KAP Riemer Witteveen
SM Barend Westerveld
Nederlandse militairen gaan door met zwaar maar eervol werk
Al ruim 4 jaar trainen Nederlandse eenheden Oekraïense militairen voor de strijd. De pijn van bijna 5 jaar oorlog laat zijn littekens achter bij de Oekraïners. De verhalen vanaf het front laten ook de Nederlandse instructeurs van 13 Lichte Brigade niet koud. Maar de trainingen blijven van groot belang. De oorlogstrein dendert gewoon voort.
“Davai, davai!” (Ga, ga!) Sergeant Jannes schreeuwt zijn groep van het bos richting een loopgraaf. Een tolk staat er naast, maar hoeft veel bevelen niet te vertalen.“Dobre!” (goed zo!) voegt Jannes eraan toe als ze de oefening goed hebben uitgevoerd. Het is niet zijn eerste rotatie als instructeur, vertelt hij. “Voorwaarts, schieten, stop, opnieuw, goed en tellen tot 10, daar kom je al een heel eind mee.”
De bevelen in eigen taal hebben effect op de mannen. Ze luisteren aandachtig en doen goed mee. In de pauze is er tijd voor een kopje koffie, een peuk en een geintje. Het moment van ontlading is welkom bij de militairen. De dagen zijn lang, de leerstof is uitdagend en het vooruitzicht om binnenkort terug naar huis te gaan drukt zwaar op de gemoederen. Een paar minuten later knalt de oefenmunitie de lachende gezichten weer in de plooi.
Sergeant Jannes doet het voor. In de loopgraven krijgen de Oekraïners instructies van bovenaf.
European Union Military Assistance Mission
De Nederlandse bijdrage valt onder de ‘European Union Military Assistance Mission’ (EUMAM). Sinds eind 2022 zijn er via EUMAM 86.000 Oekraïners opgeleid. Nederlandse eenheden geven vooral de Basic Recruitment Training (BRT), waarin ze de Oekraïners in enkele weken onder meer de basisvaardigheden aanleren. Eenheden van 13 Lichte Brigade, 43 Gemechaniseerde Brigade en 11 Luchtmobiele Brigade verzorgen – onder meer – die trainingen. Daarnaast geven Nederlandse specialisten medische trainingen en werken Nederlandse militairen in Duitsland op de staf van het EUMAM Special Training Command.
De Nederlandse bijdrage aan Interflex, een vergelijkbaar initiatief, georganiseerd vanuit het Verenigd Koninkrijk, is afgebouwd. Daarmee ligt de focus nu volledig op EUMAM. Daarnaast geven de Oekraïners de BRT steeds meer zelf, in Oekraïne. De ervaringen van het front kunnen ze daar veel sneller implementeren in hun lesprogramma. Ook wat logistiek en wet- en regelgeving betreft heeft dat voordelen ten opzichte van het trainen in Duitsland. Naast Duitsland zijn er ook opleidingen in Polen.
Eerst instructie, dan een demonstratie, en dan moeten de Oekraïners zelf aan de bak.
Minder emotioneel, meer discipline
“Zie je hem?” Sergeant Jannes wijst een oudere Oekraïner aan. “Zijn zoon is gesneuveld in de oorlog. Hij heeft zich daarna vrijwillig aangemeld.” Zo schuilt er achter elke Oekraïner een schrijnend verhaal. De een praat erover met iedereen die maar wil luisteren, de ander houdt het leed liever voor zich.
V. is zijn vader, moeder én broer al verloren aan de oorlog. Recent kwam ook nog een vriend om het leven. Hij wil het er niet over hebben. Gehard, bijna emotieloos, zegt hij dat het goed met hem gaat. “Ik ben veranderd door de training. Ik ben minder emotioneel en heb meer discipline. Dat is ook nodig aan het front. Ik wil hier zo veel mogelijk leren, dat gaat me helpen. Ik ben goed voorbereid, maar kijk er niet naar uit om terug te keren. Hier in Duitsland is het beter.”
Ons werk hier is goed, nuttig en nodig
Kapitein Joep kijkt mee bij de training.
Zwarte Panters
De instructie ligt deze rotatie in handen van de ‘Zwarte Panters’, de Deltacompagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers (42 BLJ, onderdeel van 13 Lichte Brigade). “Ons werk hier is goed, nuttig en nodig”, vertelt kapitein Joep. De tijdsdruk maakt het werk anders dan in Nederland. “Thuis hebben we maanden om iemand op te leiden. Die tijd hebben de Oekraïners niet, dat is een uitdaging. Maar in de basis leveren we prima opgeleide militairen af.”
De Oekraïners leren de basis die nodig is om inzetbaar te zijn in Oekraïne: omgaan met diverse wapens, medische zorg, het herkennen van en omgaan met explosieven, maar ook oorlogsrecht en opereren in loopgraven. De tijd dat er voornamelijk vrijwilligers werden opgeleid is voorbij. Steeds vaker komen Oekraïners naar de BRT omdat ze zijn gemobiliseerd. Joep: “We zien echt van alles, van vrachtwagenchauffeurs tot artsen. De meesten zijn tussen de 20 en eind 40.”
Oekraïners kunnen hun verhaal kwijt bij de GV’er, maar kiezen er vaak voor om verhalen en problemen te delen met de tolken en de Nederlandse instructeurs.
Verhaal kwijt
De Oekraïners kunnen met vragen en problemen terecht bij de Oekraïense geestelijk verzorgster. “Het is heel belangrijk voor mijn werk om zonder oordelen te kunnen luisteren. Ze moeten hun verhaal ergens kwijt”, zegt ze. Maar tijdens trainingen en in hun vrije tijd vinden de Oekraïners vooral steun bij elkaar, bij de Nederlandse instructeurs, en bij de vele tolken, zoals Tatiana. Ze is zelf van Oekraïense afkomst en sinds 2009 in Nederland.
“Ik hoor veel verhalen. Het is lastig en soms ook ongemakkelijk. Ze praten over de lage salarissen, de mobilisatie en hun problemen. Er heerst ook angst; ze weten meestal niet waar ze na deze training terecht komen. Ze willen dat ik hun verhalen verder vertel, zodat de wereld weet hoe het met ze gaat.” Zo gaan de werkzaamheden van de tolken veel verder dan vertalen. “Onze taak is bijzonder”, gaat Tatiana verder. “Het is niet alleen fysiek zwaar, maar soms ook emotioneel. Als ik weer thuis ben, heb ik de tijd nodig om deze ervaring te verwerken. Maar dat heb ik er voor over. Op deze manier ben ik betrokken en draag ik mijn steentje bij.”
Sergeant-1 Chris kijkt toe hoe de Oekraïners zijn instructies opvolgen in de loopgraven. Boobytraps vormen een serieuze dreiging en ze herkennen en ontmantelen wordt uitgebreid geoefend.
De Oekraïners zijn blij met onze ‘Dutch Approach’; we behandelen ze als mensen
Professionele afstand
Bij alle loopgraven in het oefengebied zijn instructeurs en Oekraïners druk in de weer. Nu, aan het einde van de opleiding, komt alles wat de Oekraïners geleerd hebben samen. In tweetallen sluipen de Oekraïners door de loopgraven, op zoek naar de Nederlandse instructeurs, die ook als oefenvijand zijn ingezet. Ze banen zich een weg langs gewonden, boobytraps en granaten. De verschillen tussen de Oekraïners zijn steeds zichtbaarder. De een stort zich vol overgave op zijn taak en past de drills foutloos toe. De ander wacht het liefst zo lang mogelijk met in actie komen.
De kans dat de Oekraïners uiteindelijk aan het front terechtkomen is groot. De instructeurs zijn zich daarvan goed bewust en professionele afstand is erg belangrijk. Sergeant-1 Chris (37) kijkt naast de loopgraven toe hoe de lessen in de praktijk wordt gebracht en vertelt: “Op hun helmen staan nummers, om ze makkelijker uit elkaar te houden, maar we kennen iedereen eigenlijk wel bij naam. Laatst kwam een sergeant naar me toe die vertelde dat hij weer terugging naar nummers. Het persoonlijke contact kwam voor hem te dichtbij.”
Sergeant Thomas (l) en sergeant Hessel (r) zijn erg positief over hun werk met de Oekraïners.
Veel begrip
Sergeant Hessel (27) noemt het trainen van de Oekraïners een van de mooiste dingen in zijn carrière tot nu toe. Ook hij houdt de Oekraïners op gepaste afstand. “Die gasten hier zijn er wel klaar voor. Mijn bijdrage heeft daadwerkelijk impact op de wereld, maar ook op mij. Ik leer ze kennen op persoonlijk niveau en dat raakt me toch. Ik kan me in hen verplaatsen en heb veel begrip voor ze. Toch zet ik een knop om en probeer niet te veel naar ze toe te groeien.”
Ook sergeant Thomas (24) vindt het ‘mooi en dankbaar werk’. De connectie met de Oekraïners speelt daarbij een belangrijke rol voor hem. “De Oekraïners zijn blij met onze ‘Dutch Approach’. Dat houdt in dat we ze als mensen behandelen en zelf laten nadenken. Zo begrijpen ze de stof ook sneller. Ze weten dat we alles doen wat we kunnen en nemen alles van ons aan, ook al weten ze dat we niet dezelfde ervaring aan het front hebben. Hun eigen ervaringen nemen wij op onze beurt weer terug naar Nederland.”














