristian Schrik

‘Je merkt al na een week dat je hier beter wordt’  

De vijand onder sterk uiteenlopende omstandigheden nauwkeurig bevuren, vereist een uitstekende schietvaardigheid. Om die te behouden, moeten de snipers van de brigades vaker trainen, vindt plaatsvervangend hoofd Instructiegroep Sniper sergeant-majoor Diego.  

Onder leiding van het Schiet Instructie Controle Team Manoeuvre (SICT) wordt tweemaal per jaar een sniperweek gehouden. De schietbanen op de Truppenübungsplatz Wildflecken zijn daarvoor de uitgelezen plek. De combinatie van schootsafstanden, glooiing van het landschap, begroeiing en diversiteit aan schietrichtingen maken dat de expert-schutters er hun kwaliteiten goed kunnen aanscherpen.  

11 Luchtmobiele Brigade en 13 Lichte Brigade hebben snipers. 43 Gemechaniseerde Brigade marksmen; militairen die binnen een infanteriepeloton bovengemiddeld goed zijn in nauwkeurig schieten tot op pakweg 800 meter. Snipers werken op compagniesniveau en zijn gespecialiseerd in precisievuur tot op wel 1.400 meter. Ook zijn zij opgeleid in stalken, oftewel het besluipen van de tegenstander. 

Snipers maken gebruik van de Accuracy (foto links). Marksmen hanteren de Heckler en Koch HK417.  

Een sniper moet het landschap kunnen lezen 

Kennis van wind en luchtdichtheid 

Schieten gebeurt tijdens de sniperweek recht-toe-recht-aan liggend, zittend en soms staand. Maar ook vanuit gebouwtjes, vanaf een dak of een toren. “Het zijn houdingen en objecten die we gebruiken voor positieverbetering, en om ons aan het zicht te onttrekken”, begint korporaal Ian. Iedere positie vereist volgens hem een andere aanpak, want snipers en marksmen moeten volgens de sniper bij ‘13 Bravo’ onder uiteenlopende omstandigheden een goed schot kunnen uitbrengen. 

“Glooiing maakt het lastiger om afstanden en windsnelheid te bepalen. Daardoor wordt de cyclus van doelherkenning, afstand bepalen en schieten complexer.” Ian vertelt dat het werk van sniper bijna een wetenschap is. Het over grotere afstanden een puntdoel op de korrel nemen, vergt naast kennis van onder meer de wind, de luchtdichtheid en luchtspiegeling ook kennis van de zwaartekracht. Om dat allemaal bij zijn schot te betrekken, ‘lezen’ de specialisten het landschap.  

Ballistische gegevens berekenen 

Snipers opereren vaak samen met een spotter, die de schutter ondersteunt bij het observeren van het doel en het bepalen van de schietgegevens. Hiervoor maakt de spotter gebruik van de Kestrel Ballistics Meter (KBM).

Dit hulpmiddel meet onder meer de windsnelheid en -richting, temperatuur en luchtdruk. De KBM combineert de ingevoerde data met ballistische gegevens om te berekenen welke invloed de actuele omstandigheden hebben.  

Schieten vanaf een rubberboot is voor de meeste schutters geen alledaagse bezigheid.

Krachtige Accuracy  

Dat je voor schieten onder niet-alledaagse omstandigheden op Wildflecken goed zit, bewijst het onderdeel ‘schieten op klapschijven vanuit een dobberende rubberboot’. Om het niet te makkelijk te maken, zijn de doelen zo ver uiteen geplaatst dat de sniper zijn wapen moet verzetten, waardoor het instabiele platform nog meer beweegt.  

Op korporaal-1 Martin van ‘13 Alfa’ maken de ongecontroleerde schommelingen weinig indruk. Met zijn krachtige Accuracy legt hij in strak tempo de schijven een voor een neer. “De truc is om in het dobberen je ritme te vinden, waardoor het doel als het ware in het vizier ‘loopt’ Heb je dat eenmaal te pakken, dan is een kwestie van afdrukken en weer grendelen.”  

Er zijn voor snipers vele mogelijkheden op Wildflecken. 

Op peil blijven 

Sergeant-majoor instructeur Diego volgt de verrichtingen van de brigadesnipers op het onderdeel loophole shooting. Hierbij schieten de mannen en een vrouw door een kleine opening in een muur om zo onzichtbaar te zijn voor waarneming. “Bij deze techniek heeft de schutter beperkt zicht op het doelgebied en weinig bewegingsvrijheid om te richten.” Volgens de expert wordt deze waardevolle tactiek tijdens de sniperopleiding wel onderwezen, maar daarna niet regelmatig beoefend. 

En daar wringt volgens Diego de schoen. Want snipers krijgen sowieso niet vaak de gelegenheid hun skills te trainen. Buiten de 2 sniperweken per jaar en een enkel schietmoment in brigadeverband zijn de mogelijkheden uitgeput. “Mensen komen op topniveau uit de opleiding. Om op peil te blijven, is een keer per maand schieten absolute noodzaak.” Diego pleit er dan ook voor om de trainingsmogelijkheden te verruimen. “Het niveau van de schutters moet zeker omhoog”, vindt ook adjudant-instructeur Edwin. De leider der oefening is van het SICT; de instantie binnen de landmacht belast met toezicht op schietveiligheid en -kwaliteit. 

De T60 van Marathon is het nieuwtje van de recente sniperweek.  

Menselijke robots 

Hoewel snipers en marksmen vinden dat ze vaker moeten trainen, investeert de landmacht wel degelijk in hun kunnen. Tijdens de sniperweek nemen zij het op tegen de T60 Robotic Moving Targets van de Australische firma Marathon. Bestaande uit een mensachtige torso en een robuust onderstel, kan de T60 zelf obstakels vermijden, verschillende bewegingsscenario’s uitvoeren en reageren op gebeurtenissen. Het precies raken van de beweeglijke doelen blijkt overigens voor veel schutters even wennen. “De robots gaan ook de training van reguliere infanterie-eenheden ondersteunen”, vertelt Edwin.  

Een sniper is een waardevol ’instrument’.  

Sniperopleiding naar 9 weken

Schieten, de stalk (leren sluipen), camouflage & concealment, afstand schatten en het lezen van het terrein zijn belangrijke onderdelen van de sniperopleiding. Kandidaat-expertschutters worden geselecteerd op zelfstandigheid en het toepassen van hun vaardigheden onder sterk wisselende omstandigheden.

De opleiding duurt nu nog 6 weken, maar dat worden er op termijn weer 9. Verkorting van de opleiding om een snellere gereedstelling te bereiken, leverde een lager slagingspercentage op. Vandaar dat de opleiding terug gaat naar de oude vertrouwde 9.

Force multiplier 

“Een goed getrainde sniper is een force multiplier”, weet korporaal-1 Joran. Zijn kracht bestaat er niet alleen uit om doelen te bevuren. Minstens zo belangrijk is dat hij ook heel goed ongezien waarnemingen kan doen, waarmee hogerhand een waardevol ‘instrument’ in handen heeft. “Je hoort wel dat een drone ook goed kan waarnemen. En deels is dat zo. Toch blijft een menselijke waarnemer voordelen behouden, waar het gaat om context beoordelen, onverwachte situaties interpreteren en direct communiceren. Snipers worden geacht alleskunners te zijn. Maar dat lukt alleen door regelmatig te trainen. Punt.”   

Landmacht

Editie 092026