Evert Brouwer
NIMH/Nationaal Archief
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar september en oktober 1961 als de kranten vol staan over wat bekend staat als ‘De rel van Delft’.
Eerst even een introductie. Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt een muziekkorps opgericht. De leden zijn zogenoemde oorlogsvrijwilligers van de Gezagstroepen in het district Twente. In mei 1946 verhuist dit korps naar het Commando Luchtvaarttroepen in Breda en staat vanaf dan bekend als het Muziekkorps van het Commando Luchtvaarttroepen.
Als 1 juli 1953 de luchtmacht onder luitenant-generaal Anton Baretta een zelfstandig krijgsmachtdeel vormt, ontstaat de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht. De pas 25-jarige kapitein Harry van Diepenbeek krijgt de leiding. Al in 1955 prijst Het Vrije Volk de frivoliteit van het orkest, die volgens de krant past bij ‘het modernste wapen: de luchtmacht’.
De Nationale Taptoe op de Markt in Delft. De Taptoe had tot en met 1974 een puur militair karakter.
Alleen marsmuziek, koralen en het Wilhelmus zijn toegestaan
Prins Bernhard
Een jaar eerder heeft de eerste taptoe plaats op de Markt in Delft. Doel van het militaire muziekfestijn is de afstand tussen krijgsmacht en burger te verkleinen. Het evenement groeit al snel uit tot een internationale manifestatie. Maar over de muziek die daar mag klinken, ontstaat onenigheid tot op het hoogste niveau.
Dat begint in 1956 als de Marinierskapel de ‘St. Louis Blues’ speelt. Generaal Ben Hasselman, chef van de Generale Staf, is verbijsterd. Volgens hem maakt deze muziek op een taptoe ‘een dwaze indruk op militairen’. Als de luchtmachtkapel een jaar later hetzelfde stuk op de lijst zet, eist minister van Defensie Kees Staf de programma’s voortaan in te zien voor de show. Hij wordt daarin gesteund door prins Bernhard. De prinsgemaal waarschuwt dat de taptoe dreigt te ontaarden in ‘louter amusement’. Alleen marsmuziek, koralen en het Wilhelmus zijn toegestaan.
Koningin Juliana en Prins Bernhard wonen een galaconcert bij van de Kapel Koninklijke Luchtmacht in het Kurhaus. De prins wil niet dat de Taptoe ontaardt in louter amusement.
Kapelmeester Warnas weet niet wat hem overkomt
The Saints marcheren wel
Tot zover de aanloop, die eindigt in een rel. Op de slotavond van de taptoe, zaterdag 2 september 1961, krijgt dirigent Van Diepenbeek zowaar toestemming voor een moderne mars. Het dixielandnummer 'Bill Bailey won’t you please come home' mag als sluitstuk worden vertolkt, maar nadrukkelijk NIET het ''When The Saints go marching in'. Dat laatste nummer heeft Afro-Amerikaanse wortels en is door Louis Armstrong omgezet naar New Orleans-jazz.
Het publiek in Delft is razend enthousiast over de uitvoering van ‘Bill Bailey’. Na afloop van het officiële gedeelte moet het stuk volgens het programma herhaald worden voor de afmars. En dan gebeurt het: enkele muzikanten, marcherend voor de hoofdtribune, zetten pontificaal het 'When the Saints' in. Kapelmeester kapitein Bep Warnas weet niet wat hem overkomt en Van Diepenbeek kan niet meer ingrijpen. Maar het publiek is nog enthousiaster en roept massaal om een ‘encore’.
De Luchtmachtkapel op Vliegbasis Deelen, met op de achtergrond een Fokker F-27 Troopship. Linksvoor dirigent majoor Harry van Diepenbeek met daarnaast kapelmeester kapitein Bep Warnas.
Kamervragen
De Defensietop reageert de volgende dag als door een wesp gestoken en gelast een onderzoek. Minister van Defensie Sim Visser stelt daarna daadwerkelijk een onderzoekscommissie in. Tweeëntwintig betrokkenen worden gehoord. De commissie concludeert uiteindelijk dat kapitein Van Diepenbeek tekort is geschoten in de handhaving van de krijgstucht. De hele kapel wordt gestraft met extra lessen militaire etiquette. De dirigent krijgt daarbij nog eens een schriftelijke berisping. De zaak leidt ook tot Kamervragen. PvdA’er Ferdinand Kranenburg bijvoorbeeld wil wel eens weten waarom de chefs van staven zich bemoeien met het repertoire van militaire orkesten.
Generaal Ben Hasselman, chef van de Generale Staf, bemoeit zich actief met de muziekkeuze van de militaire orkesten.
‘In Nederland komt alles pas 50 jaar later’
Edison
Intussen heeft de landelijke pers de smaak te pakken. Koppen als 'De hoempa wint' en 'Nu mag de Luchtmachtkapel niet eens meer swingen' sieren de kranten. Over het algemeen zijn de reacties positief. Dagblad Trouw schrijft dat de goodwill die de kapel kweekt ‘met geen duizenden guldens aan advertenties te bereiken is’. Ook prins Bernhard komt weer op de lijn, nu opvallend milder: misschien is het ‘goed te demonstreren dat de militairen ook in dit opzicht met hun tijd meegaan’ is zijn overdenking.
Eind september haalt de kapel weer de voorpagina's. Op zaterdag 30 september 1961 krijgt kapitein Van Diepenbeek een Edison in de categorie 'Nederlands instrumentaal', voor de plaat 'Marching Together'. Dat gebeurt tijdens het Grand Gala du Disque in het Kurhaus, met als presentator Wim Sonneveld (ook bekend van ‘Het Dorp’). Dat deed de cabaretier vanzelfsprekend met een grap: "Ze zullen er vandaag of morgen toch aan moeten wennen. Maar het zal wel morgen worden, want in Nederland komt alles pas 50 jaar later."
Wim Sonneveld en kapitein Harry van Diepenbeek bij het Grand Gala Du Disque in het Kurhaus, 1961. De dirigent van de Luchtmachtkapel heeft een Edison onder zijn arm.
De rel blijkt het begin van swingende militaire muziek
Succes modern repertoire
Sonneveld krijgt min of meer gelijk: de 'rel van Delft' blijkt het begin van swingende, jazzy militaire muziek. Niet alleen tijdens de Taptoe, die inmiddels van Rotterdam Ahoy naar Den Bosch is verhuisd, klinkt het moderne repertoire. Aangemoedigd door het succes voegen de musici steeds meer populaire liedjes en improvisaties toe aan de programmering.
Het Orkest Koninklijke Luchtmacht is uitgegroeid tot een formatie voor pop, jazz en fusion die uniek te noemen is in de professionele muziekwereld. Sinds 2010 is het aannamebeleid hier ook specifiek op gericht: een achtergrond en beroepservaring in de lichte muziek zijn vereist. Voor de muzikale samenwerkingen zoekt het orkest de laatste jaren nadrukkelijk naar artiesten die ‘hot’ zijn. Wat in de jaren ‘50 en ‘60 als ‘onkrijgstuchtelijk gedrag’ is bestraft, kenmerkt vandaag het geluid van het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht.
Helaas zijn de beelden van het Grand Gala du Disque uit 1961 niet of nog niet beschikbaar in de Schatkamer van beeld en geluid, maar het is wel genieten van deze beelden uit 1964 (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .