Koningin Máxima heeft na een jarenlange renovatie de boulevard van Scheveningen heropend. Daarmee is ook het monument Leger en Vloot terug. Dit prijkt nu op een prominente plek op de Kurhaustrap, die van de boulevard naar het strand leidt. Het gedenkteken stamt uit 1921 en is de Eerste Wereldoorlog-tegenhanger van het Monument op de Dam.

Het monument prijkt op de Kurhaustrap.

De krijgsmacht bestond bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 vooral uit dienstplichtige mannen. Afhankelijk van hun functie of onderdeel moesten zij één of meerdere jaren dienen. In de ruim 4 jaar durende oorlog moesten de miliciens wacht lopen langs de Nederlandse land- en zeegrenzen.

De sociale impact was groot. Bij de algemene mobilisatie tussen 31 juli en 4 augustus 1914 werden 200.000 mannen opgeroepen. In totaal mobiliseerde Nederland er circa 400.000. De Nederlandse bevolking telde in 1914 rond de 6 miljoen mensen. De mobilisatie betrof daarmee meer dan 10 procent van de mannelijke populatie van Nederland.

Tegenhanger

Leger en Vloot herdenkt niet enkel de mobilisatie. Het monument memoreert ook militairen en burgers die in de oorlog omkwamen bij ongelukken en geweld. Voor de Tweede Wereldoorlog werd Leger en Vloot ook gebruikt voor kransleggingen door buitenlandse militaire delegaties. Sinds 2018 lag het monument in opslag.

Mini-symposium

Ter ere van de terugkeer van het monument was er een mini-symposium. Dit was georganiseerd door het Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, de Nederlandse Vereniging voor Militaire Historie Mars et Historia en de gemeente Den Haag. De sprekers hier waren onder meer emeritus professor Wim Klinkert van de Nederlandse Defensie Academie en professor Ben Schoenmaker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. De onderwerpen die voorbij kwamen waren de mobilisatie, Scheveningen in de Eerste Wereldoorlog en militaire waakzaamheid in 1914 en heden.