Morele component centraal in rapport Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht

“Je weet waar je voor getekend hebt.” Met die woorden opent de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) viceadmiraal Boudewijn Boots het themarapport van 2025. Dit rapport werd onlangs officieel overhandigd aan staatssecretaris Gijs Tuinman. Vanaf vandaag is het digitaal beschikbaar.

Het rapport staat in het teken van de morele component binnen Defensie, in een tijd waarin de kans op grootschalige conflicten wereldwijd toeneemt.

Boots: “In dit rapport laten we de stem horen van onze mensen en hun thuisfront. Wat doet toenemende dreiging met hun gevoel van dienstbaarheid? Waar lopen zij in de praktijk tegenaan? En wat vraagt dit van Defensie als werkgever?”

Onderzoek onder personeel en thuisfront

Het themarapport is gebaseerd op 7.500 minuten aan interviews en ruim 3.000 pagina’s gespreksdata met beroepsmilitairen, reservisten, burgermedewerkers en hun thuisfront. Dit is aangevuld met een vragenlijst onder ruim 450 respondenten. Het onderzoek belicht dilemma’s, loyaliteit, belasting en trots.

Boots: “De bijzondere en open gesprekken, die regelmatig een lach of een traan ontlokten, leverden waardevolle inzichten. Die vormen het fundament van dit rapport. Het echt luisteren naar wat leeft bij onze mensen en hun thuisfront, en het maken van tijd om mensen te ontvangen, bleek vaak al een gewaardeerde interventie op zich.”

Aanbevelingen en vervolg

Het rapport bevat 5 concrete adviezen aan Defensie als organisatie. Die zijn onder meer gericht op een betere en organisatiebrede borging van de morele component. Daarnaast ligt de focus op het blijvend versterken van de randvoorwaarden. Denk aan personeel, materieel en geoefendheid. Verder adviseert het rapport een grotere betrokkenheid en betere informatievoorziening richting het thuisfront als essentiële stakeholder.

De IGK zal de komende maanden het gesprek over het thema voortzetten tijdens werkbezoeken, bijeenkomsten en in gesprek op de werkvloer.

Boots: “De echte impact van dit rapport zit niet in het papier, maar in wat wij er samen mee doen.”