Sla over en ga naar de inhoud

Installeer de app

Voeg de app toe aan uw beginscherm voor snelle en makkelijke toegang.

  1. Tik op
  2. Kies 'Zet op beginscherm' of 'Add to Home Screen'
Christian Freuding, Jan Swillens en de commandant van de Litouwse strijdkrachten met de handen op elkaar voor een tank.

Landmachttop verdiept zich in verdediging Baltische regio

Militairen van zowel de Duitse als Nederlandse landmachttop bogen zich afgelopen week in de Baltische Staten over hun gezamenlijke taak. Dat is het eventueel moeten verdedigen van dit deel van het bondgenootschappelijk gebied. Centraal stonden onder meer de verbetering van de informatiepositie, het doorgronden van de regio en versterking van de samenwerking.

Het Duits-Nederlandse Legerkorps 1GNC is sinds juli verantwoordelijk voor command & control over NAVO- en toegewezen landstrijdkrachten in Estland en Letland. Duitsland maakt daarnaast deel uit van het Multinational Corps North East, dat dezelfde taak heeft in Litouwen en Polen.

Gezag en leiding hebben over deze landstrijdkrachten is niet alleen in relatief rustige tijden een opgave, maar zeker als het misgaat. Daarom wordt regelmatig besproken hoe alles ervoor staat. Generaals en kolonels van beide landlegers verdiepten zich zodoende in de verdediging van de Baltische Staten en wat daar voor nodig is.

Die gesprekken gingen onder meer over de geschiedenis van de regio en de terreinkenmerken, maar ook het verwachte vijandelijk optreden en de middelen die nodig en beschikbaar zijn. Militairen moeten immers een gebied doorgronden om het te kunnen verdedigen.

Juiste kennis

“Samen staan we sterk”, zei Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens dan ook. “Zonder de juiste kennis kunnen we de volledige situatie in de Baltische regio niet verdedigen. Door de verdediging samen voor te bereiden, versterken we de afschrikking en helpen we een conflict te voorkomen. Daarmee leggen we ook de verbinding met de veiligheid van Nederland.”

Zijn Duitse evenknie en ranggenoot Christian Freuding viel hem bij: “We moeten onze kennis verbreden en komen tot een gezamenlijk tactiek. Zo tonen we de bereidheid om onze gezamenlijke verantwoordelijk te nemen. En laten we zien dat de bevolking op ons kan rekenen.”