Sla over en ga naar de inhoud
Een Caracal in een loods.

KL in ’t kort

KAP Jaap Wolting

SM Aaron Zwaal, Koen Bootsma, Jarno Kraayvanger, Heidie Mulder-Stoffer, SGT Brian Vonk, SGT Sjoerd Hilckmann e.a. 

Eerste Caracals voor Duitsland en Nederland geleverd 

De eerste Caracal-voertuigen zijn in militaire handen. Ze zijn op 30 oktober bij Rheinmetall Defence Nederland (RDNL) in Ede overgedragen aan Duitsland en Nederland. De levering vormt een belangrijke mijlpaal in de modernisering van de luchtmobiele slagkracht van beide landen. 

De voertuigen zijn speciaal ontworpen voor snelle inzet tijdens operaties van 11 Luchtmobiele Brigade en de Duitse Division Schnelle Kräfte (DSK). De Nederlandse eenheid staat sinds 2014 onder bevel van de Duitse divisie. De introductie van technisch identieke voertuigen versterkt die integratie aanzienlijk. Het zorgt ervoor dat de krijgsmachten nu nog beter samenwerken. 

De zogeheten ‘Airborne Vehicle Air Assault Caracal’ is een licht en operationeel wielvoertuig. Niet te verwarren met de gelijknamige helikopter Caracal H225M. Dit is het toestel dat vanaf 2030 de Cougar vervangt. 

Het Caracal-project betreft de aanschaf van meer dan 1.500 voertuigen voor beide landen. Door te kiezen voor 1 gezamenlijke standaard, profiteren zowel Nederland als Duitsland van grote operationele en logistieke voordelen. 

De productie van de Caracal is een toonbeeld van Europese defensiesamenwerking. De voertuigen worden ontwikkeld door Rheinmetall op een onderstel van Mercedes-Benz.  Het Duitse ACS Armoured Car Systems levert de opbouw. De afbouw vindt vervolgens plaats bij RDNL in Ede. Daar worden de voertuigen voorzien van alle systemen. Daarna komen ze beschikbaar voor de operationele eenheden. 

Landmachttop verdiept zich in verdediging Baltische regio 

Militairen van zowel de Duitse als Nederlandse landmachttop bogen zich vorige week in de Baltische Staten over hun gezamenlijke taak. Dat is het eventueel moeten verdedigen van dit deel van het bondgenootschappelijk gebied. Centraal stonden onder meer de verbetering van de informatiepositie, het doorgronden van de regio en versterking van de samenwerking. 

Het Duits-Nederlandse Legerkorps 1GNC is sinds juli verantwoordelijk voor command & control over NAVO- en toegewezen landstrijdkrachten in Estland en Letland. Duitsland maakt daarnaast deel uit van het Multinational Corps North East, dat dezelfde taak heeft in Litouwen en Polen. 

Gezag en leiding hebben over deze landstrijdkrachten is niet alleen in relatief rustige tijden een opgave, maar zeker als het misgaat. Daarom wordt regelmatig besproken hoe alles ervoor staat. Generaals en kolonels van beide landlegers verdiepten zich zodoende in de verdediging van de Baltische Staten en wat daar voor nodig is. 

Die gesprekken gingen onder meer over de geschiedenis van de regio en de terreinkenmerken, maar ook het verwachte vijandelijk optreden en de middelen die nodig en beschikbaar zijn. Militairen moeten immers een gebied doorgronden om het te kunnen verdedigen. 

“Samen staan we sterk”, zei Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens dan ook. “Zonder de juiste kennis kunnen we de volledige situatie in de Baltische regio niet verdedigen. Door de verdediging samen voor te bereiden, versterken we de afschrikking en helpen we een conflict te voorkomen. Daarmee leggen we ook de verbinding met de veiligheid van Nederland.” 

Zijn Duitse evenknie en ranggenoot Christian Freuding viel hem bij: “We moeten onze kennis verbreden en komen tot een gezamenlijk tactiek. Zo tonen we de bereidheid om onze gezamenlijke verantwoordelijk te nemen. En laten we zien dat de bevolking op ons kan rekenen.” 

Soevereine cloud voor de krijgsmacht  

Defensie en softwareproducent SAP hebben een overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling en exploitatie van een soevereine cloud. Hierdoor beschikt Defensie vanaf 2028 over een eigen cloud waarin het zeggenschap heeft over de eigen gegevensverwerking en de inrichting van de omgeving. 

Cloudtechnologie is cruciaal voor een veilige en innovatieve dienstverlenging van moderne applicaties.  Een soevereine cloud verhoogt de continuïteit, ook tijdens crises of aanvallen op fysieke datacentra. De oorlog in Oekraïne toont dit belang. Door snelle migratie naar de cloud, bleef de digitale infrastructuur ondanks fysieke schade functioneren. 

SAP produceert software om bedrijfsprocessen te beheren. Het bedrijf biedt een soevereine cloud-mogelijkheid aan, waar Defensie zelf volledige controle over heeft en houdt. SAP neemt zaken als onderhoud, updates en een groot deel van het beheer op zich. De inrichting van de cloud gebeurt in Nederland.  

De behoefte aan vernieuwing vloeit voort uit de multi-cloudstrategie; Defensie gebruikt diverse typen cloud-technologieën naast elkaar. Denk bijvoorbeeld aan een staatsgeheime en een private versie, naast de soevereine cloud. Met het gebruik van verschillende soorten clouds, is Defensie niet afhankelijk van 1 technologie, 1 leverancier of 1 type infrastructuur. Het is daarmee mogelijk de digitale dienstverlening bij verstoringen sneller te herstellen en het maakt Defensie weerbaarder tegen cyberaanvallen. 

Oefening Dubbelspoor loopt als een trein 

Een trein met gewonde militairen én een ernstig busongeluk met meer dan 100 slachtoffers. Tijdens oefening Dubbelspoor trainden Defensie, het UMC en civiele hulpdiensten hoe ze samen zoveel gewonden tegelijk kunnen opvangen. Van de eerste hulp op de rampplek tot de behandeling in het Calamiteitenhospitaal. De jaarlijkse calamiteitenoefening was met ruim 600 deelnemers groter dan ooit. 

Op militair oefenterrein De Vlasakkers in Amersfoort kwamen eerst 30 gewonde Nederlandse militairen aan in een gewondentrein. De genie had een perron aangelegd om de gewonden uit de trein te kunnen halen. Tegelijkertijd vond er elders op het terrein een ongeluk plaats met een bus met feestvierders die was ingereden op voertuigen en een menigte. Daarbij vielen nog eens 100 slachtoffers. Na een triage gingen de zwaargewonden de ambulances in. In colonne reden ze onder begeleiding van de marechaussee naar het Calamiteitenhospitaal in Utrecht.  

Dit speciale ziekenhuis telt 200 bedden en kan bij een ramp of groot ongeval binnen 30 minuten operationeel zijn. De nadruk lag dit jaar meer dan ooit op civiel-militaire samenwerking. Bij een grootschalig conflict moeten Defensie, hulpdiensten en ziekenhuizen op elkaar kunnen rekenen. Daarom is tijdens Dubbelspoor de hele geneeskundige keten getest: van alarmering naar de meldkamer, inzet van hulpverleners, vervoer van gewonden tot de opvang in het Calamiteitenhospitaal. Vanwege het 35-jarig bestaan van het Calamiteitenhospitaal nam koning Willem-Alexander een kijkje in het ziekenhuis en op De Vlasakkers. Hij zag met eigen ogen de civiel-militaire samenwerking in de zorg.  

Infanteristen terug van Balkan  

Een kleine 200 militairen van 11 Luchtmobiele Brigade en ondersteunend personeel en stafofficieren zijn sinds eind vorige maand terug uit Bosnië en Herzegovina. Zij maakten deel uit van de Europese troepenmacht EUFOR (European Union Force) Althea. Doel van de missie is het bewaken en bevorderen van de veiligheid en stabiliteit in het Balkanland. Vanwege de verkiezingen – eerder in oktober – was de uitzending met enkele weken verlengd.  

De thuiskomst markeerde het einde van een inzet van 1 jaar. 2 compagnieën infanteristen zaten elk 6 maanden in Bosnië en Herzegovina. De in totaal 350 Nederlandse militairen maakten deel uit van een bataljon van ongeveer 1.000 militairen uit 24 verschillende landen. De luchtmobiele infanteristen werkten nauw samen met collega’s uit onder meer Griekenland, Hongarije, Italië, en Roemenië. De thuisbasis van de militairen was Camp Butmir in Sarajevo, het hoofdkwartier van EUFOR Althea.  

De militairen hadden verschillende taken. Ze patrouilleerden vanuit vooruitgeschoven posten, verspreid over het hele land. Militairen van het Communication & Engagement Commando ondersteunden contacten met de lokale bevolking en autoriteiten. Belangrijk in een land met Bosniakken, Bosnische Kroaten en Bosnische Serviërs. De 3 etnische groepen staan regelmatig op gespannen voet met elkaar.  

Daarnaast leverden ze onder meer force protection. Verder konden ze bij incidenten snel optreden als quick reaction force. Ook ondersteunden de infanteristen trainingen van de strijdkrachten en voerden ze peace support operations uit, zoals crowd and riot control. 

De Nederlandse bijdrage aan een veilig Bosnië en Herzegovina én stabiele situatie op de Westelijke Balkan is niet volledig gestopt. De bijdrage gaat door tot minimaal 31 december 2027, vooral met stafcapaciteit. 

Landmacht bergt Duitse militair uit WOII 

De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) heeft in het Noord-Limburgse Venray de stoffelijke resten geborgen van een Duitse militair. Het veldgraf was aangetroffen bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de Maas-spoorlijn.   

In het gebied tussen Overloon, Venray en de Maas woedde in oktober 1944 een hevige strijd. Na de mislukte Slag om Arnhem probeerden geallieerde troepen dit Duitse bruggenhoofd ten westen van de Maas te breken. Venray viel op 19 oktober 1944 in geallieerde handen, waarna de aanval stopte. Het opperbevel had de troepen elders nodig. 

In het veldgraf lag een MP40 machinepistool, een deels vergaan herkenningsplaatje en een Duitse parachutistenhelm. De stoffelijke resten zijn mogelijk van een parachutist van het Fallschirmjäger Regiment 21. Deze eenheid behoorde tot de Kampfgruppe Walther die bovengenoemd gebied verdedigde. Onderzoek in het laboratorium van de BIDKL in Soesterberg moet uitwijzen of het inderdaad een militair van dit regiment betreft.   

Nieuwe pantservoertuigen voor Defensie  

De landmacht krijgt extra CV90’s, meer brugleggende tanks en voertuigen om door onder meer zware verdedigingslinies, mijnenvelden, muren en andere obstakels te breken. Ook koopt Defensie nieuwe pantserrups- en zware bergingsvoertuigen.  

Rekening houdend met een mogelijk grootschalig conflict, is het belangrijk dat de landmacht voldoende gevechtscapaciteit heeft. Het nieuwe materieel rust voornamelijk de zware en middelzware infanteriebrigade van de landmacht beter uit.  

De nieuwe, moderne CV90-gevechtsvoertuigen zijn voor het nog op te richten pantserinfanteriebataljon dat op de Nassau-Dietz kazerne in Budel komt. Onder leiding van Zweden koopt Nederland de CV90’s samen met andere landen. Deelname aan dit internationale initiatief zorgt voor een snellere levering. Ook versterkt het de samenwerking met Europese bondgenoten. 

Het huidige Leopard 2-geniedoorbraaksysteem, beter bekend als de Kodiak, is verouderd. Het is onvoldoende bestand tegen huidige en toekomstige dreigingen. Ook koopt Defensie meer brugleggende tanks om tijdelijke overspanningen over het water te leggen. Hiervoor sluit Nederland waarschijnlijk aan bij een Duits contract.   

Daarnaast kiest Defensie voor een nieuw ondersteunend pantserrupsvoertuig, en voor de zware bergingsvoertuigen Wisent-2, bedoeld om gestrand materieel te bergen. Beide soorten worden geleverd door het Duitse bedrijf Flensburger Fahrzeugbau Gesellschaft mbH (FFG). Als ondersteunend pantserrupsvoertuig schaft Defensie de Armoured Combat Support Vehicle (ACSV) aan. Het gaat om meerdere varianten hiervan. Denk aan een ambulance, commandopost, mijnenlegger en rijlesvoertuig. Noorwegen gebruikt dit voertuig al.

De nieuwe voertuigen leveren veel werk op voor Nederlandse bedrijven. Zo zal Van Halteren Technologies de ACSV en de bergingsvoertuigen in Nederland in elkaar zetten. Het bedrijf voert ook het onderhoud uit. Andere bedrijven, zoals KONI Nederland en Neways Electronics, leveren onderdelen. De samenwerking met het Duitse FFG versterkt zowel de Nederlandse als de Europese wapenindustrie. Avient Protective Materials gaat supervezels leveren voor ballistische protectie van de ACSV. 

Civiel samenwerken voordat de crisis uitbreekt

Wat gebeurt er wanneer een conflict verder reikt dan de frontlinie? Tijdens Common Effort 2026 – een jaarlijks evenement van 1 German/Netherlands Corps – onderzochten militaire en civiele professionals en academici hoe zij kunnen samenwerken wanneer een crisis zowel de samenleving als militaire operaties onder druk zet. 

De krijgsmacht is afhankelijk van civiele infrastructuur zoals spoorwegen en havens. Tegelijkertijd zijn civiele overheden en maatschappelijke organisaties afhankelijk van de krijgsmacht om de veiligheid van de samenleving te waarborgen. De NAVO benadrukt dit met haar zogenaamde comprehensive approach. Dit is een strategie waarin militaire middelen worden gecombineerd met politieke, diplomatieke, economische en civiele instrumenten. Het is tegelijkertijd een aanpak die vraagt om samenwerking tussen partijen die in vredestijd niet dagelijks bij elkaar over de vloer komen. Om dit succesvol in de praktijk te brengen, zijn vertrouwen, wederzijds begrip en gezamenlijke training essentieel. 

Dit jaar richtte Common Effort zich op operaties in de Baltische regio. Samen met Estse en Letse overheidsinstellingen, maatschappelijke organisaties en militaire partners werkte het 1 German-Netherlands Corps aan oplossingen voor de uitdagingen die voortkomen uit het huidige dreigingsbeeld. Het doel is kwetsbaarheden bloot te leggen, verantwoordelijkheden te verduidelijken en de onderlinge afstemming te verbeteren. 

Landmacht

Editie 092026