Evert Brouwer
NIMH/Dutch Submarines/Traces of War
Hr.Ms. O 21 torpedeerde U-boot en transportschepen
In een serie historische artikelen kijkt Alle Hens terug op een aantal markante gebeurtenissen in het maritiem-militaire verleden. In deze aflevering valt de eer ten beurt aan de O 21. Het is deze maand op de kop af 85 jaar geleden dat de onderzeeboot de Oued Yquem torpedeerde in de Middellandse Zee.
Wie de geschiedenis van de Nederlandse onderzeeboten tijdens de Tweede Wereldoorlog erop naslaat, stuit al snel op Hr.Ms. O 21. De boot was de naamgever van de naar haar vernoemde klasse, een reeks van 7 onderzeeboten die oorspronkelijk als K XXI-klasse stond gepland. De boten waren bestemd voor de wateren rond Nederlands-Indië (de K stond voor ‘Koloniën’). Het liep heel anders met deze, naar later bleek, gevreesde onderzeeboot.
Haastig vertrek
De O 21 werd eind jaren 30 gebouwd door de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen, het huidige Damen Schelde Naval Shipbuilding. Samen met de zusterboten O 22 en O 23 was de sub nog in aanbouw toen Duitsland op 10 mei 1940 ons land binnenviel. Diezelfde avond wist de O 21, zonder torpedo's en met een onvolledige bemanning, uit te wijken naar Schotland. Omdat er in alle haast geen zeekaarten mee aan boord waren genomen, moest tijdens de overtocht genavigeerd worden aan de hand van een oude Duitse Fischereikarte. Die was op het laatste moment afgenomen van een Groningse kustvaarder. Aangekomen in Schotland werd de boot afgebouwd op de marinewerf in Rosyth. Daarna volgde Portsmouth en, na de val van Frankrijk in juni 1940, het Schotse Dundee.
De O 21 in aanbouw.
De O 21 is onlosmakelijk verbonden met commandant Van Dulm
Onfortuinlijk lot
De klasse omvatte naast de O 21 de O 22, O 23 en O 24, die allemaal wisten te ontkomen naar geallieerde havens. De O 25, O 26 en O 27, nog in aanbouw, vielen in Duitse handen. Die onderzeeboten zouden na voltooiing als U-D3, U-D4 en U-D5 in dienst van de Kriegsmarine komen. Van de ontsnapte onderzeeboten zou de O 24 naam maken als eerste Nederlandse onderzeeboot die een vijandelijk schip tot zinken bracht. De O 22 trof een onfortuinlijk lot: de onderzeeboot zonk op 5 november 1940 voor de Noorse kust. Alle 46 opvarenden – 43 Nederlanders en 3 Britten – kwamen daarbij om.
Ook de latere minister-president Piet de Jong was commandant van de O 21. Zijn band met de marine is altijd warm gebleven. De biografie van De Jong heette niet voor niets ‘Van buitengaats naar Binnenhof’.
De Oued Yquem werd met torpedo’s tot zinken gebracht
Operatie Halberd
De geschiedenis van de O 21 is onlosmakelijk verbonden met haar eerste commandant: luitenant ter zee 1 Jan van Dulm. Hij voerde van oktober 1939 tot 28 maart 1944 het commando. Van Dulm is voor zijn verrichtingen onder meer onderscheiden met de Militaire Willems-Orde en tweemaal het Bronzen Kruis. Het was onder Van Dulms leiding dat de O 21 begin 1941 werd overgeplaatst naar Gibraltar, waar vandaan zij opereerde in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
Zo maakte de onderzeeboot deel uit van Operatie Halberd, een poging om vijandelijke koopvaardijschepen met munitie richting bezette gebieden te stoppen. Tijdens die actie kreeg Van Dulm op 3 oktober de Oued Yquem in zicht. Dat gebeurde bij het Sardijnse Cabo Figari, in de kustwateren bij Sardinië en Corsica. Die werden door het Franse pro-Duitse Vichy-regime gecontroleerd. Het schip van 3.450 ton werd met torpedo’s tot zinken gebracht.
De O 21 nadert de haven van Gibraltar.
Nachtelijke ontmoeting
De reputatie van de O 21 werd echter nog meer gevestigd door de nachtelijke ontmoeting met de Duitse onderzeeboot U-95, op 28 november 1941 nabij Gibraltar. De Duitse commandant Korvettenkapitän Gerd Schreiber twijfelde aan de identiteit van de vreemde boot. Het silhouet van de O 21 kwam immers niet overeen met dat van de toen bekende Britse onderzeeboten. Schreiber vroeg of de boot zich bekend wilde maken. Van Dulm aarzelde geen moment en liet bij wijze van antwoord 2 torpedo's afvuren. De eerste schampte, maar de tweede trof wel doel en de U-95 zonk. 12 overlevenden, onder wie de Duitse commandant, werden door de O 21 uit het water gehaald. De commandanten werden later vrienden.
Op de basis van de Onderzeedienst aan de Rotterdamse Waalhaven werd de O 21 in 1958 officieel uit dienst gesteld.
Begin 1958 is de boot verkocht en gesloopt
Japanners naar de kelder
Halverwege 1942 verhuisde de O 21 naar Colombo (Sri Lanka) en later Fremantle (Australië), waar zij onder Amerikaans operationeel bevel viel. De boot patrouilleerde voornamelijk in de Straat van Malakka en bij Sumatra. Daar torpedeerde de O 21 in 1943 de Japanse vrachtschepen Kasago Maru 2 en Yamazato Maru. In 1944 volgde een grote revisie in Philadelphia (Verenigde Staten). In de zomer van 1945 opereerde de boot andermaal vanuit Fremantle, tot de Japanse capitulatie in augustus een einde maakte aan de oorlog in Azië.
Globetrotter naar de sloop
Na de oorlog patrouilleerde de O 21 nog kort in Indische wateren. In 1946 keerde de globetrotter terug naar Nederland en diende daar tot 1957 als torpedoproefvaartuig. Een jaar later werd het schip voor 141.000 gulden verkocht en gesloopt. Zo eindigde het verhaal van een roemruchte onderzeeboot die dan wel voor de koloniën was bestemd, maar haar faam toch vooral ook verwierf in de wateren bij Gibraltar.