Sla over en ga naar de inhoud
Een zwart, onbemand bootje scheurt over het water en laat daarbij golven achter.

‘Hier zie je wat partijen écht kunnen’

KAP Nico Schinkelshoek

SM Hille Hillinga

SMJRBDAV Max Baars

REPMUS26 toneel voor onbemande systemen

Varen, vliegen én duiken. Samen met bondgenoten oefende de Koninklijke Marine afgelopen maand met de gezamenlijke inzet van maritieme onbemenste systemen. Zo’n 30 collega’s reisden af naar Portugal, waar zij deelnamen aan de oefening Robotic Experimentation and Prototyping augmented by Maritime Unmanned Systems (REPMUS26).

Van de herfst is nog weinig te merken op Troia, een schiereiland op iets meer dan een uur rijden van hoofdstad Lissabon. Met temperaturen rond de 30 graden Celsius is het warm. Ook in de kleine marinehaven aan de smalle kuststrook. Het is een van de hoofdlocaties van de jaarlijkse innovatie-oefening, die voor de gelegenheid is omgedoopt tot ontmoetingsplaats voor militairen, kennisinstellingen en industrie.

De afgelopen edities was de marine vaste klant bij de oefening in Portugal. Ook dit jaar stond nagenoeg de hele septembermaand voor de deelnemers in het teken van onbemenste systemen. Onder meer de Fender (rechtsonder), een 3D-geprint bootje van Nederlandse makelij, was van de partij.

Gezamenlijk optreden

“Hier varen, vliegen en duiken assets uit meerdere landen door elkaar heen”, vertelt luitenant ter zee 1 (KMR) Wouter. Hij behoort tot de ongeveer 15 collega’s die meedoen aan REPMUS26 vanuit de Portugese marinehaven. Vanaf daar sturen zij onder meer vliegende drones aan, zoals de Evo. Een wit camouflagenet, gespannen tussen tijdelijke kantoorruimtes, biedt daarbij enige bescherming tegen de brandende zon.

‘Hier varen, vliegen en duiken assets uit meerdere landen door elkaar heen’

Wouter coördineert het testprogramma voor onbemenste systemen bij de marine, waar ook de oefening in Portugal een grote rol in speelt. De afgelopen edities was het Commando Zeestrijdkrachten steevast aanwezig bij REPMUS. Toch veranderde de insteek dit jaar. Want waar de oefening eerder draaide om het technisch beproeven van experimentele systemen, ligt de focus nu vooral op het gezamenlijk uitvoeren van missies, met de systemen van verschillende landen en deelnemers. “Dat is iets dat we zelden doen”, geeft de officier aan.

Scenario’s steeds moeilijker

Optreden gebeurt tijdens REPMUS26 in losse scenario’s die steeds moeilijker worden. Van inlichtingen verzamelen tot havenbescherming en uiteindelijk de verdediging van een vlootverband. Realistische scenario’s en daarom essentieel om gezamenlijk te oefenen.

“We moeten nu omschakelen van technische testen naar de tactische ontwikkeling van de systemen”, benadrukt hij. “Hiermee werken we aan de interoperabiliteit. Uiteindelijk treden we in daadwerkelijke situaties eveneens op met bondgenoten”, onderstreept hij het belang van de internationale samenwerking.

Een onbemand vaartuig van de Portugese marine.

Samenwerken via software

De marine maakt gebruik van een gelaagd systeem van (on)bemenste systemen, System-of-Systems genaamd. Dat wil zeggen: vliegende drones gaan bijvoorbeeld op afstand van een schip inlichtingen verzamelen, gevolgd door varende systemen die daarna op een dreiging afgaan. Om al die drones ook succesvol met elkaar te laten samenwerken, bouwt de marine speciale hardware-kastjes in met daarop zelf ontwikkelde software. Dat gebeurt bij alle onbemenste systemen binnen de vloot. Het kastje, genaamd GENIUS, brengt een softwarelaag (IDUS) aan over die van de fabrikant (zie ook het artikel over GENIUS elders in deze editie).

Zodoende kunnen operators straks vanuit de commandocentrales op de schepen meerdere systemen tegelijk aansturen. Dat gebeurde in Portugal onder meer vanaf het civiele ondersteuningsschip MV Geosea. Maar, daar houdt het niet mee op. De bondgenoten beschikken namelijk allemaal over systemen die elkaar aanvullen. Iedereen die met vergelijkbare software werkt, kan volgens de NAVO-protocollen opdrachten sturen naar elkaars onbemenste systemen. Hier zit voorlopig overigens nog wel een piloot tussen die het laatste woord heeft. Het man-in-the-loop-principe.

Nederlanders deelnemers werken op Troia met de Evo. Dit type drone heeft een camera en is onder meer geschikt voor het verzamelen van inlichtingen.

Bekijk hier een sfeerimpressie van REPMUS 26

Ruimte voor kennisinstituten

Waar die samenwerking vanaf het schiereiland vooral plaatsvindt met systemen op het water en in de lucht, gebeurt dat iets verderop met name onder de zeespiegel. Ook in en rondom Sesimbra, de tweede oefenlocatie, is volop bedrijvigheid. Wie vanaf de vissershaven naar de Atlantische Oceaan tuurt, ziet daar een blauwwit schip dobberen. Op de Geosea bevinden zich de overige marinecollega’s: nog eens zo’n 15 in totaal.

Matrozen van de MMG bieden ondersteuning

Het civiele ondersteuningsvaartuig van de marine biedt tijdens REPMUS26 ruimte aan verschillende kennisinstellingen, zoals TNO en MARIN, om defensiesystemen te testen. Onder meer op het gebied van onderzeebootbestrijding. De marine faciliteert hen daarbij. “We proberen de oefening zo goed mogelijk door te laten stromen”, vertelt matroos 1 ODND Gijs op het zonovergoten dek.

Druk in de weer

Normaliter is Gijs actief bij de MCM Module Groep (MMG) van de Mijnendienst, een gespecialiseerd onderdeel dat werkt met onbemande en autonome systemen. Nu zorgt hij er met een team van zo’n 10 matrozen voor dat de deelnemers van de oefening hun werk zo goed mogelijk kunnen uitvoeren.

Om al die systemen in het water te krijgen en er na afloop van de serial weer uit te halen, is hij samen met een groepje nauten van de MMG druk in de weer. Met name met de RHIB. “Wij zijn hier vooral voor de spullen aan boord”, vat de matroos hun bijdrage samen. “Het is mooi om tegelijkertijd zoveel mogelijk mensen te ondersteunen.”

De SEMA wordt te water gelaten vanaf MV Geosea. Het systeem haalt zo’n 15 knopen en simuleert een onderzeeboot door signalen uit te zenden.

Ook nieuwe systemen

Terug naar Troia, waar een ferry toeristen, militairen en bewoners al de hele dag heen en weer pendelt tussen het vasteland en het schiereiland. Ook zij zien de onbemenste bootjes rondvaren en aanschouwen de drones die zo nu en dan zoemend opstijgen. Op haar beurt ziet luitenant ter zee 2 Romy vanaf haar positie aan de kade het gifgroene vaartuig met enige regelmaat op de achtergrond voorbijkomen.

De marine test ook nieuwe systemen in Portugal, zoals de Otter

De hydrograaf zit, samen met een collega, onder een overkapping en kijkt naar een laptop vol data. Naast hen ligt de nieuwste aanwinst van de Dienst der Hydrografie: de onbemande Otter. Dat de focus van de oefening verschoof naar gezamenlijke inzet van systemen, betekent niet dat de marine geen gebruikmaakt van de mogelijkheid om zelf nieuw materieel te testen op de oefenlocatie.

LTZ 2 Romy: “De Otter maakt ons niet langer afhankelijk van een groter schip met uitgebreide bemanning.”

“We verzamelen informatie over waterdieptes, de vorm van de bodem en objecten. De Otter helpt ons daarbij”, legt Romy uit. Het systeem is sinds dit voorjaar in gebruik bij de Koninklijke Marine, maar doet ook dienst bij de Portugese marine. “De data die we hiermee ophalen, gebruiken voor zeekaarten en andere militaire producten.”

De Otter is uitgerust met een multibeam sonar, geschikt voor het meten van de waterdiepte en het in kaart brengen van de bodem. Daarnaast beschikt de Otter over een LiDAR. Die meettechnologie brengt de omgeving boven water in kaart, bijvoorbeeld kades en objecten in een haven. (Foto: LTZ 2 Romy)

Ervaringen delen

Als operator is de hydrograaf bezig met de bediening van en het onderhoud aan de Otter. Ook het verwerken van de data behoort tot haar taken. “De Otter heeft een compact formaat. Daardoor kunnen we het systeem met 2 personen inzetten. Dat maakt ons niet langer afhankelijk van een groter schip, met uitgebreide bemanning. Een ander voordeel is dat we ermee kunnen meten op plaatsen waar een groter opnamevaartuig van de marine minder makkelijk komt, zoals ondiep water. Dat is bijvoorbeeld handig bij strandverkenningen voor mariniers, waarbij we de kustlijn en het verloop van de bodem in kaart brengen. Zodat zij veilig kunnen landen.”

Niet alleen de marine was present tijdens REPMUS26, ook het Commando Materieel en IT (COMMIT) stuurde een afvaardiging. Verder waren er vertegenwoordigers van Nederlandse kennisinstituten, zoals TNO, NLR en MARIN, en de Nederlandse industrie.

Blijven oefenen

Terwijl de oefendag het einde nadert, blikt Wouter ook alvast vooruit. Volgens hem blijft het noodzakelijk dat de marine ook de komende jaren deelneemt aan internationale oefeningen met onbemenste systemen, zoals REPMUS. Die zijn niet alleen goed voor de samenwerking, ze tonen ook een realistischer beeld dan de reclamefolder van de fabrikant, vindt hij. “Hier zie je wat partijen écht kunnen. Uiteindelijk zoeken we allemaal naar de parels; en dat hoeven echt niet de duurste systemen te zijn.”

REPMUS26 in aantallen

Aan de zestiende editie van REPMUS deden volgens de organisatie meer dan 1.500 deelnemers van 36 marines mee. Evenals ruim 50 kennisinstituten en bedrijven en 13 universiteiten.

Ook deden 5 NAVO-instanties mee die zich bezighouden met maritieme operaties en onbemenste maritieme systemen. Er werden meer dan 300 onbemenste maritieme systemen ingezet, ondersteund door 14 schepen.

Alle Hens

Editie 08 2026