Evert Brouwer
diversen
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar oktober 1956, als de bevolking van Hongarije in opstand komt tegen het communistische Sovjet-regime.
Niet voor het eerst in de geschiedenis hebben de Hongaren terreur te verduren. Na de Eerste Wereldoorlog krijgen land en bevolking te maken met een kwaadaardige heerser. Na de val van de Oostenrijk-Hongaarse Habsburgse dubbelmonarchie, grijpen eerst de communist Béla Kun en later de ultrarechtse viceadmiraal Miklós Horthy de Nagybánya de macht. Die laatste heeft zijn sporen zowel tijdens de Eerste Wereldoorlog als tijdens de Russische burgeroorlog verdiend en stelt een keihard regime in. Horthy vindt uiteindelijk zijn ondergang als hij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansluit bij nazi-Duitsland.
De Hongaarse minister van staat Zoltán Tildy (l) en premier Imre Nagy (midden) spreken met brigadegeneraal Pál Maléter, bevelhebber van de Hongaarse Vechters voor Vrijheid, in het Hongaarse Parlementsgebouw in Boedapest. (Foto uit Nationaal Archief)
‘Moskou’ zet Mátyás Rákosi neer als leider van het land
Jalta-conferentie
Na de verschrikkingen van 1939-1945 krijgt de bevolking geen rust. Tijdens de beroemde conferentie van Jalta besluiten de Amerikaanse president Roosevelt, de Britse premier Churchill en de Russische leider Stalin, dat onder meer de Volksrepubliek Hongarije een zogenoemde satellietstaat van de Sovjet-Unie wordt.
In 1946 wordt Zoltán Tildy als nieuwe president geïnstalleerd. Deze protestantse predikant was de voorman van de Partij van de Kleine Landbouwers. Twee jaar later zetten de communisten hem af en wordt hij onder huisarrest geplaatst. Maar hij zal in 1956 een voorname rol spelen bij de opstand, samen met kardinaal Joszef Mindzenty en de communist Imre Nagy.
In 1949 stelt 'Moskou' de secretaris-generaal van de communistische partij, Mátyás Rákosi, aan als feitelijk leider van het land. Hij noemt zichzelf ‘de beste leerling van Stalin’ en dat voorspelt niet veel goeds. De Hongaarse bevolking leeft onder het bewind van Rákosi in angst. Dat verandert niet als de Sovjetleider in 1953 overlijdt en zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov een gematigder beleid lijkt voor te staan.
De demonstratie is aanvankelijk vredelievend. Het neerhalen van het standbeeld van Jozef Stalin betekent dat de menigte een einde wil maken aan de onderdrukking. (Foto’s uit Nationaal Archief)
Vooral studenten en intellectuelen zijn de onderdrukking zat
Roep om hervormingen
Een toespraak van Chroesjtsjov in 1956, waarmee hij afstand doet van het stalinisme, is het zetje dat de Hongaren nodig hebben. Binnen de Hongaarse Communistische Partij durven steeds meer mensen, waaronder de groep rond Imre Nagy, kritiek te uiten op Rákosi. Ze dringen aan op verdere hervormingen. ‘Moskou’ voelt aan dat er iets moet gebeuren en grijpt in: Rákosi wordt als partijleider vervangen door Ernö Gerö. Maar de boel is niet meer te redden. Vooral studenten en intellectuelen zijn de onderdrukking zat. Ze stellen een lijst op met zestien eisen zoals vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen en de terugtrekking van de Sovjettroepen.
In Polen zijn dan arbeidersopstanden, die met harde hand door de Russen worden neergeslagen. De Hongaren tonen op 23 oktober 1956 hun solidariteit via een grote demonstratie. Die kent aanvankelijk een vreedzaam verloop, al halen ze wel het standbeeld van Stalin van zijn sokkel. Maar als de Hongaarse geheime dienst, de AVH, mensen begint te arresteren, breken gevechten uit. Een deel van de Hongaarse militairen kiest de kant van de demonstranten. Beide kanten beschikken over vuurwapens en zo ontstaat er een ware veldslag.
Beelden uit Boedapest na de opstand. (Foto’s uit album Ernő Jakabffy)
Uit Moskou komt een keihard ‘njet!’
Hevige gevechten
Om de rust te laten terugkeren, wordt in allerijl Imre Nagy tot minister-president benoemd. Na een paar dagen van hevige gevechten kondigt hij op 28 oktober een wapenstilstand af. Hij belooft democratie: een meerpartijenstelsel en vrije verkiezingen. Ook wil hij dat het Rode Leger Hongarije verlaat. Als daarop uit Moskou een keihard ‘njet!’ komt, stapt Hongarije eenzijdig uit het Warschaupact. En zowaar: het Russische leger lijkt zich terug te trekken. Nagy vraagt ondertussen in een telegrammen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Dag Hammarskjöld, en grote mogendheden om bescherming. Die komt niet.
In de Veiligheidsraad gebruikt de Sovjet-Unie haar vetorecht. De Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië durven niet in te grijpen, bang als ze zijn voor een Derde Wereldoorlog. Bovendien gaat de aandacht op dat moment vooral uit naar de Suez-crisis. “We leerden dat het Westen alleen maar ingrijpt als het om economische belangen gaat. En Hongarije was geen economisch belang”, zei een Hongaar in het programma ‘Andere Tijden’.
Zo’n 200.000 Hongaren slaan op de vlucht. De vrijheidsstrijders komen soms met wapens, zoals een houwitser, over de grens bij Klingenbach, Oostenrijk. (foto uit Nationaal Archief)
Het Rode Leger zet de nieuwe T-54 in
Veel doden en gewonden
De hoop op een democratie blijft dus niet lang leven. Op 4 november rijden opnieuw tanks de Hongaarse hoofdstad Boedapest binnen. Onder de naam Operatie Wervelwind slaat het Rode Leger de opstand bloedig neer. Daarbij wordt onder meer de nieuwe T-54A voor het eerst ingezet. Vanuit de lucht bestoken de Sovjets de Hongaren met MiG-15’s en de modernere MiG-17’s.
Tussen 23 oktober en 10 november vallen tussen de 2.500 en drieduizend doden en dertienduizend gewonden onder de bevolking. Zo’n achthonderd militairen van het Rode Leger laten het leven, 1.250 raken gewond. Veel inwoners slaan voor het geweld op de vlucht. Imre Nagy wordt opgepakt en twee jaar later na een geheim proces geëxecuteerd.
In Nederland vinden ook protesten plaats tegen de inval van het Rode Leger in Hongarije, zoals in Amsterdam bij dagblad 'De Waarheid'. De voormalige verzetskrant, die in 1990 ter ziele gaat, heeft een communistische signatuur. (Foto uit Nationaal Archief)
Open armen
Uiteindelijk weten tweehonderdduizend Hongaren het land te ontvluchten. In Oostenrijk worden ze opgevangen in grote gebouwen, vaak leegstaande kazernes of scholen. Al snel bieden andere landen hulp. Ook ons land doet mee. Het drama in Hongarije raakt de bevolking, het roept herinneringen op aan de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Daarom staan velen klaar om de Hongaren met open armen te ontvangen. De overheid is een stuk zuiniger. De regering-Drees gaat onder grote politieke druk akkoord met een verhoging van het aantal opvangplaatsen van duizend naar drieduizend.
Bekende vluchtelingen
Ons land kent een aantal bekende (nazaten van) Hongaarse vluchtelingen. CDA-politicus en oud-staatssecretaris Dzsingisz Gabor weet op zestienjarige leeftijd met zijn moeder het land te ontvluchten. PvdA-politica Kati Piri heeft het boek 'Een fier en frank volk!' geschreven. Dat gaat over 65 jaar Hongaarse vluchtelingen in ons land, onder wie haar vader. Ferenc Zsolt Szabó (PVV), staatssecretaris in het kabinet-Schoof, is ridder in de Orde van de Hongaarse Republiek. Zijn wortels liggen ook in dat land.
De voetballers Ferenc Puskás en Antal Nagy wisten Hongarije te ontvluchten. (Foto uit Nationaal Archief/Panini voetbalplaatjes)
Internationaal gezien is filantroop George Soros vandaag de dag wellicht de bekendste vluchteling. Maar ook Vilmos Zsigmond en László Kovács, beiden niet meer in leven, hebben hun sporen verdiend. Zij filmen de opstand stiekem in 1956. Ze vluchtten naar de Verenigde Staten en worden Oscar-winnende cameralieden (onder meer Easy Rider, Close Encounters of the Third Kind en The Deer Hunter).
De allerberoemdste Hongaar is ongetwijfeld de voetballer Ferenc Purczeld, beter bekend als Ferenc Puskás. Hij, aanvoerder van De Magische Magyaren, mag na zijn vlucht uitkomen voor zijn nieuwe thuisland Spanje. FC Twente heeft in de jaren ‘70 Antal Nagy onder contract. Deze voetballer is op zeer jonge leeftijd met zijn ouders in Frankrijk neergestreken.











