Sla over en ga naar de inhoud
De versleten onderzeeboot Walrus vaart op een ponton de marinehaven in Den Helder uit.

Nog één laatste reis

4 min

kapitein Nico Schinkelshoek 

sergeant Brian Vonk en Koninklijke Marine

Onderzeeboot Walrus naar de sloop 

Nog één keer was de Walrus deze week in het water te vinden. Op een ponton welteverstaan. De tocht van Den Helder naar Amsterdam luidde het laatste hoofdstuk in voor de onderzeeboot. Het vaartuig wordt in de hoofdstad namelijk gesloopt. De Defensiekrant keek mee. 

 

De vaartocht naar Amsterdam duurde minder dan een dag en werd uitgevoerd door een gespecialiseerd transport- en verschrotingsbedrijf. Alles onder begeleiding van het Commando Materieel en IT (COMMIT). Op het industrieterrein wordt de boot gedemonteerd, gerecycled en deels versmolten. Daar zijn twee tot drie maanden voor uitgetrokken. Gezien de omvang van het vaartuig verloopt het project in delen. Dat de Walrus niet naar de hoogste bieder gaat, heeft alles te maken met de veiligheid.  

De Walrus is al een tijdje niet meer in staat om zelf te varen. Verschillende installaties en onderdelen zijn in de afgelopen jaren verwijderd. Deze zijn nodig om de overige drie operationele onderzeeboten in de gelijknamige ‘Walrusklasse’ voorlopig in stand te houden. Dit zijn Zr.Ms. Zeeleeuw, Zr.Ms. Dolfijn en Zr.Ms. Bruinvis. 

De Walrus, die het predicaat ‘Zijner Majesteit' (Zr.Ms.) niet meer mag voeren sinds het drie jaar geleden uit dienst werd gesteld, is de eerste onderzeeboot die naar de sloop gaat. Zr.Ms. Zeeleeuw volgt later. 

De onderzeeboot gaat al even mee. De Walrus werd gebouwd in de jaren ‘80 en ‘90 in Rotterdam. Hoewel er voldoende liefhebbers zullen zijn, komen er voorlopig geen onderdelen van dit stukje varende geschiedenis in musea terecht. Pas als de hele klasse uit dienst is gesteld, kijkt de marine naar de opties hiervoor. Dit eveneens vanwege de veiligheid. 

Met een lengte van 68 meter is de boot van bovenaf indrukwekkend. Eenmaal onder water zijn de vaartuigen normaal gesproken onzichtbaar voor radars, vrijwel geluidloos en daardoor zeer moeilijk op te sporen door schepen, vliegtuigen of andere onderzeeboten. Toch zijn de vaartuigen uit de Walrusklasse soms even zichtbaar voor de buitenwereld, zoals op deze archieffoto. 

 

De laatste tocht roept gemengde gevoelens op. Bijvoorbeeld bij Ruud Ramaekers, de eerste commandant van de Walrus in 1992. De huidige staat van het vaartuig geeft hem een ‘melancholisch’ gevoel, zegt hij bij het Defensiejournaal. “Ik heb een mooie tijd gehad met de bemanning in de eerste fase waarin de boot ging varen.”  

Vooral de saamhorigheid aan boord zal hij nooit vergeten. Het ‘ultieme onderzeebootgevoel’, zoals hij dat noemt. Met ruim vijftig mensen in een relatief kleine ruimte leer je elkaar immers snel kennen. Zowel professioneel als persoonlijk. “Je zit letterlijk en figuurlijk in een afgesloten ruimte die soms weken niet opengaat. Met elkaar moet je het doen.” 

Een grotere energiecapaciteit door moderne batterijtechnologie, meer slagkracht met torpedo’s en kruisvluchtwapens en betere sensoren voor het verzamelen van inlichtingen. Het zijn enkele van de verbeterpunten van de vier opvolgers uit de nieuwe Orkaklasse: Zr.Ms. Orka, Zr.Ms. Zwaardvis, Zr.Ms. Barracuda en Zr.Ms. Tijgerhaai. Ook deze boten gaan wereldwijd opereren. Net als de Walrus deed. De groepscommandant van de Onderzeedienst vergelijkt de Walrus bij het Defensiejournaal met een 35 jaar oude auto. “Die is niet meer zo modern als je zou willen”, aldus kapitein-ter-zee Wiebe van Beek. “De nieuwe Orkaklasse wordt the top of the bill. Het werk dat de Onderzeedienst doet, kunnen we daarmee voortzetten.” 

Na jaren trouwe dienst komt er een definitief einde aan het hoofdstuk van de Walrus. Maar hiermee begint ook een nieuwe fase voor de Onderzeedienst, benadrukt Van Beek. “We maken ruimte voor de nieuwe generatie.” Het is overigens nog wel even wachten op de nieuwe klasse. Volgens de planning arriveert de eerste onderzeeboot in 2033 in Den Helder. De Franse werf Naval Group levert het laatste vaartuig naar verwachting in 2037. Tot 2035 blijft de Walrusklasse in de vaart. 

Defensiekrant

Editie 38 2026