Mortieren (60-, 81- en 120mm)

Defensie heeft 3 typen mortieren: 60-, 81- en 120mm-mortieren. Deze artilleriestukken worden gebruikt voor vuursteun aan de eigen troepen met indirect vuur. Dit laatste betekent dat wordt gevuurd zonder direct zicht op de vijand. Het zijn dan ook zogenoemde steilbaanwapens die met een (steile) boog schieten. 

Mortieren zijn dankzij het steilbaanvuur zeer geschikt om doelen te bestoken die moeilijk bereikbaar zijn voor zogenoemde vlakbaanwapens. Hiermee wordt in een rechte lijn op een doelwit gevuurd, met direct zicht.

Munitie

De mortieren kunnen verschillende munitietypen verschieten, zoals rook, licht en brisantgranaten. Hiermee kunnen doelen worden verlicht of bewegingen van eigen eenheden gemaskeerd. Brisantgranaten zijn bedoeld om schade aan te richten door de scherfwerking van de ontploffende hulzen. Mortieren worden van boven geladen. Een granaat wordt afgevuurd zodra deze de vaste slagpin op de bodem van de schietbuis raakt.

120mm-mortier

Specificaties:

  • type: MO-120-HB, Rayé (getrokken)
  • lengte: 302 centimeter
  • gewicht: 574 kilo
  • munitie: 120mm
  • bereik (maximaal): 8,1 kilometer
  • vuursnelheid (maximaal): 15 schoten per minuut
  • bemanning: 7; stukscommandant, richter, hulprichter, munitiewerker, lader, boordschutter en chauffeur

De 120mm-mortier is van het Franse Thomson-Brandt, maar voor Nederland geproduceerd door Hotchkiss-Brandt (HB). Het wapen heeft een getrokken schietbuis. Deze heeft spiraalsgewijs lopende groeven die een granaat bij het schieten een rotatie om de lengteas geven. Een projectiel blijft hierdoor veel beter in zijn baan.

Het is samen met het Pantserhouwitser-krombaangeschut ondergebracht bij het VuursteunCommando. Vanuit deze landmachteenheid worden de mortieren afhankelijk van de opdracht toegevoegd aan de verschillende infanterie-eenheden van de landmacht of het Korps Mariniers.

De 120mm-mortier is vanwege zijn omvang en gewicht niet geschikt om lopend te vervoeren. Dit kan alleen in delen over zeer korte afstanden. Door zijn hoge reactie- en vuursnelheid, grote vuurkracht, reikwijdte en mobiliteit is het het belangrijkste indirecte vuursteunwapen voor infanterie-eenheden. Een commandant kan met de mortier snel en zelfstandig zwaartepunten leggen en verleggen.

81mm-mortier

Specificaties:

  • type: L16A2
  • lengte: 120,8 centimeter
  • gewicht: 35 kilo
  • munitie: 81mm
  • bereik (maximaal): 5,6 kilometer
  • vuursnelheid (maximaal): 15 schoten per minuut
  • bemanning: 3; commandant/lader, richter, munitieverwerker

De van oorsprong Britse 81mm-mortier heeft een gladde schietbuis. Door de constructie en het gewicht is deze lopend te vervoeren. De mortier wordt dan verdeeld over 3 groepen; de loop, basisplaat en de 2-poot. De granaten wegen ieder rond de 4 kilo (afhankelijk van het type). Het wapen is binnen enkel minuten in iedere gewenste richting te zetten.

60mm-mortier

Specificaties:

  • fabrikant:
  • type: MO-60-CA en CV
  • lengte: 85 centimeter
  • gewicht: 8,1 kilo
  • bereik: 100 tot 1050 meter
  • bemanning: 2
Luchtmobiele militairen vuren vanuit de hand een 60mm-mortier af in Afghanistan.

Een 60mm-mortier uit de hand afgevuurd in Afghanistan.

Commando’s, mariniers en luchtmobiele verkenners beschikken over de draagbare 60mm-mortier. Deze van origine Franse Hotchkiss-Brandt-mortieren zijn eind jaren ’70 omgebouwd tot de huidige TDA MO-60 Commando Mortier, in de versies MO-60 CV (drop-fire) en MO-60-CA (trigger-fire). De drop-fire wordt gewoon afgevuurd door de mortiergranaat in de buis te laten vallen, terwijl de trigger-fire met een trekkermechanisme wordt afgevuurd.

De lichte mortieren kunnen door 1 persoon worden gedragen. Ze zijn voorzien van een singelband, om de mortierbuis met de hand te kunnen vastpakken tijdens het vuren. Ook zit er een waterpasje en een draag/richtriem bij.