Koninklijke Militaire School

De Koninklijke Militaire School (KMS) verzorgt alle basisopleidingen van soldaten en onderofficieren van de landmacht.

Opleiding onderofficieren

Onderofficieren volgen hun basis- en algemene functieopleiding in Ermelo. Onderofficieren hebben de rang van sergeant tot en met adjudant.

Vervolgopleiding

Na de KMS bezoeken de onderofficieren een van de opleidingscentra van het Opleidings- en Trainingscommando. Welk centrum dit is, hangt af van het wapen (gevechts- en gevechtsondersteunende eenheid). Of van het dienstvak (ondersteunende eenheid) waar de onderofficier gaat werken. In deze centra doen de onderofficieren specialistische vakkennis op.

De KMS geeft onderofficiersopleidingen aan:

  • onderofficieren van de Koninklijke Landmacht, inclusief het Korps Nationale Reserve;
  • onderofficieren van NAVO-partners zoals België, Duitsland, Hongarije, Polen en Tsjechië.

Opleiding soldaten en korporaals

Soldaten en korporaals leren eerst de militaire basisvaardigheden. Dit gebeurt tijdens een Algemene Militaire Opleiding (AMO) aan:

  • School Noord in Assen;
  • School Zuid in Oirschot;
  • School Luchtmobiel in Arnhem.

Vervolgopleiding

Na de AMO krijgen soldaten en korporaals een specialistische opleiding. Deze volgen ze bij een van de opleidings- en trainingscentra. Een chauffeur gaat bijvoorbeeld naar het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden. En zo leert een CV90-schutter het tactisch optreden met zijn voertuig op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre.

Opleiding tot officier

Officieren van de landmacht volgen hun opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Officieren hebben de rang van tweede luitenant tot en met generaal.