Sla over en ga naar de inhoud
Nederlandse en Duitse militairen zijn bezig met een forse bewakingsdrone die meerdere motoren heeft.

‘We zullen elke centimeter grond verdedigen’

KAP Arjen de Boer 

SM Hilbert Buter, KPL Joshua Heim, 1GNC 

Hoofdkwartier 1GNC test nieuwe manier van opereren 

Stilstand is achteruitgang. Dus moet ook 1 German-Netherlands Corps (1GNC) mee met de tijd. Net als collega’s in de frontlinie, gaat dit hoofdkwartier verspreid en zo onopvallend mogelijk vechten. De oefening Avenger Triad ‘26 was een stresstest voor deze nieuwe manier van opereren. 

Drones boven de loopgraven en diep in het achtergebied. Waarnemingssatellieten in de ruimte. Plus nog een scala aan andere sensoren. Het is wel vaker gezegd en geschreven, maar door deze technologieën is het gevechtsveld heel transparant. Elke grote verplaatsing is snel gezien, én uitgeschakeld. Dus daar móét een antwoord op komen. 

Belangrijk doelwit 

Dat geldt ook voor 1GNC. Dit multinationale hoofdkwartier kan tienduizenden militairen tegelijk aansturen. Iedere beslissing op dat niveau heeft direct impact op de enkele vent en vrouw aan het front. Maar een hoofdkwartier is wel een heel belangrijk doelwit; dat is een van de vele lessen uit Oekraïne. Nadeel is alleen dat zo’n HQ nogal groot is, letterlijk en figuurlijk. Veel mensen, veel voertuigen, veel communicatiemiddelen. Dus ook makkelijk vindbaar in bijvoorbeeld cyberspace en het elektromagnetisch spectrum.

1GNC wil kleinschaliger en verspreid opereren, met een kleine voetafdruk en zo mobiel mogelijk.

Zo’n HQ is nogal groot, letterlijk en figuurlijk 

 

 

3 keer operationeel ingezet 

Het Duits-Nederlandse hoofdkwartier is in 1995 opgericht. Het HQ is 3 keer operationeel ingezet. Dat was in 2003, 2009 en 2013 in Afghanistan. 1GNC bestaat voornamelijk uit Duitse en Nederlandse militairen.  

Zij vormen zo’n 80 procent van het personeelsbestand. In totaal zijn er 16 landen vertegenwoordigd. Naast Nederlanders en Duitsers werken er bijvoorbeeld ook Denen, Italianen, Letten, Canadezen, Spanjaarden en Amerikanen. 

Kleinschaliger en verspreid

Daarom testte 1GNC onlangs een andere manier van opereren. Ergens in Nederland en Duitsland, én met een vooruitgeschoven post in een van de Baltische staten. Het idee: kleinschaliger en verspreid opereren, met een kleine voetafdruk en zo mobiel mogelijk. Zo zijn er verplaatsbare werkplekken inclusief draadloze communicatiemiddelen en bescherming. Daarnaast wil 1GNC niet meer in een bos staan, maar meer opgaan in de omgeving, in bebouwde gebieden waar toch al veel reuring is

Goede verbindingsmiddelen zijn essentieel voor 1GNC. Het hoofdkwartier heeft hier een eigen CIS-bataljon voor. Deze foto is overigens niet genomen tijdens Avenger Triad ’26, dit was tijdens een andere oefening. 

Wij zijn de KPN van de landmacht 

Goede verbindingen cruciaal 

De oefening Avenger Triad biedt een mooie kans om dat nieuwe concept te testen, weet de Estse luitenant-kolonel Jaanus. “Zo zijn de digitale verbindingen tussen de afzonderlijke elementen cruciaal”, aldus de officier doelend op dat verspreide optreden. Zonder die (draadloze) communicatie zou het hoofdkwartier nog geen deuk in een pakje boter slaan.  

Dat weet ook tweede luitenant Sam maar al te goed. Samen met haar collega’s van het CIS-bataljon (Communications and Information Systems), dat een integraal onderdeel is van 1GNC, is ze verantwoordelijk voor de opbouw en het beheer van de communicatiemiddelen. Telefoons, computers, satellietcommunicatie, radiosystemen, noem maar op. “Wij zijn de KPN van de landmacht, zeg maar”, zegt Sam. “Dan gaat het om connectiviteit ‘binnen’ deze locatie, maar ook naar buiten. Zo kunnen we videobellen en mailen met collega’s op de buitenlandse locaties.” 

Anders nadenken over manoeuvreren 

In principe is heel 1GNC nu gericht op ‘warfighting’, vertelt Chief of Staff brigadegeneraal Tjeerd Blankestijn. “Nu voeren we ook het gevecht in de diepte, met meer vuurkracht zoals artillerie”, zegt de generaal. “We moeten in staat zijn om tot 5 divisies aan te sturen. Plus enablers, eenheden die het gevecht ondersteunen. Zoals artillerie, genie, logistiek.” Maar denk dan nog eens aan dat eerdergenoemde transparante gevechtsveld. Dit maakt de aansturing van zulke grote eenheden er niet makkelijker op. “Dus moet je anders gaan nadenken over manoeuvreren”, zegt Blankestijn. “Want wie te veel beweegt, gaat dood.” 

 

Brigadegeneraal Tjeerd Blankestijn is Chief of Staff bij 1GNC. “Nu voeren we ook het gevecht in de diepte, met meer vuurkracht zoals artillerie. We moeten in staat zijn om tot 5 divisies aan te sturen.” 

Rusland afschrikken 

Deze lessen zijn nu misschien belangrijker dan ooit. Sinds afgelopen zomer is 1GNC als tactisch hoofdkwartier namelijk verantwoordelijk voor de verdediging van onder meer Estland en Letland. Daar heeft het hoofdkwartier het bevel over een Estse divisie waar ook Franse en Canadese eenheden in zitten, plus een multinationale NAVO-divisie. Dit alles om Rusland af te schrikken. 

Als inwoner van Estland beseft luitenant-kolonel Jaanus, sinds kort samen met 3 landgenoten werkzaam bij 1GNC, maar al te goed welke dreiging er van zijn ‘buurman’ uitgaat. In principe staat zijn huis niet ver van een mogelijke frontlinie, mocht het onverhoopt zover komen. “We kunnen onze bondgenoten dan ook meer vertellen over het terrein in mijn land, de cultuur, hoe we denken”, zegt Jaanus. Die kennis geeft extra lading aan het gevoel van urgentie bij 1GNC. “Rusland is ons buurland. Dat kunnen we niet veranderen. Maar we kunnen wel voorbereid zijn.” 

Soort examen 

Avenger Triad was ook een Combat Readiness Evaluation (CREVAL). NAVO-evaluatoren hebben goed meegekeken en 1GNC beoordeeld op inzetbaarheid en gevechtsgereedheid. Het evaluatieteam keek onder meer naar het naleven van beleid en procedures, CIS-opzet en commandovoering. 

1GNC telt 16 nationaliteiten. Nederlanders en Duitsers vormen zo’n 80 procent van het personeelsbestand. 

Multi-Domain Operations 

Nieuw tijdens Avenger Triad is de aandacht voor Multi-Domain Operations (MDO). Dit is een concept dat operaties in verschillende domeinen zoals land, lucht en (cyber)space synchroniseert. Het doel is om zo meer effecten te bereiken, meer dan dat je alles afzonderlijk zou inzetten. Dit draagt ook bij aan het nemen van snellere beslissingen.  

“En dan steeds een beetje sneller dan de vijand, zodat je hem verrast”, zegt generaal Blankestijn. “Dan is je tegenstander alleen maar aan het reageren. Niets is zo frustrerend dan dat, want zo kan de vijand zijn eigen plannen niet meer uitvoeren. Als je dat bereikt, heb je de leiding in het gevecht.” 

Majoor Jacob komt uit Denemarken en is hoofd van de assessment-sectie. Deze ondersteunt de planners met harde data en analyses.

Goede inschatting maken 

De taak van 1GNC is om het complexe gevecht weer behapbaar te maken voor divisies en brigades. Hier is een schone taak weggelegd voor de Deense majoor Jacob, hoofd van de assessment-sectie. Deze afdeling ondersteunt het planningsproces met harde data en maakt een inschatting van de huidige situatie.  

Maar Jacob kijkt ook verder in de toekomst. “Natuurlijk hebben we geen ‘glazen bol’. Wij maken een onderbouwde inschatting en geven commandanten genoeg informatie om een besluit te nemen om links of rechts te gaan.” 

Tegenaanval of niet? 

Zo kijkt Jacob bijvoorbeeld naar de actuele gevechtskracht van eenheden gebaseerd op hun aantallen en de staat van het materieel en voorraden. Dat doen ze ook met de vijand. “Dus wat zijn de verhoudingen qua sterkte. Is het 1 op 1, is het 3 op 1?”, zegt Jacob. “Dat geeft een beeld van de huidige situatie. Maar biedt ook een doorkijkje naar de toekomst zodat er besluiten kunnen worden genomen. Gaan we in de tegenaanval of nemen we een blocking position in?” 

1GNC als tactisch hoofdkwartier nu sinds de zomer verantwoordelijk voor de verdediging van onder meer Estland en Letland. 

Initiatief terugpakken en verloren gebied heroveren 

Estse mentaliteit 

Het zijn vraagstukken die ook in de oefening terugkomen. “Op dit moment zijn er zware gevechten in Estland en Letland”, zegt luitenant-kolonel Jaanus, werkzaam binnen de sectie Plannen (G5), verwijzend naar het oefenscenario. “Het korps is bezig met aanvallen in de diepte en met een planning voor een tegenaanval. Daarnaast proberen we extra NAVO-troepen het gebied in te krijgen. Zo willen we het initiatief terugpakken en verloren gebied heroveren.” 

Nu is het nog een oefening. Maar, benadrukt Jaanus, laat er geen twijfel over bestaan. Mocht Rusland ooit de vergissing maken om aan te vallen, dan zijn hij en zijn internationale collega’s er klaar voor. “Als Esten brengen we een bepaalde strijdlust en mentaliteit mee. Hoe moeilijk het probleem ook is, we zoeken altijd naar een oplossing. We zullen elke centimeter grond verdedigen.” 

Landmacht

Editie 092026