U leest hier antwoorden op veelgestelde vragen over de burnpits en wat u het kunt doen als u met deze vragen zit.
Veelgestelde vragen
Waar vind ik alle onderzoeken, rapporten en documenten?
De informatie over burnpits vindt u op defensie.nl/burnpits. Op deze pagina staan ook de onderzoeken van het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht (IRAS) en het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid van Defensie (CEAG).
U vindt hier links naar een overzicht van Kamerbrieven en andere Kamerstukken en het Defensiemeldpunt Burnpits van het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP).
Wat is er gebeurd sinds de oprichting van het Defensiemeldpunt Burnpits?
- Vlak na de oprichting begin 2019 voerde het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid van Defensie (CEAG) een eerste beschouwing uit. Het CEAG analyseerde de binnengekomen meldingen en deed literatuuronderzoek naar 46 publicaties over de uitstoot van burnpits. Het CEAG deelde de resultaten in april 2019 met de melders en de Tweede Kamer.
- De Tweede Kamer wilde een validatie van de CEAG en daarom verzocht Defensie het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht (IRAS) om beide CEAG-onderzoeken (het literatuuronderzoek en de analyse van de meldingen) te controleren op juistheid. Defensie vroeg het IRAS ook om een verdiepend literatuuronderzoek te doen. De resultaten van het validatieonderzoek deelde zij in maart 2020 met de melders en de Tweede Kamer.
- In november 2020 analyseerde het CEAG alle meldingen die tussen 4 februari 2019 en 26 juni 2020 binnenkwamen bij het Defensiemeldpunt Burnpits.
- In mei 2021 ronde het IRAS haar verdiepende literatuuronderzoek af. De uitkomsten van de analyse van de meldingen door het CEAG en de resultaten van het IRAS zijn aangeboden aan de melders en de Tweede Kamer.
Waarom was aanvullend literatuuronderzoek nodig na het 1e onderzoek van het CEAG?
Het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid van Defensie (CEAG) concludeerde dat de publicaties in de literatuur geen eenduidig beeld geven over de mogelijke relatie tussen gezondheidsklachten en de uitstoot van burnpits. Uit de meldingen waren ook geen conclusies te trekken over de relatie tussen blootstelling aan de uitstoot van burnpits en gezondheidsklachten bij (oud-)Defensiemedewerkers. Het validatieonderzoek van het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht (IRAS) over het CEAG-rapport bevestigde deze uitkomsten.
Defensie wilde daarom meer duidelijkheid krijgen over een mogelijke relatie tussen gezondheidsklachten en de uitstoot van burnpits. Ze verzocht het IRAS daarom ook een aanvullende studie te doen naar de beschikbare literatuur.
Waarom duurde het aanvullende literatuuronderzoek van het IRAS 2 jaar?
Het kost tijd om iets zorgvuldig, volledig en nauwkeurig te onderzoeken. Deze punten waren het belangrijkste bij het onderzoek.
Wat zijn de resultaten van het aanvullende literatuuronderzoek door het IRAS en word je ziek van blootstelling aan burnpits?
Het is mogelijk dat door de uitstoot van burnpits gezondheidsproblemen bij militairen kunnen optreden.
Uit onderzoeksresultaten kon alleen niet worden beoordeeld hoe groot de kans is dat dit echt gebeurt en om welke gezondheidsproblemen het dan precies zou gaan. Dit ligt aan de blootstelling en aan de hoeveelheid waarin militairen zijn blootgesteld. Verschillende zaken spelen daarbij een rol:
- De afstand tot een burnpit;
- Meteorologische factoren zoals de windrichting;
- Het soort afval dat werd verbrand;
- Hoe vaak en hoe lang iemand is blootgesteld.
Van deze zaken is te weinig informatie beschikbaar voor militairen die betrokken waren bij de afvalverwerking. En ook voor militairen die op grotere afstand van de burnpits werkten.
Net als bij elke andere brand komen bij de verbranding in burnpits verschillende stoffen vrij: fijnstof, verbrandingsgassen en andere verbrandingsproducten. Op tientallen tot enkele honderden meters kunnen deze stoffen in risicovolle, ongezonde concentraties aanwezig zijn.
Hoe gaat het nu verder? Wordt er nog meer onderzoek gedaan?
Het onderzoek van het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht (IRAS) biedt helaas maar voor een deel duidelijkheid. Defensie onderzoekt de haalbaarheid van volgonderzoek waarbij gedacht wordt vanuit de gezondheidsklachten van diegenen die zich meldden.
Wanneer is het Defensiemeldpunt Burnpits opgericht en waarom?
Begin februari 2019 richtte Defensie het Defensiemeldpunt Burnpits op. De reden was dat er geen volledig beeld van registraties en meldingen was. Het meldpunt is ingericht bij het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Dit is een onafhankelijk kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken.
Omdat meldingen over gezondheidsklachten binnen Defensie bij Defensieartsen zijn opgenomen in medische dossiers, kan Defensie deze dossiers niet zomaar opvragen en inzien. Ze vallen namelijk onder het medisch beroepsgeheim. De registratie van blootstelling aan de rook van burnpits of dat iemand op uitzending met een burnpit is geweest geven niet aan of ook daadwerkelijk gezondheidsklachten zijn ontstaan. Vanwege deze redenen had Defensie niet inzichtelijk hoeveel mensen denken gezondheidsklachten te hebben door blootstelling aan burnpits. Daarom is besloten om een eigen meldpunt op te richten.
Hoeveel mensen meldden zich bij het Defensiemeldpunt Burnpits en wat was hiervoor de reden?
Sinds de oprichting van het Defensiemeldpunt begin februari tot 21 april 2021 kwamen 366 meldingen van (oud-)militairen binnen.
Het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden (CEAG) analyseerde in 2020 de binnengekomen meldingen. Het gaat hierbij om 305 meldingen waarvan is aangegeven dat Defensie de gegevens mag ontvangen. 30% meldde zich met gezondheidsklachten en 35% meldde zich vanwege de aandacht voor het onderwerp. De overige 35% meldde redenen als op uitzendingen zijn geweest, in aanraking komen met burnpits en zorgen over de toekomst.
Waar maken de melders zich vooral zorgen om?
73% van de melders maakt zich zorgen. De meest genoemde zorgen zijn gezondheid/ziekte en de toekomst. Regelmatig combineren melders hun zorgen en gaat het om zorgen over de gezondheid in de toekomst.
Waar en voor hoelang hadden melders te maken met burnpits?
De meeste melders waren op uitzending in Afghanistan. De meest genoemde andere missiegebieden waren Irak en voormalig Joegoslavië. Meerdere melders gaven meer dan 1 uitzending op. Het is niet duidelijk of alle melders zijn uitgezonden naar een locatie met een burnpit.
De gemiddelde lengte van de uitzendingen is 126 dagen met een minimum van 3 dagen en een maximum van 396 dagen.
Hoe gaat Defensie om met nieuwe meldingen?
Sinds het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid van Defensie (CEAG) de 2e analyse van de meldingen uitvoerde, kwamen er 3 nieuwe meldingen binnen bij het Defensiemeldpunt Burnpits. Die meldingen wijken niet af van het genoemde beeld. Op dit moment is er geen aanleiding om opnieuw een analyse uit te voeren. Het CEAG voert een 3e analyse uit als hernieuwde aandacht voor burnpits leidt tot een groot aantal aanvullende meldingen.
De conclusies van het onderzoek geven helaas weinig duidelijkheid. Het is goed mogelijk dat u zich afvraagt: hoe nu verder en kan ik nog iets doen? Hieronder leest u wat u in verschillende gevallen het beste kunt doen.
Heeft u klachten of maakt u zich zorgen?
- Meld u bij het Defensiemeldpunt Burnpits als u dat nog niet heeft gedaan (+31 6 58 07 6647 of defensiemeldpuntburnpits@caop.nl).
- Meld u bij uw gezondheidscentrum (als u nog in dienst bent) of huisarts (als u niet langer in dienst bent). De arts kan u nader onderzoek adviseren.
- U kunt ook gebruik maken van een individueel begeleidingstraject bij Bedrijfsmaatschappelijk Werk Defensie (BMW). BMW kan u de juiste begeleiding en ondersteuning geven. Het maakt daarbij niet uit of u inmiddels niet meer voor Defensie werkt. Heeft u hier behoefte aan? Dan kunt u dit aangeven bij het Defensiemeldpunt Burnpits (+31 6 58 07 66 47 of defensiemeldpuntburnpits@caop.nl).
- Bent u veteraan? Dan kunt u met vragen of voor advies ook altijd terecht bij het Veteranenloket van het Nederlands Veteraneninstituut. Het Veteranenloket is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar op +31 88 3340 000 of via info@veteranenloket.nl.
Wat als u denkt dat uw klachten door de burnpit komen?
Als u denkt dat uw klachten door een burnpit komen, onderzoekt Defensie dit.
- Als u nog in dienst bent, onderzoekt Bureau Medische Beoordelingen (BMB) dit. Het BMB kijkt bijvoorbeeld naar hoe vaak u in de buurt van een burnpit was. BMB bepaalt ook of uw klachten daarmee samenhangen. Uw commandant of bedrijfsarts kunnen u verwijzen naar BMB.
- Bent u niet langer in dienst? Dan kunt u een beoordeling aanvragen via het Veteranenloket van het Nederlands Veteraneninstituut. Het Veteranenloket is bereikbaar op +3188 3340 000 of via info@veteranenloket.nl.
Heeft u recht op een schadevergoeding?
Als uit onderzoek blijkt dat schade aan uw gezondheid kan zijn veroorzaakt door burnpits, dan kunt u zich aanmelden voor de ‘regeling volledige schadevergoeding’.
Waar kunt u terecht voor meer informatie?
Heeft u vragen die niet in dit overzicht staan? Dan kunt u uw vraag stellen via het Defensiemeldpunt Burnpits. Het meldpunt is te bereiken op +31 6 58 07 66 47 of via defensiemeldpuntburnpits@caop.nl.
Voor een toelichting van het onderzoek kan Defensie (online) informatiebijeenkomsten houden of individuele gesprekken. Geef uw wensen hiervoor aan bij het Defensiemeldpunt Burnpits. Dit doet u door te mailen naar defensiemeldpuntburnpits@caop.nl.
Gebruikt Defensie nog burnpits?
Nederlands Defensiepersoneel maakt al jaren geen gebruik meer van burnpits. Dit geldt over het algemeen ook voor landen waar Defensie mee samenwerkt en verblijft op militaire kampen. Lokale bedrijven verzamelen de afval vanuit de kampen en verwerken dit volgens de regelgeving voor dat land.
Welke maatregelen trof Defensie rondom burnpits en hoe waarborgt Defensie nu de veiligheid?
Nederland gebruikt zelf geen burnpits meer. Tegelijk kan niet worden uitgesloten dat Nederlandse militairen op missie soms in aanraking komen met uitstoot van burnpits. Het kan gebeuren dat de lokale bevolking of samenwerkingslanden toch burnpits gebruiken. Om negatieve gezondheidseffecten op Defensiepersoneel zoveel als mogelijk te voorkomen zijn er in het inzetgebied mondneusmaskers beschikbaar. Ook zijn de werk- en verblijfsruimtes waar mogelijk voorzien van airconditioning met filters.
Welke maatregelen trof Defensie rondom de gezondheid van militairen in het algemeen?
Defensie neemt nog apparatuur in gebruik waarmee ze mogelijk continu de luchtkwaliteit kan monitoren in missiegebieden. Defensie vindt het belangrijk om meer gegevens te hebben over blootstellingen tijdens missies. Zo kan ze sneller een link leggen met mogelijke gezondheidsrisico’s en eventuele gezondheidsklachten.
Defensie startte in november 2020 met het uitwerken van het rekenmodel Military Exposure Assessment Tool (MEAT). Daarmee hoeft Defensie de risico’s van blootstelling door het werk en door het milieu niet meer los van elkaar te beoordelen. MEAT brengt meetgegevens en modelschattingen van blootstelling door werk en milieu in een (mogelijk) missiegebied samen. Dit vereenvoudigt en verbetert in de toekomst het nu tijdrovende inschatten van de blootstellingsrisico’s. Defensie ontwikkelt MEAT op dit moment verder. Eind 2021 is het te gebruiken.