Sla over en ga naar de inhoud
Een raket verlaat met een ‘staart’ van vuur de PULS-lanceerinstallatie.

‘Lange arm’ van de artillerie

KAP Arjen de Boer 

SGT Wessel Zuijderduin

PULS schiet voor het eerst raketten vanaf Kreta

De PULS, het raketartillerie-systeem van de landmacht, had eind vorige maand voor het eerst een Live Firing Exercise op Kreta. Het was hoog tijd om weer wat trainingsraketten te lanceren. Het Griekse eiland heeft daar de perfecte locatie voor.

Hij trekt een rookspoor richting de Griekse goden

Als wachtmeester Tim op de lanceerknop drukt, barst het geweld los. Tenminste, voor de toeschouwer die op veilige afstand naar de PULS (Precise and Universal Launching System) kijkt. Die hoort een harde knal en geraas, en ziet hoe grote rookwolken de vrachtwagen en de daarop gemonteerde raketlanceerinstallatie aan het zicht onttrekken. De trainingsraket ‘woesssjt’ weg richting de Middellandse Zee en is al snel niet meer zichtbaar. Enkel een rookspoor richting de Griekse goden.

Maar ín de PULS-cabine waar lanceercommandant Tim zit, blijft het eigenlijk heel rustig, vertelt hij niet lang na zijn eerste, echte lancering. De cabine is goed geïsoleerd, dus nauwelijks herrie. Ook is er weinig trilling, blikt de wachtmeester terug. “Het systeem staat dankzij enkele stempels goed stabiel. Er zit dus weinig beweging in.”

Het beladen van de Launch Pod Containers is een zorgvuldig klusje. En als de PULS even niet wordt gebruikt wordt de boel afgedekt om te voorkomen dat er te veel stof en zand in het systeem komt.

Hier kun je hoog én ver schieten

Unieke locatie

Het Griekse eiland Kreta was de afgelopen week het toneel voor een Live Firing Exercise van de Charlie Raketbatterij van 41 Afdeling Veldartillerie. Batterijcommandant kapitein Lenard en zijn eenheid hadden het PULS-wapensysteem meegenomen naar de NATO Missile Firing Installation (NAMFI). Deze meestal zonovergoten locatie biedt de unieke mogelijkheid om hoog én ver te schieten, op een veilige manier.

“Zo zijn er in Europa maar weinig plekken”, weet Lenard. Bovendien is Kreta voor de landmacht geen onbekend terrein. Het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) traint er al jaren. “En wij gaan hier ook vaker komen”, legt de kapitein uit. “Dus is het goed om hier onze procedures te trainen. Daarnaast kan de NAMFI-organisatie aan ons wennen en aan het wapensysteem. Zo leggen we een goed fundament. Zeker wanneer we op termijn ook operationele raketten gaan schieten.”

Kanonnier Brian (links) en wachtmeester Tim hebben ieder een andere functie op de PULS. Brian is chauffeur en Tim is een lanceercommandant.

Vuren en dan snel weer weg

Eerste keer

Maar nu dus eerst nog enkele trainingsraketten, ziet kanonnier Brian met eigen ogen. Vanaf een afstand kijkt hij met zijn collega’s naar elke lancering. Telefoons in de hand om het te filmen. “Ik had nog geen echte lancering meegemaakt”, vertelt Brian, die chauffeur is op de PULS. “Het is indrukwekkend om te zien, het geluid, de rook. Ik heb tijdens mijn opleiding een demonstratie over de PULS gekregen en dat sprak me erg aan. Dat zit ‘m vooral in de manier van optreden. De strookoefeningen bijvoorbeeld waarbij we ook in (semi-)openbaar gebied oefenen. Daar staan dan loodsen en andere gebouwen. In dat verstedelijkte gebied kiezen we positie om te vuren en snel weg te komen. Dat vind ik interessant.”

In enkele dagen tijd kon de eenheid meerdere raketten verschieten op de NAMFI-range op Kreta.

Samen een hecht team

Als chauffeur vormt Brian een hecht team met de lanceercommandant die naast hem in de voertuigcabine zit. “Ik zet de PULS op de juiste locatie en de lanceercommandant vuurt. Daarna rijd ik de PULS snel weg. Verder werken we nauw samen bij bijvoorbeeld het camoufleren, controleren en onderhouden van het voertuig. Eigenlijk zijn we tijdens een inzet zelfs met 4 man. 2 op de PULS en 2 op een Scania met laadkraan en extra munitie.” Dit voertuig zit altijd ergens in het kielzog van de PULS om de druk op de vijand te houden. En dit duo voertuigen inclusief bemanning valt dan weer onder een lanceercommandant zoals wachtmeester Tim. “Met dit kleine team zijn we vaak op elkaar aangewezen en moeten we elkaar scherp houden”, zegt hij daarover.

2 raketbatterijen

De PULS-systemen zijn straks onderdeel van 2 volledig gevulde en uitgeruste afdelingen: 11 Afdeling Rijdende Artillerie en 41 Afdeling Veldartillerie. Beide hebben 2 batterijen Pantserhouwitsers 2000NL plus een batterij raketartillerie. Ook beschikt elke afdeling over een sensorpeloton.

Deze vallen onder de D-batterij en deze was ook aanwezig op Kreta met een geavanceerde Multi Missie Radar (MMR), en een drone om doelen op te sporen. Met deze middelen kan de eenheid een beeld opbouwen van wat er in een gebied gebeurt en welke doelen er zijn. Maar een drone kan ook een Battle Damage Assessment doen, dus zien welke schade de raketten of granaten hebben toegebracht.

Ik vergelijk het weleens met boksen

Belangrijke doelwitten

Afhankelijk van de reikwijdte van de projectielen bevatten de Launch Pod Containers (LPC) van de PULS 2 of meer raketten. Met verschillenden typen munitie kan het wapensysteem belangrijke doelwitten raken die diep in vijandelijk gebied liggen. Denk bijvoorbeeld aan commandoposten, logistieke punten of radar- en luchtverdedigingssystemen. “Ik vergelijk het weleens met boksen. Wie de langste armen heeft, heeft een voordeel”, legt batterijcommandant Lenard uit. “Raketartillerie kan honderden kilometers diep toeslaan. Dat gevecht in de diepte is heel bepalend voor wat er aan de frontlinie gebeurt. Dat zien we ook in Oekraïne.”

Kapitein Lenard is batterijcommandant van de Charlie Raketbatterij. “Raketartillerie kan honderden kilometers diep toeslaan.” Ook dankzij de hulp van bijvoorbeeld een drone die deel uitmaakt van een sensorpeloton.

Statisch oefenen

Op Kreta draaide alles om het lanceerproces. Er zat geen tactisch scenario aan vast. De PULS werd opgesteld en bleef gedurende de firing windows op dezelfde plek staan. Maar bij een daadwerkelijke inzet zou de PULS naar een locatie rijden, schieten en snel wegrijden. Gebruikmakend van natuurlijke dekking of bebouwing. “Dat soort tactieken trainen we tijdens de Field Tactical Exercises”, zegt Lenard. “Die sluiten meer aan bij hoe wij zouden optreden in een hoofdtaak 1-scenario. Dat oefenen we in Duitsland, maar kan ook prima in Nederland.”

De zeer geavanceerde MMR-radar kan diep in vijandelijk gebied kijken en speelt een belangrijke rol bij het zoeken van doelen. Een drone maakt de ‘gereedschapskist’ compleet.

Integratie met brigades

Kreta was een van de laatste grote oefeningen dit jaar. 2027 komt steeds meer in het vizier en dit is een belangrijk moment. Want januari is een bijzondere maand voor de afdelingen Rijdende Artillerie en Veldartillerie. Dan gaan de 2 afdelingen weer terug naar de gevechtsbrigades. 41 Afdeling Veldartillerie wordt onderdeel van 13 Lichte Brigade en 11 Afdeling Rijdende Artillerie gaat naar 43 Gemechaniseerde Brigade. Beide eenheden blijven gestationeerd op ’t Harde, maar de brigades krijgen zeggenschap over de inzet. En die kunnen een wapensysteem als de PULS goed gebruiken. Kapitein Lenard en zijn mannen en vrouwen dragen daarom al een mouwembleem van 13 Lichte Brigade; de bekende neushoorn. “We zijn best vergevorderd om die integratie vorm te geven. Zo hebben we al samen oefeningen gepland. De integratie is een goede zaak, omdat de brigades zo over meer eigen gevechtskracht beschikken. Dat is het meest effectief in het geval van een oorlog.”

Landmacht

Editie 08 2026