Evert Brouwer
SGT Sjoerd Hilckmann
Staf 13 Lichte Brigade getoetst voor inzet NAVO
Op korte afstand klinkt het gedreun van houwitsers over oefenterrein Wildflecken in Duitsland, gevolgd door klein kaliberwapens. Het is allemaal goed te horen in de tent waarin juist stilte heerst, die alleen wordt verstoord door klikkende muizen. 21 man zit geconcentreerd te turen naar het berichtenverkeer op hun scherm.
Het zijn allen evaluatoren voor de CREVAL, wat staat voor Combat Readiness Evaluation. Dat is in dit geval de NAVO-toets voor de staf van 13 Lichte Brigade, om aan te tonen dat de eenheid paraat staat voor inzet. “Het is in feite een openboek-examen, waarbij alles wordt afgevinkt waaraan de brigade moet voldoen”, schetst luitenant-kolonel Robert.
Supreme Allied Commander Europe
De knallen op het terrein behoren dus niet tot de computer assisted exercise Rapid Rapier 26 (RARA26). De CREVAL is een van de belangrijkste instrumenten van SACEUR (Supreme Allied Commander Europe) om vast te stellen of NAVO-eenheden klaar zijn voor gevechtsoperaties. Omdat 13 Lichte Brigade is aangeboden in het zogenoemde NATO Force Model, is ‘crevallen’ gebruikelijk.
“Zo’n toets verloopt in fasen. Eerst is er een dialoog tussen de Evaluation Team Chief en de te evalueren commandant om de oefendoelstellingen vast te stellen. Vervolgens bezoeken wij de staf tijdens de Staff Assistance Visit. Wij lopen 1 week mee tijdens een planningsfase. Als laatste zijn we bij de Field Evaluation, zoals dus nu tijdens RARA26. We komen dus niet plots binnenvallen om de boel te toetsen”, stelt overste Robert.
Een van de evaluators duikt even in de papieren in plaats van op het scherm te kijken.
Ik wil graag iets nalaten waardoor we beter zijn geworden
Flink boekwerk
De uitvoering is in handen van Land Command (LANDCOM, İzmir Turkije), dat 2 NAVO-monitors naar de te beoordelen eenheden stuurt. De evaluatoren zijn CREVAL-opgeleid bij de NATO School in Oberammergau (Duitsland), in samenwerking met LANDCOM. “Het Land Training Centre (LTC) faciliteert de CREVAL en zorgt voor de opleiding van de nationale evaluatoren”, zegt overste Robert, zelf stafofficier projecten bij het LTC.
Dat trainingscentrum vormt een onderdeel van het Opleidings- en Trainingscommando (OTCo). De evaluators, team chiefs en hun assistenten komen uit de gehele organisatie. Het zijn allen specialisten in hun deelgebied. De brigadecommandant wordt op zijn beurt beoordeeld door een rangenoot, in dit geval brigadegeneraal Jos Dirkx.
Een Poolse luitenant-kolonel en een generaal zijn als NAVO-monitoren verantwoordelijk voor het eindoordeel. “Die bieden het rapport met conclusies en aanbevelingen in december aan in İzmir. Het is een flink boekwerk en beslaat 429 af te vinken criteria”, weet overste Robert.
Onderwijs-leergesprek
Een van de ‘beoordelaars’ is luitenant-kolonel Mike, in het dagelijks leven hoofd G1 (Personeel) bij de staf van het CLAS. Zijn ogen gaan van zijn laptop naar de telefoon en dan weer naar zijn rechterbuurman, overste Marcel. Mike heeft veelvuldig contact met zijn collega bij de brigade, majoor Ellen, degene die hij beoordeelt. Even later beent hij richting de commandopost van de brigade, gevormd door een groot aantal aaneengeschakelde tenten.
“Ik stel majoor Ellen en de medewerkers in haar sectie dagelijks vragen. Hoe verloopt de dag en het gevecht? Heb je wel afgestemd met 10. Divisie, die de zaken misschien anders aanpakt? Daar haal ik de haakjes uit om dieper op zaken in te gaan. Het is meer een onderwijs-leergesprek. Ik wil graag iets nalaten waardoor we beter zijn geworden.”
Luitenant-kolonel Mike in gesprek met de G1 van de brigade, majoor Ellen.
Ik draag mijn kennis graag over op de jongeren
Personeelsbeleid zwaarder
Het personeelsbeleid is er sinds de inval van Rusland in Oekraïne niet gemakkelijker op geworden, vertelt Mike. “We zijn in een keer van een vredes- en uitzendorganisatie naar hoofdtaak 1 gegaan. Het werk voor de secties 1 is niet alleen anders geworden, maar ook zeker 50 procent meer. Dat zie ik ook tijdens deze oefening. Wil je inzetgereed zijn, moet een groot deel van de individuele militairen bij de brigade voldoen aan de zogenoemde Big Five: de MBV, DCP, dental fit, de noodzakelijke vaccinaties hebben en de missie-opleiding hebben voltooid. Dat is niet niks. En ik wil daar graag een zesde aan toevoegen: de portretfoto. Want in de huidige situatie in de wereld weet je nooit wanneer je de poort uit moet. Dat zijn dus lijnen waarlangs ik de ‘enen’ beoordeel. Is alles wel op orde? Hoe krijgen ze het daar voor elkaar om 24 uur per etmaal in de benen te blijven. Deze Field Evaluation van CREVAL in Wildflecken moet immers minimaal 96 uur duren.”
Bewegwijzering op het oefenterrein en natuurlijk is er een patch voor de oefening.
Ondersteunend
Defensie is weliswaar enorm gegroeid, maar zeker op personeelsgebied valt er veel in te halen, vindt Mike. “We komen uit een vredesbedrijfsvoering en zijn te ver afgedreven van de operationele werkelijkheid. Personeelszaken lijkt misschien onbelangrijk als de brigade plots moet vechten, maar wie houdt bevorderingen bij en het daarmee samenhangende salaris? Of de invoer van gewonden en gesneuvelden? Dat moet wel blijven doorgaan. Juist dan”, zegt hij fel. “En dan blijkt dat het muteren in ons PeopleSoft-systeem lastig is.”
Hij geniet duidelijk van zijn rol, die niet belerend is, maar ondersteunend aan de deelnemers. “De jongeren lopen tegen zaken aan die we vroeger wel kenden. Ik heb nog een groot deel Koude Oorlog meegemaakt en draag die kennis graag over aan de nieuwe generatie. Ik weet wat we hebben losgelaten.”
Kolonel Ralph Goossens: “CREVAL draait om procedures.”
Procedures
Het nationale deel is niet het enige waarmee de organisatie zich bezighoudt tijdens Rapid Rapier. 13 Lichte Brigade valt onder de Duitse 10. Divisie. “Wij werken met TITAAN, een nationaal Battle Management System en het standaard command and control system ELIAS. De Duitsers werken met het simulatiesysteem Kora. Want ook een van onze zusterbrigades, Panzerbrigade 12 ‘Oberpfalz’, ondergaat de CREVAL. En dat moet dan allemaal op elkaar passen”, legt kolonel Ralph Goossens uit.
Hij is de Evaluation Team Leader tijdens Rapid Rapier. “De oefening is opgezet door 10. Divisie. In de simulaties zitten alle moderne wapens zoals het anti-dronekanon Skyranger. De vermoeidheid of individuele fouten van de militairen kun je niet meenemen, maar dat is tijdens de CREVAL ook niet nodig. Het draait om procedures”, aldus de kolonel.
Brigadegeneraal Stefan Linders: “Ik zie hier dat iedereen het beste uit zichzelf wil halen.”
Belangrijk om te weten waar we staan
Inzetten van reserves
Voor commandant 13 Lichte Brigade, brigadegeneraal Stefan Linders, is na Fighter Lion deze Rapid Rapier een volgende test. “Destijds was ik pas 2 weken commandant en nu de CREVAL erbij”, zegt hij lachend. “Dat is toch prachtig. Heel belangrijk om te weten waar wij staan, maar ook dat SACEUR kan zien dat we er klaar voor zijn. Het is vooral een training voor de staf, maar een aantal zaken speelt zich op mijn niveau af. Zoals het inzetten van reserves. Dit is ook ons werk: plannen maken en ze zo goed mogelijk uitvoeren. Ik zie hier dat iedereen het beste uit zichzelf wil halen. Meer kun je ook niet vragen.”













