Mediacentrum Defensie
SGT Jasper Verolme, archief Mediacentrum Defensie
Kolonel Kim Schreuder werkte 4 jaar aan nieuwe doctrines
Vorming en leiderschap zijn bepalend in hoe wij bij de landmacht als individu en als collectief functioneren. Maar wat betekent dat nou eigenlijk? Hoe doen we dat? En in hoeverre is leiderschap in de loop der jaren veranderd? Kolonel Kim Schreuder werkte afgelopen jaren aan nieuwe publicaties over vorming en leiderschap. Zij en OTCO-adjudant Michel Vonk leggen in gesprek met dit e-zine uit waarom dit belangrijk is. “Veel ging al goed en daar moeten we ook trots op zijn.”
‘Is dit oude wijn in nieuwe zakken?’ Terecht wordt in de nieuwe Visie Leiderschap bij de Koninklijke Landmacht deze vraag gesteld. Want laten we eerlijk wezen: de principes achter goed leiderschap blijven toch hetzelfde?
‘Ja’, is daarop het eerlijke antwoord uit diezelfde Visie. ‘En dat is maar goed ook. Zou er alleen nieuwe informatie in staan, zou dat tekortdoen aan alle ervaring en vakbekwaamheid – van jezelf, collega’s en je voorgangers.’
Vorming en leiderschap ‘bijbrengen’, werkt alleen maar als je het praktisch maakt, vinden AOO Michel Vink en kolonel Kim Schreuder.
Ik wil een lans breken voor onze onderofficieren, zij zijn gewoon heel goed
Vorming en leiderschap zitten heel diep in de landmacht verweven. Waarom waren deze nieuwe publicaties nodig?
Kim Schreuder: “Vorming en leiderschap zijn moeilijk grijpbare begrippen, maar we ‘doen’ dit natuurlijk al heel erg lang. Elke startende sergeant en luitenant doet er meteen ervaringen mee op. Veel gaat meestal al goed en daar moeten we trots op zijn. Maar je wilt er ook goed in blijven. De wereld verandert, dus moet je hier opnieuw naar kijken en het herijken. Past wat op papier staat nog wel bij wat we in de huidige tijd doen? Dat maakt niet dat wat we deden niet meer goed is. We hebben het nu alleen gerichter onder woorden gebracht.”
Hoe zijn de boeken tot stand gekomen?
Kim Schreuder: “Het is een combinatie van lang wetenschappelijk onderzoek doen en veldwerk: heel veel mensen spreken en bij eenheden kijken. Het heeft bij elkaar 4 jaar geduurd.
Wat opviel is dat we allemaal het woord ‘vorming’ wel kennen. En dat we er in de praktijk mee bezig zijn. Maar eigenlijk konden we niet zo goed uitleggen wat dat dan precies is en hoe dat dan moet. Je hoorde dan grote woorden, zoals warfighting, mindset en hoofdtaak 1. Ook zelf worstelde ik daarmee. Als ik lesgaf over dit onderwerp, kreeg ik weleens de vraag: goed verhaal, maar wat wilt u nou eigenlijk zeggen?
Bij eenheden zien we dat ze er heel goed mee bezig zijn en dat ze vooral bij elkaar kijken en van elkaar leren. Door nieuwsgierig te zijn, veel te vragen en mee te kijken, hebben we nu onder woorden kunnen brengen hoe we ‘vorming’ in de praktijk doen. Dat was een kwestie van heel veel uitproberen, op papier zetten en ook te horen krijgen dat het zo gewoon niet in de praktijk werkt. Dan gingen we weer opnieuw naar de tekentafel. We hebben bij dit traject veel samengewerkt met onderofficieren uit de praktijk.”
Michel Vonk: “Ik wil een lans breken voor onze onderofficieren. Zij zijn gewoon heel goed. Ga maar eens voor een groep staan en lesgeven in ZHKH, wapenhandelingen en al die andere vakgebieden. Een onderofficier is als instructeur vakspecialist in veel onderwerpen en draagt tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van zijn mensen. En dan komen vorming en leiderschap er ook nog bij. Dat kan alleen werken als je het praktisch maakt.”
Jarenlang lang deed kolonel Kim Schreuder onderzoek naar vorming en leiderschap binnen de Koninklijke Landmacht.
Het doel van goede vorming en goed leiderschap is operationele gereedheid
Hoe bepaal je dan wat erin moet of juist niet?
Kim Schreuder: “Bij mensen die we spraken, merkte ik een spanningsveld. Er was een groep die zei: we zijn in een nieuwe wereld beland, het werkt niet meer en het moet anders. En een groep die zei: het heeft altijd zo gewerkt en zo hoort het. Beide opvattingen zijn waardevol. Kijk, je moet het verleden niet helemaal loslaten, en ook niet elke nieuwe ontwikkeling is goed. Die werelden kan je bij elkaar brengen zonder te zeggen: dit is slecht, dat doen we dus niet meer. Het zijn andere perspectieven die elkaar aanvullen.
Wat echt anders is, is dat we nu het landoptreden hebben toegevoegd aan leiderschap bij de landmacht. Hoe zit het met onze hiërarchie? Waarom werkt en helpt dat? Wat is de plek van de commandant daar dan in? Dat geeft meer handvatten.
Nieuw is ook dat we nooit een vorming-doctrine hadden. Wel besteedden we aandacht aan alle losse taartpunten die over vorming gaan. Maar we hebben nooit de onderlinge samenhang daarvan beschreven. Dus: hoe draagt de sport daar nou aan bij? Of geestelijke verzorging? Welk effect heeft dat dan op mindset? Ik denk dat we de eenheden hiermee richting geven van hoe dit nou praktisch toepasbaar is.”
Michel Vonk: “Uiteindelijk is het doel van goede vorming en goed leiderschap heel concreet: operationele gereedheid. We moeten mensen opleiden en vormen die onder alle omstandigheden kunnen en willen optreden. Juist nu we voor de opgave staan om fors te groeien richting 200.000 militairen, is dat belangrijker dan ooit.”
AOO Michel Vonk hoopt dat onderofficieren - door anekdotes in het verhalenboek Vorming, zo doen wij dat! - het gesprek met elkaar aangaan. Bijvoorbeeld over hoe een oefening bijdraagt aan de vorming en leiderschap van toekomstige collega’s.
Vorming is iets heel persoonlijks en voor iedereen anders
Ook is er het boek Vorming, zo doen wij dat! Hierin staan verhalen van militairen die aan de hand van eigen anekdotes vertellen wat vorming voor hen betekent. Wat is jou bijgebleven uit die gesprekken?
Kim Schreuder: “Vorming is iets heel persoonlijks en voor iedereen anders. Voor de een is het een heel specifiek moment, een gebeurtenis. Voor een ander is dat een hele periode. Het gesprek met voormalig Landmachtadjudant Cees Bielander staat me bij. Maar ook: een instructeur die aan Oekraïners uitlegt hoe een laserafstandsmeter van een Leopard-1-tank werkt aan de hand van een dennenappel. Dat getuigt van zoveel vakmanschap. Als ik dat zie, dan ben ik echt trots op de landmacht.”
Wanneer zijn de publicaties geslaagd?
Kim Schreuder: “Dat zijn ze eigenlijk al. Afgelopen week zag ik mensen er mee werken en dat is natuurlijk supergaaf. Dan kom je ergens en heeft een collega een bepaald model in een presentatie verwerkt. Dan zie ik dat het goed wordt gebruikt en dan ben ik daar trots op. Onderaan de streep moet het vooral handzamer zijn voor de mensen die ermee werken.”
Michel Vonk: “Hopelijk gaan mensen door zulke verhalen zelf het gesprek met elkaar aan. Bijvoorbeeld onderofficieren die in de koffiekamer zeggen: ‘Hé, hoe kunnen we het scenario dat we draaien, verbeteren? Hoe zorgen we dat de oefening ook bijdraagt aan onze standaarden, discipline en het leiderschap van onze aanstaande collega’s?’”
Het verhalenboek Vorming, zo doen wij dat staat boordevol persoonlijke anekdotes.