Evert Brouwer
uit collecties Nederlandse Instituut voor militaire Historie en Nationaal Archief
Geprezen om keuzes, bestraft door militaire leiding
Een goed moment om in Vervlogen Tijden eens wat anders te belichten dan een vliegend onderdeel. Want 65 jaar geleden ontving de Kapel van de Koninklijk Luchtmacht een nationale muziekonderscheiding: een Edison. Dat was des te opmerkelijker gezien de recente voorgeschiedenis. Amper een paar weken eerder namelijk staat de Generale Staf in Den Haag op zijn achterste benen vanwege de muziekkeuze van de kapel. Die affaire werd bekend onder de naam ‘De rel van Delft’.
De kapel in 1954 op de Parade van de Koninklijke Militaire Academie in Breda.
Eerst even een introductie. Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt door zogenoemde oorlogsvrijwilligers van de Gezagstroepen in het district Twente een muziekkorps opgericht. In mei 1946 verhuizen de musici naar het Commando Luchtvaarttroepen in de Kloosterkazerne in Breda. Vanaf dan staan zij bekend als het Muziekkorps van het Commando Luchtvaarttroepen.
Als 1 juli 1953 de luchtmacht onder luitenant-generaal Anton Baretta een zelfstandig krijgsmachtdeel vormt, transformeert het muziekkorps tot de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht, in de praktijk kortweg luchtmachtkapel genoemd. De pas 25-jarige kapitein Harry van Diepenbeek krijgt de leiding. Al in 1955 prijst het dagblad Het Vrije Volk de frivoliteit van het orkest, die volgens de krant ‘past bij het modernste wapen: de luchtmacht’.
De kapel laat het andere geluid van de luchtmacht horen.
Alleen marsmuziek, koralen en het Wilhelmus zijn toegestaan
Prins Bernhard
Een jaar eerder vindt de eerste Nationale Taptoe plaats op de Markt in Delft. Doel van het militaire muziekfestijn is de afstand tussen krijgsmacht en burger te verkleinen. Het evenement groeit al snel uit tot een internationale manifestatie. Maar over de muziek die daar mag klinken, ontstaat onenigheid tot op het hoogste niveau.
Dat begint in 1956 als de Marinierskapel de ‘St. Louis Blues’ speelt. Generaal Ben Hasselman, Chef van de Generale Staf, is verbijsterd. Volgens hem maakt deze muziek op een taptoe ‘een dwaze indruk op militairen’. Als de luchtmachtkapel een jaar later hetzelfde stuk op de lijst zet, eist minister van Defensie Kees Staf de programma’s voortaan in te zien vóór de show. Hij wordt daarin gesteund door niemand minder dan prins Bernhard. De prinsgemaal waarschuwt dat de Taptoe dreigt te ontaarden in ‘louter amusement’. Alleen marsmuziek, koralen en het Wilhelmus zijn toegestaan, zo stelt de Generale Staf.
De Nationale Taptoe op de Markt te Delft. Die had tot en met 1974 een puur militair karakter. Foto: Creazilla
Kapelmeester Warnas weet niet wat hem overkomt
'The saints' marcheren wel
Tot zover de aanloop, die eindigt in een rel. Op de slotavond van de Taptoe, zaterdag 2 september 1961, krijgt dirigent Van Diepenbeek zowaar toestemming voor een moderne mars. Het dixielandnummer ‘Bill Bailey won’t you please come home’ mag als sluitstuk worden vertolkt, maar nadrukkelijk NIET het ‘When the saints go marching in’. Dat laatste nummer heeft Afro-Amerikaanse wortels en is door trompettist en zanger Louis Armstrong omgezet naar New Orleans-jazz.
Het publiek in Delft is razend enthousiast over de uitvoering van ‘Bill Bailey’. Na afloop van het officiële gedeelte moet het stuk volgens het programma herhaald worden voor de afmars. En dan gebeurt het: enkele muzikanten, marcherend voor de hoofdtribune, zetten spontaan het ‘When the saints’ in. Kapelmeester kapitein Bep Warnas weet niet wat hem overkomt en Van Diepenbeek kan niet meer ingrijpen. Maar het publiek raakt nog enthousiaster en roept massaal om een ‘encore’.
De kapel op Vliegbasis Deelen, met in de achtergrond een Fokker F27 Troopship. Linksvoor dirigent majoor Harry van Diepenbeek met daarnaast kapelmeester kapitein Bep Warnas.
De hele kapel wordt gestraft met extra lessen militaire etiquette
Kamervragen
De Defensietop reageert de volgende dag als door een wesp gestoken en gelast een onderzoek. Minister van Defensie Sim Visser stelt daarna daadwerkelijk een onderzoekscommissie in. Tweeëntwintig betrokkenen worden gehoord. De commissie concludeert uiteindelijk dat kapitein Van Diepenbeek tekort is geschoten in de handhaving van de krijgstucht. De hele kapel wordt gestraft met extra lessen militaire etiquette. De dirigent krijgt daarbij nog eens een schriftelijke berisping. De zaak leidt zelfs tot Kamervragen. PvdA’er Ferdinand Kranenburg bijvoorbeeld wil wel eens weten waarom de chefs van staven zich bemoeien met het repertoire van militaire orkesten.
Generaal Ben Hasselman, Chef van de Generale Staf, bemoeit zich actief met de muziekkeuze van de militaire orkesten.
‘In Nederland komt alles pas 50 jaar later’
Goodwill
Intussen heeft de landelijke pers de smaak van het incident te pakken. In september staan de bladen vol over wat toen bekend werd als ‘De rel van Delft’. Koppen als ‘De hoempa wint’ en ‘Nu mag de luchtmachtkapel niet eens meer swingen’ sieren de kranten. Over het algemeen zijn de reacties positief voor de kapel. Dagblad Trouw schrijft dat de goodwill die de luchtmachtmuzikanten kweken ‘met geen duizenden guldens aan advertenties te bereiken is’. Ook prins Bernhard komt weer op de lijn, nu opvallend milder trouwens: ‘Misschien is het goed te demonstreren dat de militairen ook in dit opzicht met hun tijd meegaan’, is zijn overdenking.
Wim Sonneveld en kapitein Harry van Diepenbeek bij het Grand Gala Du Disque in het Kurhaus, 1961. De dirigent van de luchtmachtkapel heeft een Edison op zijn arm.
Edison
Begin oktober haalt de kapel weer de voorpagina's, maar dan op een heel andere manier. Op zaterdag 30 september 1961 krijgt kapitein Van Diepenbeek namelijk een Edison in de categorie 'Nederlands instrumentaal', voor de plaat 'Marching Together'. Dat gebeurt tijdens het Grand Gala du Disque in het Kurhaus, met als presentator cabaretier Wim Sonneveld (ook bekend van het liedje ‘Het Dorp’). Dat doet hij vanzelfsprekend met een grap: “Ze zullen er vandaag of morgen toch aan moeten wennen. Maar het zal wel morgen worden, want in Nederland komt alles pas 50 jaar later.”
Een trotse Harry van Diepenbeek in 1961 met de Edison op zijn arm. Foto: uit archief KLu
De rel blijkt het begin van swingende militaire muziek
Pop, jazz en fusion
Sonneveld krijgt min of meer gelijk: de 'rel van Delft' blijkt het begin van swingende, jazzy militaire muziek van met name de luchtmachtkapel. Niet alleen tijdens de Taptoe, die inmiddels via Breda, Den Bosch en Rotterdam weer naar Den Bosch is verhuisd, klinkt het moderne repertoire. Aangemoedigd door het succes voegen de luchtmachtmusici steeds meer populaire liedjes en improvisaties toe aan de programmering.
De kapel, inmiddels hernoemd tot het Orkest Koninklijke Luchtmacht, is uitgegroeid tot een formatie voor pop, jazz en fusion die uniek is in de professionele muziekwereld. Sinds 2010 is het aannamebeleid hierop ook specifiek gericht: een achtergrond en beroepservaring in de lichte muziek zijn vereist. Voor de muzikale samenwerkingen zoekt het orkest de laatste jaren nadrukkelijk naar artiesten die ‘hot’ zijn. Wat in de jaren ‘50 en ‘60 als ‘onkrijgstuchtelijk gedrag’ is bestraft, kenmerkt vandaag het geluid van het Orkest Koninklijke Luchtmacht.
De EP waarvoor de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht de Edison krijgt.
Helaas zijn de beelden van het Grand Gala du Disque uit 1961 niet of nog niet beschikbaar in de Schatkamer van Beeld & Geluid, maar het is wel genieten van deze beelden uit 1964: https://schatkamer.beeldengeluid.nl/programma/2101608050036068631/de-luchtmachtkapel (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad)










