KAP Jaap Wolting
Herman Zonderland
Defensie en Nederlandse industrie bouwen samen aan operationele slagkracht
De landmacht is volop in ontwikkeling. Voor een geloofwaardige afschrikking zijn extra wapens, munitie en materieel nodig. Om lang strijd te kunnen leveren, zijn voortdurende aanvulling en herstel essentieel. Nederlandse bedrijven maken dat mede mogelijk. Elke maand zetten we er één in de spotlights. Deze keer Dutch Military Vehicles. We spraken met CEO Mark Scheffers.
Wat leveren jullie precies, en waar komen landmachters jullie producten tegen?
“Militaire voertuigen, in de breedste zin van het woord. Voor de landmacht, voor mariniers, maar ook voor luchtmachters en de marechaussee. Daarnaast leveren we componenten. Een voorbeeld daarvan is de laadbak van de Manticore, in verschillende varianten. Die gaat naar eenheden door het hele land, van Havelte tot Oirschot.”
Dutch Military Vehicles levert voertuigen aan, onder meer, verschillende landmachteenheden.
Wat is er zo uniek aan deze samenwerking?
“Dat we in het complete geweldsspectrum zitten en niet alleen bakwagens maken maar ook Manticores. Onze samenwerking is bijzonder omdat wij goed luisteren naar wat Defensie nodig heeft, en zodoende samen kijken naar de beste oplossing. We hebben niet de arrogantie van: ‘jullie hebben een vraag en wij de beste oplossing’. Elke vraag is immers weer anders. Het eindresultaat is maatwerk.”
Defensie en DMV slaan samen de handen ineen, wat vaak resulteert in maatwerk.
Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie diensten aansluiten op de behoeften van landmachters?
“Door niet alleen te zenden maar vooral ook te ontvangen. Zoals ik al zei: we luisteren. Daarnaast is de stabiliteit van de organisatie belangrijk. Wij zijn een MKB-bedrijf en daar zie je dat sowieso vaak. Bij de aflevering van voertuigen uit een recent project vertelde een militair dat het ‘uniek was dat zowel bij Defensie als bij de leveranciers nog dezelfde mensen op hun plek zaten’. Voor ons is dat de normaalste zaak van de wereld.
Doordat Dutch Military Vehicles (DMV) heel stabiel is in zijn personeelsbestand, nemen we opgebouwde ervaring mee naar volgende projecten. Ook in het Manticore-project zie je dat. Dat begon in 2020 en inmiddels is het 2026. Iemand zei onlangs nog dat ik blijkbaar de enige in het project ben die er vanaf het begin al bij is. Sommige projectleiders kom ik bij verschillende projecten tegen, omdat iemand voor verscheidene systemen verantwoordelijk is. Dan zie je elkaar in de loop van de jaren vaker terug bij aanbestedingen of andere projecten. Dat werkt toch net iets makkelijker.”
Het Manticore-project begon in 2020 en loopt nog steeds.
Hoe ervaren jullie het contact met defensiemedewerkers?
“Erg prettig, vooral omdat ze zo geëngageerd zijn. Wel lopen we soms tegen inkoopprocessen aan die naar onze bescheiden mening… soepeler mogen worden. Ik denk echter dat het niet uitmaakt of je met het ministerie van Defensie werkt of met een grote multinational. In dergelijke organisaties zitten gewoon bepaalde – trage – processen en daar hebben we weinig invloed op.
Wanneer je kleinere series maakt, vaak met een beperkt defensieteam, ontwikkel je een voertuig met weinig mensen. Ik wil nog net niet zeggen dat je dan na afloop ‘high-fivend’ afsluit, maar je voelt wel dat je sámen een prestatie levert. Iedereen is dan trots op wat er naar buiten komt. Het eigenaarschap van zo’n voertuig is op zo’n moment voor het complete projectteam – burger of militair – heel sterk.”
Mark Scheffers: “Als je in een klein team gezamenlijk de eindstreep haalt, is iedereen trots op het eindresultaat.”
Waar zien jullie mogelijkheden voor groei… en wat is daar voor nodig?
“Ten eerste een stukje continuïteit. We zeggen nu vaak gekscherend: oktober en november zijn de contractmaanden en daartussen bevinden zich diepe dalen. Dat is jammer. Naarmate je dit langer doet, stel je je daarop in. Maar je kunt als bedrijf veel sneller groeien als je opdrachtenstroom voorspelbaarder is. Nu vindt een marktconsultatie op een bepaald moment plaats, maar duurt het vervolgens anderhalf jaar voor verwerving in beeld komt. In de tussentijd kan een auto, puur vanuit wetgeving, een bepaalde andere toevoeging hebben gekregen die conflicteert met de marktconsultatie. Ten tweede loop je het risico dat de prijs stijgt. Moet je toch weer opnieuw langs de kassa, met vertraging als gevolg.
Om aan de snelheid van de vraag te kunnen voldoen hebben we recent een actievere rol aangenomen. Door met ‘KIA Special Vehicles’ als basis te werken, hebben we al 1 nieuw voertuig, de Tasman, gepresenteerd. Binnenkort volgt een tweede, volledig Military-off-the-Shelf voertuig. Door letterlijk actiever te zijn, kunnen we nog beter inspelen op de toegenomen vraag naar leveringssnelheid.
Op de derde plaats hoop ik vooral dat Defensie het met nationale, lokale partijen probeert te doen. Op het moment dat we elkaar daar kunnen helpen, krijgt de Nederlandse industrie ook een impuls. Het MKB heeft voor Defensie grote voordelen. Medewerkers hebben een hoog eigenaarschap en de eigenaar zit aan tafel. Dat is anders dan bij enorme multinational waar duizenden mensen werken en de CEO iedere 2 jaar een andere plaatsing krijgt.
Als DMV ergens tegenaan loopt, kunnen wij in Etten-Leur snel beslissen. De lijnen zijn kort en dat vinden wij prettig. Daarom proberen wij onze leveranciers en partners ook binnen anderhalf uur van ons vandaan te hebben. Heel bewust. Zo houd je een snelheid van handelen die ervoor zorgt dat je in projecten snel kunt schakelen en opschalen. Hoe verder je partners bij je vandaan zitten, hoe kwetsbaarder je bent.
Ik denk dat het in het algemeen enorm zou helpen als Defensie voortdurende de volgende vraagt stelt. Hoe kunnen we het Nederlandse MKB, dat nog steeds de ruggengraat van de industrie is, kansen bieden?”