Sla over en ga naar de inhoud
Twee mannen staan in werkpakken op een schip, met pijpen, tanks en kabels onder een heldere lucht.

Bijenhouders marine steken elkaar aan 

5 min

Evert Brouwer

sergeant Brian Vonk

Twee imkers aan boord van Zr.Ms. Evertsen 

“Nemen jullie die bijenkasten mee aan boord”? Het is een vraag die luitenant ter zee der eerste klasse Maarten en luitenant ter zee der tweede klasse Steven regelmatig horen. Vorige week vertrokken het hoofd logistieke dienst (HLD) en de wachtsofficier op het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen voor een lange reis van huis. Zonder hun bijenvolken natuurlijk, die blijven normaal gesproken in de goede handen van de Imkervereniging Den Helder en de familie van Steven achter. In de hoop dat ze de winter overleven. 

Want, het mag bekend zijn, het gaat slecht met de honingbij in Nederland. De invasieve Aziatische (geelpoot) hoornaar, de verwoestende varroamijt (in het Engels veelbetekenend ‘destroyer’ genaamd) en de mens (landbouwgif, tuinen vol tegels) maken het de belangrijke insecten steeds lastiger. Sterker nog, vlak voordat de fotograaf bij de kasten van LTZ-2 Steven zou langsgaan, is zijn volk verdwenen. Dat overkwam ook LTZ-1 Maarten eerder. “Heel jammer, maar dat gebeurt nu eenmaal. Wat de oorzaak is geweest, weet ik niet. Bij terugkeer van onze reis moet ik dus opnieuw beginnen”, laat Steven weten. 

Een imker in beschermende kleding en handschoenen inspecteert een drukke bijenkorf. (Foto: Pexels/Anete Lusina)

'Nu is ook onze schipper enorm geïnteresseerd'

Tuin voor de bij 

 Twee weken voor die dramatische ontdekking praten beide imkers aan boord van ‘hun’ schip in de haven van Den Helder met een aanstekelijk enthousiasme over hun hobby. En ze zijn daarmee zeker niet de enigen bij de marine die bijen houden. “Aan boord van de Karel Doorman had ik het met mijn kamergenoot over wat je zoals naast het werk doet. Hij bleek ook imker”, vertelt Steven.   

“En hier op de Evertsen kwam ik dus in contact met Maarten. Nu is ook onze schipper, sergeant-majoor Ralph, enorm geïnteresseerd. Hij is al bezig zijn hele tuin in te richten voor de bij, met inheemse biologische planten en bloemen. Want veel mensen denken dat je de gekste kleuren moet planten om de bijen aan te trekken. Dat is niet juist: de in het wild groeiende papaver (klaproos) die je langs de snelwegen ziet, heeft prachtig zwart stuifmeel.” 

LTZ-2 Steven: “Je maakt iedereen blij met een potje honing.” 

'Een reportage over imkers gaf de doorslag'

Tweeduizend bijen 

Maar hoe kom je erbij om imker te worden? “Voor mij was de coronaperiode bepalend”, legt Steven uit. “Ik was bezig met een master Crisis- en Security Management en verveelde me een beetje. Het leek me leuk om er iets bij te doen en zo kwam ik bij de Imkervereniging in Den Haag terecht. Daar was een lange wachtlijst. Terug op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) had ik er al niet meer aan gedacht, toen ik op de mail de vraag kreeg of ik nog was geïnteresseerd.”  

Maarten begint een paar jaar eerder. “Het behoud van de natuur heeft me altijd beziggehouden. Een reportage over imkers op de televisie gaf de doorslag. Ik werd er enorm enthousiast van, maar wilde het wel zo goed mogelijk aanpakken. Daarom heb ik me aangemeld bij de Imkervereniging in Den Helder.”

Drukke bijen lopen over een houten raam in een bijenkorf. (Foto Pexels/Newfel Bouchakour) 

Suikerwater 

Beiden kregen een opleiding van negen maanden. “In de winter de theorie, want dan overleven de volken en wil je ze niet storen. In lente en zomer de praktijk.” Dat was best even spannend in het begin, bekent Steven, want je gaat om met zo’n tweeduizend zoemende insecten. “Maar je leert heel snel om de kasten rustig te houden door vooral zelf kalme bewegingen te maken.”

Een imker doet veelal niet meer dan het controleren van de kasten. “Is het volk aangetast door de vorroamijt, een parasiet die leeft van het bloed van honingbijen? Is er genoeg honing, hun voedsel, vooral voor de winter? Is dat niet het geval, dan kun je als vervanging suikerwater toevoegen.” 

Luitenant ter zee-2 Steven en luitenant ter zee-1 Maarten aan boord van Zr.Ms. Evertsen. 

De Carnica is een zachtaardig bijenras 

Aziatische hoornaar 

Een kast herbergt als het goed is duizenden bijen, vrijwel altijd de Carnica, een zachtaardig bijenras. “Ze zijn heel rustig en goed te houden. Ik ben tot nu toe vier keer gestoken. De Carnica is wel vatbaar voor de vorroamijt”, weet Steven. Maar die vormt dus niet de enige bedreiging. “De hoornaar maakt een volk heel onrustig en dat kan betekenen dat je een lege kast hebt. Die grote wespen zitten rustig te wachten tot de werkers uitvliegen of vreten zich een weg door het hout van de kast.” 

Steven had zijn kasten in Zeist staan, waar ook zijn familie een oogje in het zeil hield tijdens vaarperiodes. Voor Maarten zijn de kasten dichterbij de haven, bij de Imkervereniging in Den Helder. Andere leden zorgen voor zijn volken als dat nodig is. “Het liefst staan onze kasten in de buurt van volkstuintjes, waar de bijen vrij kunnen vliegen”, zegt het HLD.  

Aardbijentelers betalen zelfs imkers om de bijenkasten in de omgeving te zetten voor de bestuiving van hun gewas. “De boeren hier in de omgeving zijn ook gevoelig voor onze argumenten om zorgvuldig met bestrijdingsmiddelen om te gaan”, weet Maarten. “Als je dan gif moet spuiten, doe dat dan later op de avond. Bijen navigeren op de zon, dus in de schemering zijn ze binnen.” 

LTZ-1 Maarten, met een zogenoemde bijenrookpot om de bijen rustig te houden en LTZ-2 Steven met een honingschraper in de hand. 

Pollinators 

Beiden kunnen genieten van wat zich allemaal afspeelt rond de bijenkasten. “Iedereen is blij als ik een potje honing voor ze meeneem. Als imker kijk je in de achteruitkijkspiegel van de natuur”, stelt Maarten. “Nu kun je aan de opbrengst van de honing zien dat we een heel droge periode achter de rug hebben.”  

De beide imkers realiseren zich dat niet iedereen zich met deze hobby kan of wil bezighouden. “Maar iedereen kan wel iets bijdragen, zoals onze schipper. Zorg voor veel variëteit in je tuin met inheemse bloemen en planten. Dat kan ook op een balkon. Organisaties als de Pollinators (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad)   of de plaatselijke imkervereniging (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad)  kunnen advies geven.” 

Defensiekrant

Editie 36 2026