Prinses Amalia heeft vandaag haar opdracht afgerond als militair werkstudent bij de Koninklijke Luchtmacht. Na de zomer vervolgt zij haar traject binnen Defensity College, maar dan bij de Koninklijke Marine. Daarmee zet zij haar kennismaking voort met verschillende defensieonderdelen.

Ook de werkzaamheden bij de luchtmacht maakten deel uit van het Defensity College-programma. Studenten combineren daarin hun studie met een inhoudelijke bijbaan bij Defensie. Het programma bestaat uit verschillende werkplekken, opleidingen en evenementen. Met de activiteiten draagt het trainingstraject bij aan de persoonlijke, professionele en militaire ontwikkeling van de werkstudent.

Voor de Prinses van Oranje begon dat traject bij de Bestuursstaf van het Haagse departement. Ook volgde zij de Algemene Militaire Opleiding (AMO). Met haar overstap naar de zeemacht maakt zij opnieuw kennis met een ander onderdeel van de krijgsmacht.

Verbinding met krijgsmacht

Defensity College wil de band tussen de krijgsmacht en de samenleving versterken door studenten al tijdens hun opleiding ervaring te laten opdoen binnen Defensie.

De betrokkenheid van het Koninklijk Huis bij de krijgsmacht kent een lange geschiedenis. Koning Willem-Alexander vervulde zijn dienstplicht bij de marine. Hij diende daarna ook bij de landmacht en luchtmacht. Als staatshoofd heeft hij binnen de krijgsmacht een bijzondere militaire hoedanigheid.