Defensie levert ook in 2018 gevechtskracht aan NAVO- en EU-eenheden

Nederland draagt ook in 2018 bij aan de multinationale NAVO-battlegroup onder leiding van Duitsland in Litouwen. En aan de snel inzetbare gevechtseenheden NRF en EUBG. Minister Ank Bijleveld-Schouten liet dat vandaag aan de Tweede Kamer weten.

landmachtmilitairen oefenen in de sneeuw

Nederlandse landmachtmilitairen oefenen in Litouwen.

De relatie tussen de NAVO-bondgenoten en Rusland verslechterde de afgelopen jaren. Door de veranderde veiligheidssituatie besloot de NAVO de oostelijke bondgenoten te versterken en daar eenheden te stationeren.

De multinationale battlegroup onder leiding van Duitsland maakt deel uit van de enhanced Forward Presence. De Nederlandse bijdrage bestaat in 2018 uit:

  • 1 gemechaniseerde infanteriecompagnie, inclusief ondersteuning;
  • experts op het gebied van strategische communicatie en cyberveiligheid;
  • militairen voor de bataljonsstaf van de battlegroup.

Alles bij elkaar gaat het om ongeveer 270 militairen.

marineman op uitkijkt op de brug

Een Nederlandse marineman speurt de horizon af tijdens een NAVO-missie op de Middellandse Zee (april 2016).

NRF

Op de top in Wales in 2014 besloten de NAVO-landen dat eenheden langer deel uitmaken van de NRF( NATO Response Force). NRF-eenheden zijn, naast het stand-by jaar, nu ook een jaar stand-up en een jaar stand-down. De NRF bestaat uit land-, lucht- en maritieme componenten en is opgebouwd uit 3 echelons met een verschillende gereedheid.

Nederland levert in 2018 aan de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF), het snelst inzetbare deel van de NRF:

  • een Special Operations Maritime Task Unit (SOMTU) van het Korps Mariniers;
  • het 1e half jaar een schip als commandoplatform voor (de Belgische commandant van) de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG 1)
  • het 2e half jaar een luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) als commandoplatform voor de Nederlandse commandant van de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG 2).
  • 2 mijnenjagers voor de SNMCMG's voor periodes van 3 tot 4 maanden.
  • 4 F-16’s.

De Initial Follow-on Forces Group van de NRF kent een langere reactietijd en versterkt de VJTF. Nederland biedt daarvoor aan:

  • samen met Duitsland van juli 2017 tot en met juni 2018 het hoofdkwartier van het 1e Duits-Nederlandse Legerkorps;
  • 1 gemechaniseerd infanteriebataljon;
  • personeel voor het brigadehoofdkwartier en
  • 1 raiding squadron mariniers en 1 onderzeeboot.

EUBG

In 2018 levert Nederland met België en Luxemburg de kern van de EUBG (EU Battle Group). Oostenrijk levert van januari tot en met juni een bijdrage en Duitsland van juli tot en met december. Nederland leidt het 1e half jaar de EUBG, België het 2e half jaar. Nederland levert het 1e half jaar:

  • 1 bataljonsstaf;
  • 2 infanteriecompagnieën met gevechtsondersteuning en de bijbehorende logistiek;
  • meer dan 150 militairen maken deel uit van de staf van het hoofdkwartier.

Het 2e half jaar:

  • 1 infanteriecompagnie met gevechtsondersteuning en de bijbehorende logistiek;
  • meer dan 150 militairen maken deel uit van de staf van het hoofdkwartier.

Nederland stelt heel 2018 de infrastructuur en de verbindingsmiddelen voor het EUBG-hoofdkwartier beschikbaar en een Cougar-transporthelikopter. Het is in 2018 voor het eerst dat dezelfde EUBG een heel jaar stand-by is voor inzet; voorheen wisselde dat per halfjaar.

militair bewaakt landsingsbaan

Een luchtmobiele militair bewaakt een vliegveld tijdens een NRF-oefening (september 2014).

Toezeggingen

Bij de inzet van de EUBG kan een deel van het Nederlandse contingent binnen 10 dagen operationeel in een missiegebied zijn. De rest sluit later aan, omdat Defensie tegelijk aan een groot aantal toezeggingen moet voldoen. Naast de toezeggingen aan NAVO en EU zijn dat de lopende missies en de nationaal gegarandeerde capaciteiten.

Op het moment dat de EUBG-capaciteiten enkele jaren geleden werden aangeboden, waren de precieze gevolgen van de bezuinigingen, de intensieve inzet en de grotere nadruk op herstel van basisgereedheid nog niet volledig bekend. Het ambitieniveau knelt momenteel op enkele onderdelen met de beschikbare capaciteit. Bijleveld: “Nederland zal echter verantwoordelijkheid in EU-verband blijven nemen om de EUBG verantwoord en realistisch te kunnen inzetten. Indien de EUBG wordt ingezet, dan neemt Defensie gepaste maatregelen om ervoor te zorgen dat deze inzet geen negatieve gevolgen heeft voor het versterken van de basisgereedheid van de krijgsmacht.”