LTZ 2OC (SD) Joost Margés
Mediacentrum Defensie en Zr.Ms. De Ruyter
Mooie vooruitzichten en toen werd alles anders...
Na bijna vijfenhalve maand keerde het Luchtverdedigings- en Commando Fregat (LCF) Zr.Ms. De Ruyter vorige maand terug in Den Helder. Onder de noemer INDOPAC26 zou het LCF de wereld om varen. Van hier tot Tokio lag het schip op schema, maar toen werd alles anders. Met het vooruitzicht dat een internationaal vlootverband een rol zou krijgen bij het beschermen van de scheepvaart bij de Straat van Hormuz, kreeg commandant kapitein-luitenant ter zee Rodger de Wit de opdracht om westwaarts te keren. Tot actieve deelname aan zo’n missie kwam het niet, maar De Wit heeft genoeg te vertellen bij thuiskomst.
Commandant Zr.Ms. De Ruyter KLTZ Rodger de Wit.
“De doelstelling van de reis was het aanhalen van de banden met landen in Azië. Zowel diplomatiek, economisch als militair. Dat betekende dat we in de havens van de landen die we bezochten uitgebreide programma’s hadden, ook ter ondersteuning van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken. Tegelijkertijd vormden deze bezoeken bijzondere ervaringen voor de bemanning; we waren op plekken waar je normaal niet snel komt.”
Het werd een mooi rijtje: Kochi (India), Surabaya (Indonesië), Manila (Filipijnen), Hai Phong (Vietnam), Incheon (Zuid-Korea) en Tokio (Japan). En bij vertrek uit deze (haven)plaatsen werd steevast geoefend met varende eenheden van genoemde landen.
“Doelstelling was het aanhalen van banden met landen; diplomatiek, economisch en militair.”
Interessante momenten
Het traject van Hai Phong naar Incheon liep door de Zuid-Chinese en Oost-Chinese Zee. Deze passage, volgens De Wit ‘gericht op het bevorderen van de vrijheid van navigatie en het internationale recht’, bleef niet onopgemerkt. “Dat leverde interessante momenten op”, aldus de overste. Na de veelbesproken doorvaart kwamen commandant en bemanning via Incheon in Tokio uit. In het achterhoofd speelde mogelijk al de gedachte hoezeer deze fascinerende stad zou afwijken van de volgende bestemming: Hawaii. Zo ver kwam het echter niet. Zr.Ms. De Ruyter kreeg opdracht om te keren en koers te zetten naar het Midden-Oosten.
Een hartelijke ontvangst kregen commandant en bemanning van de De Ruyter bijvoorbeeld in het Zuid-Koreaanse Incheon.
Wachten op inzet
Dat was een teleurstelling voor de bemanning, bekent De Wit: “We hadden namelijk nog een mooi stuk reis in het verschiet, met grote oefeningen bij Hawaii, zoals RIMPAC en Pacific Dragon. Maar goed, de wereld is veranderlijk. Op het moment dat wij het commando kregen om de koers te verleggen, zag het er goed uit en leek er een langdurig bestand te komen. Dus hadden we goede hoop dat we wat konden gaan doen bij de Straat van Hormuz. Tegen de tijd dat we terug waren in die regio, bleek de wereld er toch anders uit te zien. Dat we in dat zeegebied uiteindelijk niet meer konden doen dan wachten op mogelijke inzet, heeft de bemanning wel als moeilijk ervaren.”
Het schip verkeerde 2 maanden in een verhoogde staat van paraatheid.
Van de nood een deugd
Wachtend op wat komen ging, maakte Zr.Ms. De Ruyter van de nood een deugd en gaf het schip ondersteuning aan de Europese missies Aspides en Atalanta. De eerste is gericht op de bescherming van de zeevaart in de Rode Zee en de Golf van Aden. Atalanta heeft die taak in de genoemde Golf en het zeegebied bij met name Somalië, vanwege piraterij.
Al snel kreeg het schip een aanvullende rol in de Brits-Franse Militaire Missie in de Straat van Hormuz. Deze missie was toen – net als nu – nog niet actief, vanwege het uitblijven van een vredesakkoord of wapenstilstand. Het LCF kon de ‘C’ van Commando in ieder geval eer aandoen, door de staf van het vooruitgeschoven hoofdkwartier van deze missie aan boord te nemen.
De uitrusting en bewapening voldeden volgens KLTZ Rodger de Wit aan alle eisen.
Oorlogswacht
Met het uitblijven van vorderingen op vredesgebied en het verstrijken van de tijd, kwam het moment in zicht dat de De Ruyter huiswaarts zou keren. Zonder kleerscheuren en daar is commandant De Wit heel gelukkig mee. “Vooral de laatste 2 maanden hebben we in een gebied gevaren met verhoogde dreiging. Met name van de kant van de Houthi’s. Vandaar ook dat het schip bijna 2 maanden in een verhoogde staat van paraatheid verkeerde. Niet alleen in materieel opzicht, qua bewapening en meer, maar net zo goed de bemanning zelf.”
Familie en vrienden konden hun militairen eindelijk weer in de armen sluiten.
‘Schouders eronder en door’ – Chef d’Equipage AOOODVB Brenda Meester
“De reis begon fantastisch: India, Indonesië, de Filipijnen, Vietnam, Zuid-Korea en Japan. Daarna kwam het bericht: koers verleggen en omkeren richting de Straat van Hormuz. Dat moment beleefde ik samen met de hele bemanning. Eerst denk je: ‘Nee, dit meen je niet’. Daarna volgt de stilte en besef je dat de missie verandert en andere dingen prioriteit krijgen.”
“Je merkte dat de bemanning het nieuws moest verwerken en dat kostte even tijd. Op zulke momenten merk je echter ook hoe flexibel militairen zijn en hoe groot ons aanpassingsvermogen is. We zetten onze schouders eronder en gingen door. We doorliepen een intensief, aanvullend trainingsprogramma richting het Midden-Oosten. Helaas volgde daar een lange periode van operationele onzekerheid. Toen pikte ik wel signalen van frustratie en verveling op. Wij zijn militairen, maar ook gewoon mensen.”
“Dan probeer je de bemanning mee te nemen in de operationele context. Gelukkig was daar wel veel begrip voor en ging de bemanning er professioneel mee om. Wat hielp was dat we dagelijks werden bijgepraat over de situatie in de regio, de spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten, de blokkades van de zeestraat, de aanvallen en de economische impact. Tegelijkertijd opereer je wel 2 maanden lang in risicogebied, binnen het bereik van raketsystemen. Dat houdt je scherp, hoewel de vermoeidheid na verloop van tijd toch ook wel toeslaat. Niemand kan zo lang onafgebroken ‘aan’ staan.”
“Logisch dat de bemanning echt een eerste geluksmoment beleefde toen we via het Suezkanaal weer de Middellandse Zee binnenvoeren. Dat voelde als een eerste stap richting thuis. Het echte thuiskomen volgde op 22 september toen we afmeerden in Den Helder, waar familie en vrienden ons stonden op te wachten.”
“Ik ben als Chef d’Equipage ontzettend trots op onze bemanningsleden. Ondanks vermoeidheid, teleurstellingen en alle onzekerheid hebben zij iedere opdracht met dezelfde toewijding uitgevoerd. Dat zegt alles over hun professionaliteit en veerkracht. Daarnaast wil ik ook het thuisfront bedanken. Dat maakt het voor ons mogelijk dat wij blijven bijdragen aan vrede en veiligheid op en vanuit zee!”