Column
Auteur
Vice-admiraal Harold Liebregs
Functie
Commandant Zeestrijdkrachten
Er gebeurt veel in de wereld. De huidige geopolitieke situatie is onvoorspelbaar. Dat stelt de krijgsmacht voor grote uitdagingen. En ook onze marine-eenheden merken dat: wijzigende programma’s en een hoog operationeel tempo.
Tegelijkertijd moeten we de hele marine vernieuwen en opschalen. De marine groeit gelukkig voor het eerst sinds tijden; er komen veel meer mensen binnen dan we zijn gewend. Om die op te leiden moeten we meer opleidingen per jaar geven. Bij de matrozen hadden we altijd vier opkomsten per jaar. Dat zijn er nu zeven. Dat is alleen mogelijk als we de opleidingen korter maken en beter op elkaar laten aansluiten. We focussen op de kennis die nodig is om te starten. Dat kan tot spanningen leiden. Want wat is cruciale informatie en wat kan later? Verdere ontwikkeling vindt aan boord plaats. Dat vraagt wat van de mensen aan boord, dat realiseer ik me. We moeten door die zure appel heen om mensen klaar te stomen voor de vervolgfuncties waar we nu nog mankracht tekortkomen. Dat gaat ons uiteindelijk allemaal helpen.
We bouwen kennis op vanuit de praktijkervaring
Het verder leren in de praktijk geldt ook niet alleen voor nieuwe collega’s. We moeten onze werkwijze continu aanpassen. Onze tegenstanders leren snel op het slagveld en technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Meer en nieuwe capaciteiten met grotere slagkracht zijn onmisbaar om onze tegenstander straks het hoofd te bieden. Met de nieuwe Defensienota komt het geld hiervoor beschikbaar. We kiezen daarbij voor een slimme mix van hoogwaardige systemen en goedkopere, schaalbare middelen. Data, AI en onbemande systemen zijn doorslaggevend.
Zo oefenen de mariniers tegenwoordig met nieuwe middelen; licht en wendbaar. Deze manier van opereren staat centraal in het Future Littoral Operating Concept. We werken met kleine teams, die meer zelfvoorzienend zijn en over meer middelen beschikken zoals drones. Zij zijn snel, wendbaar en opereren onder de radar. Door die nieuwe aanpak moeten we soms het wiel opnieuw uitvinden, maar daar is niets mis mee. Ook hier bouwen we kennis op vanuit de praktijkervaring.
We moeten ons niet laten tegenhouden door een tijdelijk gebrek aan kennis. Innovaties moeten we omarmen. Zr.Ms. Evertsen vaart bijvoorbeeld met een nieuw anti-dronesysteem richting de Straat van Hormuz. Een volledig uitgewerkte gebruiksaanwijzing hebben we nog niet. De mensen aan boord gaan ermee aan de slag en daaruit volgen dan de best practices. Dat levert natuurlijk wel de nodige druk op, want vroeger gingen we pas weg als alles tot in de puntjes klopte.
Een ander voorbeeld; counterdrone-systemen. De ontwikkelingen op dat gebied gaan veel te snel om alles af te kaderen, zoals we in het verleden deden bij de verwerving van nieuw materieel. Je moet nu gewoon blij zijn dat je dat systeem snel aan boord hebt, anders loop je achter de feiten aan. Gelukkig pikken onze jonge collega’s dat allemaal erg snel op, en zien we in de praktijk dat mensen zelf ook creatiever worden en met eigen innovaties komen.
Ik vraag me wel eens af of we al voldoende doen met AI. We kunnen niet zomaar een AI-tool op MULAN zetten, maar we mogen de boot niet missen. AI wordt steeds slimmer en kan snel steeds complexere problemen oplossen. Vergeet niet: de eerste die dit soort innovaties goed weet toe te passen in het gevecht, die wint. Laten we zorgen dat wij dat zijn.
Vice-admiraal Harold Liebregs
Commandant Zeestrijdkrachten