André Twigt
sergeant-majoor Cristian Schrik
Autonome doelen raken tijdens Sniperweek blijkt uitdaging
De snipers en marksmen van de landmachtbrigades maakten tijdens de recente Sniperweek in het Duitse Wildflecken kennis met hoogst beweeglijke doelwitten. Voor het eerst schoten zij op de T60 Robotic Moving Targets van de Australische firma Marathon. Deze autonome doelen bestaan uit een robuust onderstel met daarop een mensachtig torso, die bewegingen en reacties realistisch nabootst. “Dit spul is ideaal voor hier”, vindt leider der oefening adjudant-instructeur Edwin van het Schiet Instructie Controle Team Manoeuvre (SICT).
De Sniperweek staat onder leiding van het SICT, de instantie die toeziet op de schietvaardigheid en schietveiligheid binnen de landmacht. Naast trainingen die de brigades organiseren, houdt het SICT tweemaal per jaar een week voor snipers en marksmen. Deze precisieschutters schieten over veel langere afstanden dan reguliere infanteristen. Daarbij zijn de snipers expert in het besluipen van de vijand en het uitvoeren van waarnemingsopdrachten. De Defensiekrant stelde de volgende reportage van de schietweek samen.
In de folder van leverancier Marathon staat dat de rijdende schietschijven zelfstandig kunnen bewegen en in staat zijn van richting of houding te veranderen. Ze kunnen obstakels vermijden, verschillende bewegingsscenario’s uitvoeren en reageren op gebeurtenissen. Juist die onvoorspelbaarheid is belangrijk, want snipers moeten hun schietvaardigheid onder uiteenlopende omstandigheden toepassen. Het precies raken van de beweeglijke doelen bleek overigens voor veel schutters even wennen.
Op langere afstanden doelen bestrijden, vereist naast een vaste hand en een gevoelige wijsvinger ook een toegepaste bewapening. Snipers werken met het Accuracy geweer in kaliber .338 Lapua Magnum. Dit grendelgeweer heeft een effectief bereik van rond 1.500 meter. Marksmen gebruiken de Heckler & Koch HK417 in 7,62 millimeter. Dit wapen is effectief tot op achtonderd meter. Marksmen vind je bij 43 Gemechaniseerde Brigade. Snipers bij 11 Luchtmobiele en 13 Lichte Brigade.
Snipers zijn aan de infanteriecompagnieën van 11 Luchtmobiel en 13 Lichte Brigade gekoppeld. Hier werken de twaalf man tellende groepen in koppels van twee. De meest ervaren teamgenoot is vaak de spotter. Hij heeft tijdens de inzet de leiding en ondersteunt de schutter onder meer bij het observeren van het doel en het bepalen van de schietgegevens.
Voor snipers die een doelwit op langere afstand willen bestrijden, is er de Kestrel Ballistics Meter. Dit belangrijke hulpmiddel meet onder meer de windsnelheid, windrichting, temperatuur en luchtdruk. Afhankelijk van het type Kestrel en de ingevoerde data kan het systeem deze informatie combineren met ballistische gegevens om zo te berekenen welke invloed de actuele omstandigheden op het schot hebben.
Een sniper is veel meer dan een gecamoufleerd schutter met een lang wapen. Het vak vereist naast geduld, discipline en concentratie, een oog voor detail. Hij of zij moet langdurig kunnen observeren, zelfstandig beslissingen nemen en tegelijkertijd nauw samenwerken met de spotter. “Juist die combinatie maakt het vak veeleisend”, zegt adjudant Edwin. “Voor veel snipers is dit werk een levenswijze.”
Juist omdat het sniperwerk zoveel verschillende vaardigheden vergt, is regelmatig trainen essentieel. De koppels trainen in Duitsland op precisievuur, maar ook op schieten onder tijdsdruk en natuurlijke op bewegende doelen. Edwin: “Een sniper moet niet alleen zijn schietvaardigheid onderhouden, maar ook blijven oefenen met waarnemen, terreinlezen en stalken onder wisselende omstandigheden. Het is een vak waarin ervaring en routine worden opgebouwd door herhaling.”