kapitein Charlotte Verolme
sergeant-majoor Barend Westerveld
…bij een landelijke actieweek tegen mensenhandel
Terwijl wekelijks duizenden reizigers via Nederlandse luchthavens in ons land aankomen, kijkt de Koninklijke Marechaussee nét iets verder dan het paspoort. Tijdens een landelijke actieweek tegen mensenhandel richten collega’s zich specifiek op signalen die kunnen wijzen op seksuele uitbuiting. Het doel is helder: slachtoffers zo vroeg mogelijk herkennen en voorkomen dat zij in een uitbuitingssituatie belanden.
Mensenhandel speelt zich vaak buiten het zicht van de samenleving af. Toch kunnen juist op luchthavens de eerste signalen zichtbaar worden. Vanuit haar grensbewakings- en politietaken heeft de Koninklijke Marechaussee een belangrijke verantwoordelijkheid bij het signaleren van mogelijke slachtoffers en daders. Daarbij vormt de Aanwijzing mensenhandel, een handelingskader opgesteld door het Openbaar Ministerie (OM), het uitgangspunt. Deze aanwijzing beschrijft hoe professionals moeten handelen bij signalen van mensenhandel. Ook bij een eerste aanwijzing is het belangrijk om alert te zijn en passende stappen te zetten.
Juist op luchthavens kunnen de eerste signalen van mensenhandel zichtbaar worden.
Analyse
Nog voordat een vliegtuig landt, zijn de analisten van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland (Pi-NL) aan het werk. Tijdens de actieweek besteden zij extra aandacht aan het analyseren van passagiersgegevens op mogelijke indicatoren die kunnen wijzen op mensenhandel. Als de analyse aanleiding geeft om informatie te delen, ontvangen collega's van de Koninklijke Marechaussee op de luchthaven een signaal. Zij kunnen vervolgens met de betreffende reiziger in gesprek gaan.
Zo'n eerste gesprek is bedoeld om een beter beeld van de situatie te krijgen. Blijven er zorgen bestaan, dan kan een ‘informatief gesprek mensenhandel’ volgen. Dit gesprek wordt gevoerd door speciaal opgeleide medewerkers van de Koninklijke Marechaussee. Tijdens het gesprek staat niet het strafrecht, maar de veiligheid van het mogelijke slachtoffer centraal. “Er wordt gekeken of iemand hulp nodig heeft, welke rechten hij of zij heeft en welke mogelijkheden er zijn om uit een uitbuitingssituatie te stappen”, legt kapitein Alex, adviseur mensensmokkel, uit. “Ook geven we informatie over de risico's van seksuele uitbuiting en sekswerk in Nederland. Wanneer dat nodig is, schakelen we direct passende hulpverlening in.”
Dat de aanpak werkt, blijkt uit de resultaten van eerdere actieweken in 2025
Samenwerking
De Koninklijke Marechaussee werkt tijdens de actieweek én daarbuiten intensief samen met de Pi-NL en de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de Nationale Politie. Bevindingen worden snel gedeeld, zodat signalen direct kunnen worden opgepakt. Afhankelijk van de uitkomsten kan de politie een strafrechtelijk onderzoek starten. De Koninklijke Marechaussee voert daarnaast, vanuit haar eigen politietaak op luchthavens en binnen Defensie, ook zelfstandig onderzoeken uit wanneer daar aanleiding voor bestaat. Bovendien is zij verantwoordelijk voor het opsporen van mensenhandel waarbij militairen of andere personen onder haar rechtsmacht betrokken zijn.
Dat de aanpak werkt, blijkt uit de resultaten van eerdere actieweken in 2025. Tussen de 25 en vijftig procent van de opgevolgde signalen leidde tot het onderkennen van een potentieel slachtoffer van mensenhandel. Daarmee kon in veel gevallen worden voorkomen dat deze personen daadwerkelijk slachtoffer werden van seksuele uitbuiting. Daarnaast vormde de verzamelde informatie de basis voor meerdere onderzoeken naar mensenhandel, zowel door de politie als door de Koninklijke Marechaussee.
De aanpak stopt niet bij de landsgrenzen, benadrukt Alex.
Internationale samenwerking
De aanpak stopt echter niet bij de landsgrenzen, benadrukt Alex. “Mensenhandel is bij uitstek een internationaal fenomeen. Slachtoffers worden regelmatig tussen landen verplaatst en criminele netwerken opereren grensoverschrijdend. Internationale samenwerking is daarom onmisbaar.”
Die samenwerking kreeg eerder dit jaar een impuls tijdens de actieweek van het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT) tegen mensenhandel. In het kader van een personeelsuitwisseling werkten vijf Spaanse collega's mee op Nederlandse luchthavens, terwijl drie medewerkers van de Nationale Politie en twee collega's van de Koninklijke Marechaussee ervaring opdeden op Spaanse luchthavens. Door kennis, werkwijzen en ervaringen uit te wisselen, kregen beide landen meer inzicht in elkaars aanpak en konden zij succesvolle werkwijzen met elkaar delen.
Signalen herkennen
De uitwisseling leverde ook concrete inzichten op. Zo krijgen potentiële slachtoffers in Spanje bijvoorbeeld contactgegevens mee van de Spaanse politie. Zo kunnen zij alsnog contact opnemen als zij zich later niet meer veilig voelen. Het telefoonnummer wordt beheerd door de Spaanse nationale politie.
“Zoiets kennen we in Nederland nog niet. Het is zeker iets dat we verder willen onderzoeken”, stelt Alex. Dit soort praktische voorbeelden laat volgens hem de meerwaarde van internationale samenwerking zien. Door mee te kijken met collega's uit andere landen, ontstaan nieuwe inzichten die mogelijk ook in Nederland toepasbaar zijn.
Terugkijkend was de uitwisselingsweek volgens de kapitein succesvol en leerzaam. “Voor de toekomst bekijken we hoe we hier nog beter invulling aan kunnen geven.”
Vroegtijdige signalering blijft volgens Alex essentieel in de bestrijding van mensenhandel. “Slachtoffers hebben vaak te maken met dwang, bedreiging, geweld of misleiding. Daardoor kunnen zij niet altijd zelf hulp zoeken of aangifte doen. Juist daarom is het belangrijk dat professionals signalen herkennen en durven door te vragen. Iedere tijdige onderkenning kan het verschil maken tussen langdurige uitbuiting en de kans op een veilige toekomst.”
“Iedere tijdige onderkenning kan het verschil maken tussen langdurige uitbuiting en de kans op een veilige toekomst.”
Passagiersinformatie-eenheid Nederland
De Passagiersinformatie-eenheid Nederland (Pi-NL) verwerkt en analyseert vlucht- en passagiersgegevens van vluchten van en naar Nederland. Het doel is het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit. Zo versterkt de Pi-NL de informatiepositie van opsporingsdiensten.
Dat doet de Pi-NL onder meer door gegevens te matchen met databanken, vorderingen van nationale en internationale opsporingsdiensten te verwerken en risicokenmerken te analyseren.
Door deze informatiepositie kunnen partners zoals de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere bevoegde instanties gerichter optreden tegen terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit. De Pi-NL vormt daarmee een belangrijke schakel tussen informatie en actie: achter de schermen wordt gewerkt aan het vroegtijdig herkennen van signalen en het ondersteunen van collega's die uiteindelijk op straat of op de luchthaven het verschil maken.
De Pi-NL werkt binnen duidelijke wettelijke kaders en met strikte waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens en de privacy van reizigers. In de wet is onder meer geregeld dat toezicht wordt gehouden door een functionaris voor gegevensbescherming en dat bijzondere persoonsgegevens niet mogen worden verwerkt.
Wat kan Pi-NL betekenen voor jouw onderzoek?
Collega’s met een operationele casus of onderzoeksvraag, waarbij passagiersinformatie mogelijk van waarde kan zijn, kunnen zich via de meldkamer laten doorverbinden met de Pi-NL. Met behulp van experts wordt bekeken welke informatie binnen de wettelijke mogelijkheden kan bijdragen aan het onderzoek.





