Coen Heil
Lex van Lieshout
Johan de Witt-conferentie zet marine op scherp
De wereld verandert snel en daarmee ook de eisen aan de Koninklijke Marine. Nieuwe schepen en systemen zijn nodig, maar minstens zo belangrijk is het vermogen om sneller te innoveren en de handen ineen te slaan. Tijdens de Johan de Witt-conferentie in Rotterdam zochten militairen en andere overheidsdienaren plus het bedrijfsleven naar manieren om dat te realiseren. De lessen uit Oekraïne, regelgeving, vertrouwen en innovatie stonden daarbij centraal.
Vanaf het begin klinken harde noten in het KPN-gebouw aan de Nieuwe Maas. Na een fraai staaltje pianospel van korporaal van de mariniers Nordin Maouli, maakt de harmonie van de muziek al snel plaats voor de rauwe realiteit. Commander Netherlands Fleet commandeur George Pastoor wijst de aanwezigen op de veranderde wereldorde. De Russische inval in Oekraïne, de discussie over Groenland en het oplaaiende debat over kernwapens laten volgens hem zien dat niets meer vanzelfsprekend is. Daarmee krijgt Europa een wake-up call. Niet alleen militair, maar ook op diplomatiek en informatief gebied. Ook nieuwe vormen van oorlogvoering vragen volgens de vlagofficier om aanpassing. Voor de marine betekent dit onder meer vaker oefenen, de gereedheid verhogen en voldoende voorraden aanhouden. Pastoor vat de opgave samen als ‘samen voorwaarts’. “De marine moet wendbaarder worden én tegelijkertijd de gezamenlijke productiviteit verhogen.”
De conferentie begint met een muzikaal tintje, maar maakt al snel plaats voor de harde werkelijkheid.
Snel genoeg reageren
De conferentie draait niet om de vraag óf verandering nodig is. Het gaat vooral om de wijze waarop die sneller kan worden gerealiseerd. Europarlementariër Jeannette Baljeu spreekt over Europa in een wereld onder druk. Zij vindt dat Europa te lang naïef is geweest, met name tegenover China. Europese landen moeten meer gezamenlijk optrekken en investeren in onder meer industrie, innovatie en het maritieme cluster. “Ook Defensie heeft daarin een rol”, verzekert Baljeu. Als klant en opdrachtgever kan Defensie bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologie.
Oud-ambassadeur en voormalig crisismanager van de NAVO Robert Serry verlegt de blik naar Oekraïne. Hij spreekt over de lessen uit de oorlog met Rusland en hoe Oekraïne zich blijft aanpassen onder zware omstandigheden. Daarmee sluit zijn bijdrage aan bij de centrale vraag van de conferentie: ‘Hoe zorgt een krijgsmacht ervoor dat zij snel genoeg kan reageren wanneer de omstandigheden veranderen?’.
De oorlog in Oekraïne keert tijdens de conferentie telkens terug in de gesprekken.
Niet na elkaar, maar naast elkaar
In de paneldiscussie ‘Hoe boeken we samen sneller resultaten?’ zoeken Defensie en de industrie naar manieren om die lessen in de praktijk te brengen. Ruben Kalisvaart van De Haas Shipyards stelt dat partijen tijdens ontwikkeling en innovatie meer naast elkaar moeten staan, in plaats van na elkaar te werken. Ook de rol van startups en kleinere bedrijven komt ter sprake. De managing partner van de Rotterdamse scheepswerf vindt dat hun potentieel nog onvoldoende wordt benut. Ondernemers hebben opdrachten, commitment en financiering nodig om oplossingen daadwerkelijk te ontwikkelen. Tegelijkertijd moet Defensie bereid zijn meer risico’s te nemen.
Commandeur Ronald van Vuuren, verantwoordelijk voor de materieelbehoeften binnen Defensie, legt een ander accent. Innovatie moet uiteindelijk leiden tot meer gevechtskracht. De vraag is daarom niet alleen wat technisch mogelijk is, maar ook wat een innovatie oplevert in militair opzicht.
Dagvoorzitter Eva de Vos leidt aan het hoofd van de tafel de paneldiscussie ‘Hoe boeken we samen sneller resultaten?’
Sneller opschalen
Beleidsadviseur financiering defensie-industrie Tessa Rodrigues benadrukt dat Defensie een belangrijke rol heeft bij het opschalen van de industrie. Dat moet volgens haar vaker binnen Europa gebeuren. Vanuit Defensie klinkt tegelijkertijd de oproep beter te kijken naar de voorwaarden waaronder bedrijven kunnen groeien. Regels en procedures kunnen het opschalen ingewikkeld maken. Ook Defensie kan versnellen door opdrachten anders aan te besteden en contracten anders in te richten.
De discussie maakt duidelijk dat sneller opschalen meer vraagt dan alleen extra geld. Ook samenwerking en risicodeling tussen Defensie en bedrijven spelen een rol. Daarbij moeten grote bedrijven, startups en kennisinstellingen elkaar eerder weten te vinden.
Aanwezigen kunnen hun vragen stellen via een catchbox.
Belang internationale samenwerking
Commandant Zeestrijdkrachten (C-ZSK) vice-admiraal Harold Liebregs verwijst in zijn slotbijdrage naar zijn recente bezoek aan de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Hij noemt de vrijwillige KNRM als voorbeeld van een slagvaardige, zelfstandige organisatie met weinig bureaucratische ballast. “Iets waar wij allemaal wat van kunnen leren”, onderstreept de hoogste marinecommandant. Voor de toekomstige vloot moet de dreiging volgens hem het uitgangspunt zijn, niet alleen wat de marine zelf kan realiseren. Liebregs benadrukt ook het belang van internationale samenwerking. “Nederland moet de VS als bondgenoot blijven omarmen”, merkt de vlootvoogd op. Tegelijkertijd moet Europa sterker worden en meer zelf kunnen organiseren.
Een toekomstvaste marine vraagt volgens de admiraal dus niet alleen om nieuwe schepen, wapens en systemen. Defensie moet ook sneller innoveren, beter samenwerken en oplossingen sneller naar de praktijk brengen. De Johan de Witt-conferentie biedt daarvoor een podium. Militairen, beleidsmakers en bedrijven spraken er niet alleen over de veranderende wereld, maar ook over de praktische gevolgen daarvan. Nu komt het erop aan die gezamenlijke ambitie om te zetten in concrete resultaten. Toekomstvastheid betekent uiteindelijk dat de marine beschikt over de mensen, middelen, technologie en samenwerkingsverbanden die nodig zijn wanneer het erop aankomt.
Militairen, beleidsmakers en bedrijven wisselen van gedachten over de veranderende wereld en de gevolgen daarvan voor Defensie.
‘Geef jonge mensen de ruimte’
Sergeant-adelborst voor de Zeedienst Marijn de Wijs is van mening dat er binnen de marine veel potentieel ligt bij jonge mensen. “Ruimdenkende, jonge, inspirerende mensen moeten de kans krijgen hun ideeën in de praktijk te brengen.” Als voorzitter van Jong Commando Zeestrijdkrachten ziet hij ook het contact met het bedrijfsleven groeien. Ook AI biedt volop kansen. Zijn generatie is bovendien opgegroeid met nieuwe technologie. Voor de toekomst verwacht De Wijs daarnaast veel van onbemande systemen. Nieuwe schepen blijven nodig, maar zullen volgens hem steeds vaker samenwerken met onbemande systemen.
SGTADBZ Marijn de Wijs: “... kans krijgen om ideeën in de praktijk te brengen.”