Sla over en ga naar de inhoud

Ogen, oren en denkkracht

Coen Heil

SGT-1 Wendy Bons

45 Pantserinfanteriebataljon koppelt nieuwe systemen tijdens Bold Quest 2026

Defensie start het ene na het andere innovatieproject. Het Commando Landstrijdkrachten heeft er zelfs een speciale sectie voor: de afdeling Innovatie. In deze rubriek belicht dit e-zine bijzondere trajecten die deze groep initieert of ondersteunt. Ditmaal volgen we 45 Pantserinfanteriebataljon tijdens Bold Quest 2026. Daar onderzoeken militairen hoe drones, sensoren en commandosystemen beter kunnen samenwerken en hoe die technologische mogelijkheden leiden tot slimmer vechten.

Op het uitgestrekte oefenterrein in de Amerikaanse staat Michigan komt tijdens Bold Quest van alles samen. Drones, voertuigen, sensoren, computers en militairen spelen elk een rol bij hetzelfde vraagstuk. Hoe krijg je informatie zo snel mogelijk op de juiste plek en hoe gebruik je die vervolgens?

Bold Quest is een experimenteeromgeving waar Defensie, kennisinstituten en het bedrijfsleven samenkomen.

Drukke mierenhoop

Kapitein Johnnie van 45 Painfbat vergelijkt de samenwerking tussen de verschillende deelnemers – 250 Nederlandse militairen en burgers en bondgenoten uit meer dan 20 landen – met een drukke mierenhoop. “Veel losse elementen die met van alles bezig zijn. En dat komt hier dan samen. Af en toe moeten we nog flink aan elkaar wennen. Maar op een gegeven moment zie je tijdens de oefening dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen.”

Dat samenbrengen is een belangrijke stap naar slimmer vechten. Het bataljon krijgt steeds meer sensoren. Drones kijken vanuit de lucht, andere systemen verzamelen data met radar, elektronische waarneming of geluid. Desondanks is meer informatie niet automatisch beter. De kunst is om die input bruikbaar te maken voor de militair die op dat moment een beslissing moet nemen.

De oefenomgeving in de Verenigde Staten biedt extra ruimte om de nieuwste technologieën te testen. Zo kunnen drones bijvoorbeeld afstanden tot 40 kilometer overbruggen.

Meer ogen betekent meer zien

Van drone naar soldaat

“Op dit moment zijn we nog niet in staat om die sensoren te integreren in het gevecht”, legt Johnnie uit. “Wat die drone ziet, kunnen we nog niet in één keer doorsluizen naar de infanteristen op de grond.” Daar moet verandering in komen. Een drone die een voertuig waarneemt, moet niet alleen signalen opleveren voor de drone-eenheid. Ook andere eenheden moeten die melding kunnen zien en weten waar hun eigen militairen zich bevinden.

Tijdens Bold Quest koppelen militairen verschillende systemen aan elkaar. Drone-eenheden werken onder meer met TAK (Team Awareness Kit), terwijl reguliere eenheden ELIAS gebruiken. Die systemen konden oorspronkelijk niet met elkaar communiceren. De proef maakt het mogelijk om essentiële informatie, zoals de positie van eigen troepen en meldingen over de vijand, tussen de systemen te delen. “Want op het moment dat we weten waar onze eigen mannen en vrouwen zijn, en weten waar de vijand is, kunnen we gericht aanvallen en verdedigen, zonder het risico op friendly fire.”

Centraal staan het optreden met en tegen drones, het snel delen van informatie en het opereren in het elektromagnetische spectrum.

Samenwerking ELIAS, TAK en Scipio

ELIAS is het C2-systeem in voertuigen waarmee militairen op een digitale kaart informatie kunnen zien en delen. Zoals de positie van eigen eenheden, plannen en meldingen over de tegenstander. TAK is vooral gericht op het delen van data tussen mobiele gebruikers. Bijvoorbeeld via drones.

Scipio is een softwareplatform dat verschillende informatiestromen en systemen aan elkaar kan koppelen, en fungeert als een soort centraal verzamelpunt. Scipio is door COMMIT/KIXS ontwikkeld, mede op basis van Oekraïense ervaringen.

Het nieuwe UAS-peloton (Unmanned Aerial Systems) van 45 Pantserinfanteriebataljon test onder meer hoe het drones kan gebruiken voor situational awareness.

Snelheid draait om keuzes

Slimmer is niet alleen sneller

De hoeveelheid gegevens en middelen groeit snel. Bataljonscommandant van het 45e, luitenant-kolonel Sander ziet daardoor het gevecht veranderen. “Ik heb nu drones – waarvan sommigen met een groot bereik – die boven me vliegen, opsporingsradars en straks ook akoestische sensoren.”

Al die middelen leveren extra ogen en oren op. Maar hoe voorkom je dat een commandant verdrinkt in informatie? En hoe zet je het juiste middel op het juiste moment in? Sander noemt dit de ‘sensor-to-shooter-loop: de tijd die verstrijkt tussen het waarnemen van een doel en het inzetten van het juiste middel. “Mijn uitdaging als bataljonscommandant is hoe ik die loop zo kort mogelijk houd. Maar tegelijkertijd moet ik wel controle houden over het gevecht.”

Dat laatste is essentieel. Er zijn niet onbeperkt middelen voorradig. Je zet een drone, artilleriemiddel of ander effect in op het moment dat het daadwerkelijk verschil maakt. “Zonder prioriteiten te stellen, een duidelijke tactiek te bepalen en synergie in het optreden te vinden, heb je misschien wel een snellere sensor-to-shooter-loop”, schetst Sander. “Maar dan loop je het risico dat de verkeerde sensor iets naar de verkeerde shooter stuurt.”

Slimmer vechten betekent dus niet simpelweg sneller reageren. Het betekent vooral beter kiezen.

Luitenant-kolonel Sander en kapitein Johnnie fungeren in Michigan als POC bataljon en POC innovatie.

Ogen in de lucht

Voor sergeant-1 Troy, opvolgend pelotonscommandant binnen het dronepeloton, zijn alle veranderingen merkbaar in de praktijk. “Het grootste voordeel is dat we veel meer oogjes in de lucht hebben dan vroeger”, geeft hij aan. “Je kunt echt meekijken tijdens de gevechten.” Het peloton heeft zowel verkennings- als aanvalscapaciteiten. Een drone kan snel een gebied bekijken en informatie doorgeven. Daarmee krijgt een commandant een beeld van wat zich afspeelt buiten zijn directe zicht.

Tijdens een eerdere oefening zag Troy hoe groot dat verschil kan zijn. Een dronebeeld werd live op een groot scherm geprojecteerd, terwijl een gemechaniseerde eenheid een dorp aanviel. De commandant kon daardoor direct zien wat er in het dorp gebeurde en zijn militairen aanwijzingen geven. “Dat kon vroeger natuurlijk nooit. Toen speelde zich dat alleen af op een veel hoger niveau.”

Ruim 250 Nederlandse militairen en burgers nemen deel aan ‘Bold Quest 2026’.

Techniek vraagt om vakmanschap

Leren omgaan met techniek

Daarmee rijst opnieuw de belangrijkste vraag: hoe gaan militairen al die mogelijkheden benutten in het gevecht? “De techniek is 1, maar ermee leren vechten, is 2”, benadrukt Sander. Voor hem gaat innovatie niet alleen over nieuwe systemen. Ook werkwijzen, procedures, tactieken en samenwerking tussen militairen moeten veranderen. “Alle 700 militairen die ik in mijn bataljon heb, zijn ook 700 denkmachines. En die moeten getriggerd, geïnspireerd en geprikkeld worden in hun creativiteit.”

Daarvoor is Bold Quest 2026 een proeftuin. Deelnemers koppelen systemen, proberen ze uit en passen ze aan waar nodig. Niet alles werkt direct. “We willen heel graag doorontwikkelen en dat gaat gepaard met vallen en opstaan”, vult Troy aan.

Militairen werken met TAK, ELIAS en Scipio om informatie sneller te delen en het gevechtsbeeld compleet te maken.

Eén beeld, betere keuzes

Uiteindelijk is voor slimmer vechten meer nodig dan een verzameling van drones, sensoren en computers. De verschillende informatiestromen moeten samenkomen in 1 bruikbaar beeld van het gevechtsveld. Militairen werken daarvoor onder meer met TAK, ELIAS en Scipio. Ook testen ze verbindingen en lokale voorzieningen om informatie beschikbaar te houden als een verbinding wegvalt.

Het doel is een netwerk waarin waarnemingen van sensoren, voertuigen en commandoposten snel terechtkomen bij degenen die ze nodig hebben. Zo moet de tijd tussen waarnemen, beslissen en handelen korter worden. Maar snelheid blijft een middel, geen doel. De commandant moet kunnen bepalen welke gegevens belangrijk zijn, welk middel wordt ingezet en wanneer. Juist daarin zit het verschil tussen méér mogelijkheden hebben en ze slimmer gebruiken.

Voor slimmer vechten is meer nodig dan een verzameling drones, sensoren en computers.

Landmacht

Editie 08 2026