Evert Brouwer
NIOD
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar begin oktober 1944.
In de vroege ochtend van zondag 1 oktober van dat jaar verandert het rustige Gelderse dorp Putten voorgoed. De gemeente wordt omsingeld door ruim duizend soldaten van het Hermann Göringregiment. De kerkklokken in het streng gelovige dorp worden op bevel stilgehouden, het telefoonverkeer is afgesneden. De bezetter en collaborateurs doorzoeken alle huizen naar mannen tussen ongeveer achttien en vijftig jaar. Die nacht vallen al twaalf doden. Ze zouden op de vlucht zijn neergeschoten.
De aanleiding voor de razzia is een gebeurtenis in de nacht van zaterdag 30 september, bij de Oldenallersebrug tussen Putten en Nijkerk. Daar overvalt een verzetsgroep uit de omgeving een Duits legervoertuig. Bij het vuurgevecht komt de Duitse luitenant Otto Fabian om het leven.
Die aanslag mondt uit in een van de ernstigste oorlogsmisdrijven die Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog treft. Binnen twee dagen worden bijna alle mannen in Putten weggevoerd, van wie de meeste nooit terugkeren.
Puttense mannen gaan onder begeleiding van Duitse soldaten richting het station.
661 mannen gedeporteerd
De volgende dag gaan de gevangenen in colonnes naar het station van Putten. In totaal worden 661 mannen uit Putten en omgeving per trein gedeporteerd. Eén man blijkt zó ziek dat hij mag achterblijven; twee anderen weten te ontvluchten. De rest belandt in kamp Amersfoort en gaat op transport naar Duitse concentratiekampen, vooral Neuengamme bij Hamburg. Onderweg slagen nog dertien mannen erin uit de trein te springen.
Puttenaar de heer Punt, die uit Kamp Amersfoort wist te ontsnappen, hield zich bezig met het archiveren van de geschiedenis van de razzia. In 1949 is een monument onthuld door koningin Juliana.
Van de 661 weggevoerde mannen keren er uiteindelijk slechts 49 terug, de laatsten pas in de zomer van 1945 na de bevrijding van de kampen. Meer dan zeshonderd vrouwen, kinderen en ouders in Putten wachten tevergeefs op de terugkeer van hun geliefden. Veel van de slachtoffers overlijden in de winter van 1944-1945 door dwangarbeid, ondervoeding, ziekte en uitputting. Zoals de 21-jarige landarbeider Teunis Ahrens. Na alle ontberingen te hebben doorstaan bezwijkt hij alsnog op 31 mei 1945 in Bergen-Belsen.
Gevangenen voeren onder zeer slechte omstandigheden zware dwangarbeid uit in een van de kampen.
Erkenning
Na de bevrijding komt langzaam de erkenning. In 1949 besluit de gemeente Putten tot de bouw van een monument. Op het standbeeld ‘Vrouwtje van Putten’ van de geroemde beeldhouwer Mari Andriessen (de Dokwerker, Marinemonument Scheveningen) staan de namen van de gevallenen. Het is onthuld door koningin Juliana.
Sindsdien vindt daar jaarlijks op 1 en 2 oktober een herdenking plaats. Ook vanavond. Nog altijd komt een groep onder de naam Lotgenoten iedere twee maanden bijeen in Ontmoetingscentrum Stroud in Putten. De naam is trouwens een verwijzing naar de Engelse plaats Stroud. De bevolking van die stad in Gloucestershire hield na de oorlog een inzameling voor de weduwen en kinderen van Putten.
Generaal Friedrich Christiansen vluchtte naar Duitsland, maar is later gearresteerd en overgedragen aan ons land en veroordeeld voor zijn aandeel in de razzia van Putten.
De commandanten
Twee namen die aan de razzia kleven zijn die van de generaal Friedrich Christiansen en kolonel Fritz Fullriede. Christiansen is een topvlieger en oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog. Hij fungeert in 1944 als commandant van de Wehrmacht in ons land. Als Christiansen hoort van de verzetsacties bij Putten, zou hij hebben gereageerd met de woorden: "Zet ze allemaal tegen de muur en brand de boel plat.”
Christiansen is in 1948 in Arnhem veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf, maar al in december 1951 vrijgelaten. Hij overleed in 1972 in Aukrug (D), 92 jaar oud.
Fullriede overleefde als officier de gevechten rond de invasie van Polen, het Oostfront en het Afrikakorps. Hij was commandant van de eenheid waartoe de omgekomen luitenant behoorde. Fullriede kreeg van hogerhand het bevel Putten met de grond gelijk te maken. Uiteindelijk zijn ‘slechts’ 84 woningen en enkele bedrijfsgebouwen in brand gestoken. Hij is na de oorlog tot tweeënhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Deze kolonel is in 1969 op 74-jarige leeftijd overleden.