Sla over en ga naar de inhoud

Als het erop aankomt

Michael Simon

sergeant-majoor Cristian Schrik

‘Zoiets als ‘Overasselt’ heb ik nog nooit meegemaakt’

Hoe handel je als marechaussee in het heetst van de strijd? In deze rubriek vertellen collega’s over een bijzonder moment tijdens de dienst. Een moment waarbij het er echt op aankomt.

De korrelige bewakingsbeelden staan bij velen nog scherp op het netvlies. In de nacht van 31 augustus op 1 september 2026 schokten ruim dertig jongemannen het land. In het Gelderse Overasselt verplaatsten zij zich zwaarbewapend richting een huis, schoten daar een bewaker dood en verwondden twee toegesnelde agenten. Opperwachtmeester Gerard*, werkzaam bij de Dienst Speciale Interventies (DSI), is op dat moment net in Zwolle met zijn team voor een training. Met gierende banden scheuren ze richting het Gelderse dorp.

Waar was jij op het moment dat de melding vanuit Overasselt kwam?

“Met mijn team stond ik op het punt om de training te starten toen we gebeld werden. Er speelde ‘een casus’ in Overasselt en één team was al ter plaatse. Omdat er meer mensen nodig bleken, werd ons gevraagd zo snel mogelijk die kant op te komen.”

Eén van de sterke punten van het reactieconcept is dat teamleden altijd hun uitrusting bij zich hebben.

Ben je dan direct klaar om in actie te komen?

“Ja. Eén van de sterke punten van ons reactieconcept is dat we altijd onze uitrusting bij ons hebben. Op het moment dat er een beroep op ons wordt gedaan, gaan we. Dus ook als we aan het trainen zijn. Dan is het afbreken en wegwezen.”

Wist je al wat er speelde toen je naar Overasselt reed en hoe groot de omvang van de zaak was?

“Op het moment dat wij erop af gingen, was het nog onduidelijk dat het om zó veel mensen ging. We wisten dat meerdere mensen zich in een maisveld verstopten en dat zij gelieerd waren aan de schietpartij die ochtend. Dat er een dode en twee gewonden waren, wisten we ook. Het was sowieso serieus. Wij worden ten eerste alleen ingezet na toestemming van het Openbaar Ministerie en de leiding van de betreffende politieregio. Ten tweede: naast de informatie die we al hadden, vroeg het team ter plaatse ook nog eens om versterking. Dan weet je wel dat je aan de bak kan.”

Wat trof je aan?

“In eerste instantie niks. Ja, een maisveld, maar de verdachten zagen we niet. Die hadden zich verstopt en reageerden nergens op.”

Na de aanhoudingen in het maisveld volgde een klopjacht op overige verdachten in de omgeving.

Wat deden jullie om de verdachten uit het maisveld te krijgen?

“Als eerste zorgden we ervoor dat het maisveld ‘dichtgezet’ werd. Dus dat ze er nergens uit zouden kunnen. Vervolgens hebben we opgeschaald in de inzet van geweldsmiddelen. We beschikken over een breed scala dat we, afhankelijk van de situatie, zorgvuldig en volgens vastgestelde procedures kunnen inzetten. Op een gegeven moment waren we zó dichtbij, dat we hen met een vuurlijn konden aanspreken. Zo hebben we acht verdachten uit het maisveld gehaald.”

Maar er waren nog veel meer verdachten?

“Ja, maar dat werd later pas duidelijk toen die beelden van de bewakingscamera van het huis naar buiten kwamen. Toen hebben we het cordon vergroot, ook richting het dorp. Daarop konden we meer verdachten oppakken. Het was een behoorlijke klopjacht.”

Hoe bijzonder was deze casus voor jou?

“Ik heb best wat meegemaakt. Maar dit is, zeker qua aantal verdachten, uniek. Dat is ook meteen wat deze casus bijzonder maakt. De ruim dertig verdachten hadden we bijna allemaal op de eerste dag te pakken. Dat zegt veel over hoe snel wij werken. Wat me daarnaast bijblijft, is iets wat ik pas achteraf bedacht. Dat was hoeveel lak sommige mensen hebben aan geldende normen en waarden; ze schieten een beveiliger dood en verwonden toegesnelde agenten. Toen ik ’s avonds thuiszat en aan alles terugdacht, schoot me dat wel door het hoofd.”

“Toen ik ’s avonds thuiszat schoot me wel door het hoofd hoeveel lak sommige mensen blijkbaar hebben aan geldende normen en waarden.”

Wat is jouw militaire achtergrond?

“Ik kwam in 2009 als 17-jarige op bij het Korps Mariniers. Na een periode bij de infanterie kwam ik terecht bij wat toen nog de ‘Bijzondere Bijstandseenheid’, ofwel BBE, heette. Dat was al een flinke stap richting het werk dat ik nu doe. In 2013 belandden we onder de overkoepelende paraplu van NLMARSOF, waarna ik die opleiding heb gevolgd. Vanaf dat moment was ik volledig ingebed bij de speciale eenheden van het Korps Mariniers. In 2016 stapte ik over naar de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten, de BSB.”

Waarom heb je de overstap naar de Koninklijke Marechaussee gemaakt?

“Bij de BBE kwam ik al regelmatig in aanraking met arrestatieteams en ik had al meteen door dat zij veel meer daadwerkelijk ‘aan het werk waren’. Bij de mariniers was het veel trainen en minder vaak in actie komen. Daarom stelde ik mezelf als doel om bij een arrestatieteam te komen. Ik kon niet vanuit de mariniers naar de DSI, daarvoor moest je onderofficier zijn. De kortste weg was daarom overstappen naar de BSB, daar de opleiding volgen en zo richting het arrestatieteam, het AOT-BSB, groeien.”

“Ik wilde de overstap maken naar het arrestatieteam omdat ik al meteen doorhad dat zij veel vaker in actie komen.”

Hoe verliep die overgang?

“Mijn traject verliep net even anders. Ik werd in eerste instantie afgewezen voor de opleiding, omdat er op dat moment geschiktere kandidaten zouden zijn. Maar na twee maanden kreeg ik een bericht dat er uitvallers waren. Ik mocht alsnog de opleiding in. Maar door mijn BBE-ervaring volgde, voor de opleiding begon, nóg een telefoontje. Of ik niet direct de selectie voor het arrestatieteam wilde doen, ze kwamen daar namelijk mensen tekort. Zo kwam mijn uiteindelijke doel vrijwel direct op mijn pad en ging ik de AT-opleiding in.”

Hoe zit dat precies: je bent BSB’er, maar je werkt voor de DSI?

“De DSI is een overkoepelende organisatie met onder meer zeven arrestatieteams: zes van de politie en één van de BSB. Die zes arrestatieteams van de politie draaien zes weken dienst in hun regio en de zevende week worden ze uit de operatie gehaald om bijvoorbeeld te trainen. Die week wordt dan overgenomen door het AOT-BSB. Dus dat laatstgenoemde team draait iedere week in een andere regio in het land.

Om het nog ingewikkelder te maken: ikzelf werkte tot 2023 bij het AOT-BSB en daarna maakte ik de overstap naar de Afdeling Interventie, daar werk ik nu. Dit is een gespecialiseerde eenheid binnen de DSI, bestaande uit militairen en politieagenten die een aanvullende, specialistische opleiding volgen om complexere interventietaken uit te voeren.”

Wat raad je collega’s aan die interesse hebben in een functie bij de DSI?

“Ten eerste is het goed om te beseffen dat mijn route niet de normale is. Maar ik raad het sowieso aan. Dit werk is voor mij altijd al een jongensdroom geweest en het geeft mij ontzettend veel voldoening om dit werk te mogen doen. Als je de stap durft te zetten en het lukt, krijg je er geen spijt van. Er leeft misschien het beeld dat dit zeer onregelmatig werk is, maar het werk kent een duidelijke structuur, met een afwisseling tussen operationele inzet, geplande aanhoudingen en training. Hierdoor is het werk grotendeels planbaar en weet je wat er van je wordt verwacht, terwijl je tegelijkertijd klaarstaat om direct op te treden wanneer een incident daarom vraagt.”

*Om veiligheidsredenen maken we gebruik van gefingeerde namen.

“Dit werk is voor mij altijd een jongensdroom geweest.”

Collega’s die interesse hebben, kunnen een voorlichting bij de BSB bijwonen. Tijdens deze voorlichting worden ook de taken van het AOT-BSB toegelicht en is er gelegenheid om vragen te stellen over de verschillende eenheden, de mogelijkheden en het sollicitatietraject. Inschrijven kan via www.werkenbijdefensie.nl (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad).

Heb je vragen? Stel ze via BSB.werving.en.selectie@mindef.nl (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad).

KMarMagazine

Editie 102026